Hoge Raad (2)

Als gerechtsauditeur heb ik tot taak opvattingen van de drie leden van een kamer van een der grote gerechtshoven in conceptarresten te verwoorden.

Ik heb me daartoe de afgelopen vijf jaar moeten verplaatsen in de gedachten van intussen zo'n twintig raadsleden van heel verschillende pluimage. Met betrekking tot de plaats van politiek in hun oordeelsvorming is mij daarbij het volgende opgevallen: mij is van geen van deze raadsheren bekend of hij-zij lid is van een politieke partij. Een politieke, als zodanig expliciet gemaakte, opvatting speelde in de oordeelsvorming nooit een rol; ik heb wel zekere vermoedens, dat een of meer van deze leden lid zijn van de een of andere partij. Die vermoedens ontleen ik echter vooral aan opvattingen die de betrokkenen buiten de raadkamer (bijvoorbeeld in publikaties of gewoon in de sociale omgang) kenbaar maken. Levendig is de gedachte, dat als een rechter een politieke opvatting is toegedaan, hij of zij zich bij de beoordeling van de voorgelegde geschillen nauwgezet van die opvatting moet kunnen distantieren. In een goed raadkameroverleg geeft men zijn eigen opvatting voor een betere. Rechters zijn buitenstaanders, willen meestal niet sturen. Zij zoeken, onafhankelijk van hun politieke opvatting, naar oplossingen die passen binnen het geheel van rechtsregels en die maatschappelijk aanvaardbaar zijn (mr.

S. Royer, de president van de Hoge Raad, in NRC Handelsblad van 20 juni). Bij de hoven en andere lagere instanties speelt (als uitvloeisel hiervan) vaak de vraag, wat in een concreet geval redelijk is. Dat redelijkheidsoordeel is zeker ook ingegeven door een mens- of maatschappijbeeld. Dat wordt echter bepaald door tal van rationale, gevoelsmatige of intutieve waarderingen, maar meer door algemene culturele noties dan door een politieke mening.

Het is niet goed mogelijk een doorsnee van de twintig raadsheren te geven. En aan de hand van een politieke opvatting zijn hun oordelen niet voorspelbaar. Gelukkig maar. Als ik mij toch aan beeldvorming waag: voor de zorg bij het CDA, dat het 'links-liberale' of 'nieuw-liberale' gedachtengoed teveel invloed zou hebben, bestaat geen grond.