Islamberichtgeving tijdens Golfcrisis; Angst en argwaan kleuren het nieuws

Was het niet beter geweest als de media - in plaats van zich door de oorlogsautoriteiten te laten blinddoeken waardoor ze slechts een vertekende versie van de gebeurtenissen tijdens de olfoorlog konden presenteren - de pen erbij hadden neergegooid en in het geheel geen nieuwsberichten hadden gebracht?

Dat vroeg de - in New York wonende - journalist van Srilankese afkomst, Varinda Tarzie Vittachi onlangs aan een redacteur van de New York Times, het Amerikaanse dagblad dat zegt dat het alles 'without fear or favour' publiceert. Het antwoord dat Vittachi kreeg was voor hem onbevredigend. Het toonde nar de mening van deze 'derde-wereldjournalist' echter wel heel duidelijk aan dat de media en hun journalisten zich meer dan ooit moeten realiseren dat het nieuws in toenemende mate gestuurd en gemanipuleerd wordt. Soortgelijke vragen waren vorige week ook aan de orde op een journalisten-bijeenkomst in Amsterdam.

Gesproken werd over een publikatie met de merkwaardige, vooroordeelversterkende (als zou men zich daar bezig houden met het beramen van subversieve acties) titel 'De vijfde kolonne in grillrooms en kofehuizen' van een werkgroep van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) over de 'Islamberichtgeving in Nederland tijdens de Golfcrisis'.

Volgens de werkgroep is de berichtgeving door argwaan, vijandigheid en angst voor de Islam gekleurd geweest. De NVJ-werkgroep kwam bovendien tot de conclusie dat nieuws over minderheden racisme-versterkende effecten heeft. Dat nieuws zou namelijk meestal 'slecht nieuws' zijn waardoor minderhedenvrijwel uitsluitend als 'probleemveroorzakend' in de media aan de orde komen.

Het besproken rapport bevatte bovendien een analyse van Rudi Kross, journalist van Surinaamse afkomst en oud-redacteur van het Algemeen Handelsblad en media-onderzoeker Joop Lahaise over de manier waarop tijdens de Golfoorlog in een aantal dag- en weekbladen over de islamitische minderheid in Nederland is geschreven. De onderzoekers menen daarbij een bonte verzameling van racistische vooroordelen enduidelijke uitglijers op het spoor te zijn gekomen. Als voorbeeld daarvan in NRC Handelsblad noemen zij een interview met Alexander King, de vroegere voorzitter van de Club van Rome. King zei in het gepubliceerde vraaggesprek dat niet het milieu, maar de oprukkende Islam hem de grootste zorgen baart voor de toekomst van de wereld.

Racisme en anti-racisme liggen volgens Kross dicht tegen elkaar aan. Enerzijds zou er volgens hem meer dan eens 'potsierlijk bezorgd' over moslims n Nederland zijn geschreven, maar sloten anderzijds racisme en vijandsbeeld omtrent de Islam dikwijls naadloos op elkaar aan.

Op de bijeenkomst in Amsterdam gaf Kross ook een voorbeeld van de slechte manier waarop nieuws wordt benvloed. Zo zou het Nederlands Centrum voor Buitenlanders (NCB) in Utrecht met zijn berichten over onrust onder islamieten onzorgvuldig nieuws hebben geproduceerd en zou dat door de media klakkeloos zijn overgenomen terwijl er in feite weinig of niets aan de hand was en er van raciale spanningen helemaal geen sprake was.

Dat westerse media zich door de geallieerde autoriteiten hebben laten blinddoeken en eenzijdige informatie hebben gebracht (bijvoorbeeld over een gering aantal doden in de Golfoorlog terwijl er aan Iraakse kant vele tienduizenden slachtoffers vielen) kwam op de discussiebijeenkomst uitgebreid aan de orde. Zo meende voorzitter Emin Ates van de Turks Islamitisch Culturele Federatie in Nederland onder meer dat de media op een niet-objectie(J)ve en al te vaak onjuiste wijze als ook met tal van verzinsels over de Golfoorlog en over moslims in Nederland hebben bericht. Volgens hem blijkt uit de 'zwart-witberichtgeving' duidelijk dat er tijdens de oorlog, zoals naar zijn zeggen ook al bij de Salman-Rushdie-affaire het geval was, sprake van een 'vooropgezette misleiding' en voortdurende 'hersenspoeling'.

Ates opmerkingen die op de bijeenkomst met de nodige scepsis werden ontvangen, kregen iteindelijk toch een wat andere kleuring. Vooral omdat hij later zei dat het hierbij slechts om een gevoel onder islamieten in Nederland gaat en dat beslist niet vaststaat of dat gevoel met de werkelijkheid overeenstemt. Waar nog bijkomt dat in Nederland de berichtgeving over moslims de laatste jaren, aldus Ates juist een stuk 'volwassener' is geworden.