Grote kansen voor Nederlands bedrijfsleven dat niet bang is om te investeren; India is gekooide tijger op het punt van uitbreken

Zoals Japan, Korea, Taiwan, Hongkong en Singapore hun economie typeren door de metafoor van de tijger, zo gebruiken Indiers graag het beeld van de olifant. In vergelijking met de tijger is de olifant (net als de Indiase economie) groot, voorzichtig en traag, maar ook sterk en zeker van zichzelf.Clive Crook verwerpt dit beeld in een special van The Economist (4 mei 1991) - waarin India wordt geschetst als een land dat bruist van potentie en vitaliteit die echter in toom worden gehouden door een sterk centraal gereguleerde economische politiek - en introduceert het beeld van een gekooide tijger.

Deze tijger kan, aldus Crook, eenmaal vrijgelaten, net zo gezond zijn als iedere andere Aziatische tijger. Zijn vrijlating zal echter niet gemakkelijk zijn omdat deuitdaging niet economisch maar politiek is.

De regering staat voor de opgave het gecompliceerde systeem van vergunningen en voorrechten te slechten. Een systeem dat niet alleen nadelig is geweest voor India maar ook heeft gezorgd voor stabiliteit.

Het heeft het land echter moeilijk toegankelijk gemaakt.

De tragische moord op Rajiv Gandhi heeft een aantal politiek-economische problemen die sinds enkele jaren onder de oppervlakte seulden aan de oppervlakte gebracht. In de kakofonie van globale politiek-economische veranderingsprocessen dreigt Nederland de essentie van deze ontwikkelingen te missen en daardoor voorbij te gaan aan de economische kansen die deze ontwikkelingen, hoe tragisch ook, eveneens met zich meebrengen.

India is eigenlijk geen land. Het is zo groot (bijna honderd keer Nederland) en herbergt zoveel mensen (856 miljoen) dat het bijna een continent te noemen is. India is in 'turmoil' zoals de ngelsen dat zo prachtig onderkoeld kunnen uitdrukken. Kashmir staat in brand, de Punjab is in rep en roer, Assam is onrustig en door de moord op Gandhi is naar buiten gekomen dat het in het zuiden ook al enkele jaren geen koek en ei is. India heeft net de bloedigste verkiezingen sinds zijn onafhankelijkheid achter de rug. Het land is eigenlijk sinds het aantreden van Rajiv in 1984 in een diepe 'leadership-crisis' gewikkeld die regeren onmogelijk maakt. De economische groei loopt snel terug, terwijl het land voor economische opaven staat die iedere verbeelding tarten. Wie wil er in zo'n land zaken doen?

Wie echter in India woont en het land al jaren kent, weet dat dit beeld slechts een deel van de werkelijkheid is. Omdat India zo groot is, blijkt het geweld regionaal beperkt te zijn en merk je er in de andere delen niets van. Daarnaast is India rijk. Het is niet alleen rijk in grondstoffen en vruchtbaar land, maar vooral in mensen. Hard werkende, goed opgeleide mensen die ondanks een relatief laag loonpeil in staat zijn tot niet aflatende activiteit en ambitieus, ondernemend en materialistisch zijn. 'Trained manpower' is al sinds jaren India's grootste en succesvolste exportprodukt en dat toont aan hoe belangrijk Indiers onderwijs en kennis vinden voor hun eigen vooruitgang. Tal van gerenommeerde onderzoekslaboratoria in de Verenigde Staten, Engeland, Canada en Australie alsook de gezondheidsorganisaties van die landen zouden in elkaar storten als de daar werkende Indiers zich zouden terugtrekken.

Tal van grote (ook Nederlandse) ondernemingen worden in hun beleid geadviseerd door eerste generatie Indiers die hetzij doceren aan bekende Amerikaanse universiteiten, hetzij hoog zitten bij wereldbekende adviesbedrijven. Qua kennis en capaciteit is India stevig in onze Westerse wereld verankerd. Geen wonder want India heeft goede universiteiten en hogescholen van waaruit ieder jaar en leger van afgestudeerden zich op de nationale en internationale arbeidsmarkt stort. De studenten die het klaarspelen zich in dat systeem van concurrentie en competitie naar boven te worstelen, blijken het op de Westerse arbeidsmarkt goed te doen en hebben nauwelijks moeite met het verwerven van goede posities. Voor hen is de Westerse arbeidsmarkt 'a piece of cake': in India is het niet ongewoon dat je een van de 150.000 sollicitanten bent voor slechts 500 arbeidsplaatsen.

India is rijk aan mensen en het is eigenlijk verwonderlijk dat het tot nu toe niet in staat is geweest zijn eigen boontjes te doppen. Dat ligt grotendeels aan het economische groeimodel waarvoor het land politiek onder zijn eerste minister-president, Jawaharlal Nehru, gekozen heeft. Onder Nehru heeft India besloten tot een duaal economisch bestel dat bestaat uit een centraal gereguleerde economie van staatsbedrijven en particuliere bedrijven. Dit model was vooral ingegeven door het trauma van de koloniale ervaring die het land extra beducht maakte voor buitenlandse inmenging. Dat dit trauma er diep in zit, blijkt nog dagelijks. Waarschijnlijk is er geen land ter wereld waar men zo trots is op eigen produktie. Produkten dringen door gebrek aan kwaliteit weliswaar vaak niet tot de Westerse markten door, maar ze zijn 'Indian Made' en dat geeft ze in India een interessant aura.

Het afschermen van de eigen economie uit vrees voor inmenging en overheersing van buitenaf, heeft echter geleid tot een machtselite waarin politici, eigenaren van grote ondernemingen en ambtenaren het voor het zeggen kregen. Dat heeft geleid tot excessen die slechts mondjesmaat blootstonden aan kritiek. Jarenlang kon India zo doorgaan voor een soort economisch verlicht Rusland daarbij intellectueel gedekt door een groot deel van de nationale en internationale pers.

Begin jaren tachtig ontstonden de eerste haarscheurtjes in dit bolwerToen werd duidelijk dat men niet in staat was de internationale economische concurrentie het hoofd te bieden. India gleed terug op de internationale economische ladder en werd met vlag en wimpel ingehaald door landen als Korea, waarvan het inkomen per hoofd nu tienmaal zo groot is als dat van India, of Hongkong wat dat van India zelfs 25 maal overtreft. Ondanks zijn grootte en de omvang van zijn bevolking, is het BNP van India ongeveer net zo groot als dat van Nederland.

Onder Indira Gandhi begon de Indiase regering in te zien dat protectionisme tijdelijk voordelig geweest was (-ooral ideologisch - maar dat het ernstige gevolgen had voor de eigen vooruitgang en concurrentiepositie. De ramen van India moesten open, wilde men niet stikken in eigen stank. Inmiddels was wel de genoemde machtselite ontstaan die vooreerst niet van plan was zich de kaas van het brood te laten eten. De klaroenstoot die Rajiv aan het door zijn moeder begonnen liberaliseringsbeleid wilde geven liep grotendeels stuk op de weerstand van het corporatieve India dat publiekjk natuurlijk voor economische liberalisering opteerde, maar praktisch zijn eigen gepriviligeerde positie en die van politici in gevaar zag komen.

Door de deur naar economische liberalisering op een kier te zetten raakte het land echter snel zijn onafhankelijke financiele positie kwijt. Tot het eind van de jaren tachtig had India een goede naam in het internationale betalingsverkeer. De laatste vijf jaar is de interne schuldpositie echter met negen procent gestegen tot procent van het BNP. India raakt versneld afhankelijk van Wereldbank en IMF en is gedwongen zijn economische beleid versneld verder te liberaliseren.

Is India daarom arm en zijn markt dus oninteressant? Geenszins. Hoewel het inkomen per hoofd van de bevolking niet hoger is dan 327 dollar, is er veel geld in India. India spaart namelijk veel en dat is een cultureel gegeven. Indiase ondernemingen zijn jong - de meeste zijn van na de onafhankelijkheid (1947) - maar gewend aagrote groei en een hoog rendement - 25 procent wordt heel normaal gevonden. Er mag dan wel een schaarste aan deviezen zijn, er is veel geld dat wacht op goede ideeen om te worden genvesteerd. Wie zaken in India doet komt herhaaldelijk de vraag tegen of hij nog een goed project van een paar miljoen dollar weet.

India is een gekooide tijger die op het punt staat uit te breken. Westerse zakenlui met enige ervaring in India mogen dan wel steen en been klagen over de ingewikkeldheid van het land,e bureaucratie en de lange tijd die nodig is om zaken van de grond te krijgen, voor mensen met oog voor de toekomst is het een land waar op betrekkelijk korte termijn bergen zijn te verzetten en waar dus veel te verdienen valt.

Wie succesvol zaken in India wil doen moet daar de tijd voor nemen. Want zelfs als India met ingang van vandaag de economie volledig zou liberaliseren, dan nog zou het onmogelijk zijn succesvol te opereren zonder lokale helpende handen. Duitsland heeft zich dat veg gerealiseerd en heeft nu in India het grootste en oudste handelsnetwerk dat Duitsland in enig buitenland heeft: de 'Indo-German Chamber of Commerce'. Duitsland heeft al in de jaren vijftig India economisch ontdekt en is mede daardoor nu in staat er economisch verantwoorde diepte-investeringen te doen. De kansen die er indertijd voor Duitsland waren, zijn er nu voor Nederland.

Juist omdat India in vele sectoren nog zo rudimentair is ontwikkeld, liggen er voor hetederlandse bedrijfsleven grote kansen waardoor het handelsvolume tussen India en Nederland dat al jaren rondom de 1 miljard gulden schommelt, belangrijk kan worden opgekrikt. Er moet dan echter wel eerst worden genvesteerd in kennis van en invloed in India om die kansen te verzilveren.

Ongeveer eenderde van het Indiase BNP wordt thans in de landbouwsector gegenereerd. De landbouw levert zelfs 70 procent van de bevolking een bestaan en is de economische kurk waap India drijft. Ondanks de industrialisatie is het aandeel van de industrie in de Indiase economie slechts gestegen van 19 procent twintig jaar geleden naar 25 procent nu. Deze magere cijfers verhullen echter de enorme potentie die intussen gegenereerd is in kennis op industrieel gebied.

Nog groter is de economische potentie van India als de grote kennis die Nederland heeft met het ontwikkelen van landbouwindustrie zou worden geent op het Indiase potentie. Hetzelfde geldt voor andere sectoren als milieutechnologie, weg- en waterbouw, software, marketing, distributie en transport. Nederland heeft India veel kennis te bieden die eenmaal toegespitst op het Indiase potentieel, op haar beurt weer zou kunnen leiden tot een belangrijke markt voor Nederland als distributieland van Europa. India is economisch hoogst interessant.

Anders dan Duitsland (maar ook Zwitserland, Zweden of Italie om nog maar te zwijgen van Japan), heeft Nederland verzuimd te investeren in relationele inved die met name in een ingewikkeld en gereguleerd land als India een noodzakelijke voorwaarde is om tot zaken te komen. Het is niet voldoende India te wijzen op economische mogelijkheden die voor haar schuilgaan in een bepaalde economische sector van Nederland.

Het is ook nodig concrete bedrijven de weg te wijzen.

De gruwelverhalen die in het Nederlandse bedrijfsleven over zakendoen in India de ronde doen, laten in tweeerlei opzicht een blindheid zien.

Allereerst gaan ze voorbij aan het feit dat de fstraties die men heeft opgedaan ook wel eens te wijten zouden kunnen zijn aan eigen ongeduld en onderschatting. India is te minste zo moeilijk en ingewikkeld als China, dat zoals iedere zakenman weet een degelijke voorbereiding vergt. Zelfs Japanners, zelf toch ook Aziaten, hebben voor India de stelregel: 'high presence and low investments' die erop duidt dat ze de tijd moeten nemen zich degelijk voor te bereiden alvorens er te investeren.

Ten tweede mist men als gevolg van gruwelverhalen over bureaucratie en corruptie het inzicht dat Indiase beambten voorop lopen in realisme en kennis van economisch beleid en een belangrijke stabiliserende factor voor het land zijn, zonder wie het nog veel dieper in de economische en politieke ellende zou steken dan nu het geval is. Uitsluitend dankzij het stabiliserende netwerk van ambtenaren is India niet de chaos die politieke commentatoren er van schlderen en is de economische hervorming dichterbij dan zij denken. Nu de politiek zonder duidelijk leiderschap is en Wereldbank en IMF invloed krijgen op het economische beleid, zal de liberalisering sneller gaan dan politiek voor mogelijk wordt gehouden.