EG-ministers: top moet aanzet geven voor unie

BRUSSEL, 24 JUNI. De ministers van buitenlandse zaken van de EG zijn gisteren in Luxemburg tot de conclusie gekomen dat de Europese top, eind deze week, duidelijke politieke richtlijnen moet geven voor het verdere verloop van de onderhandelingen over een politieke unie. De ministers hielden gisteren een informeel 'conclaaf' over de komende topconferentie in Luxemburg.

Suggesties van verscheidene lidstaten om de Europese leiders een soort catalogus te laten geven van de punten waarover men het eens is, werden afgewezen, omdat daardoor te duidelijk wordt waarover men het niet eens is.

De Luxemburgse minister van buitenlandse zaken, Jacques Poos, moest zich er gisteren dan ook bij neerleggen dat het Franse staatshoofd en de EG-regeringsleiders eind deze week tijdens hun top in Luxemburg geen definitieve beslissingen zullen nemen, maar de omstreden vraagstukken zullen bespreken, zoals die van een gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidspolitiek van de EG, grotere bevoegdheden van het Europese Parlement, de 'federale roeping' van de Europese politieke unie en een Europese munt.

De standpunten over die zaken liggen, zo bleek gisteren, nog heel ver uit elkaar. Groot-Brittannie, dat daarin gesteund wordt door Denemarken, Ierland en Portugal, is fel tegenstander van een 'federaal Europa', waarvan het een te sterk centralisme vreest. Maar de Britse onderminister van buitenlandse zaken, Tristan Garel-Jones, zei er alle vertrouwen in te hebben dat er op de top in Maastricht, eind dit jaar, een verdrag op tafel zal liggen dat goed is voor Groot-Brittannie en dat een “persoonlijke triomf” zal betekenen voor de Britse premier John Major.

Pag. 5

Britten: geen overhaaste conclusies op top van EG

De Britse onderminister waarschuwde echter dat er op de top in Luxemburg geen voortijdige conclusies” getrokken moesten worden: “Het moet een tussenstation (stepping stone) zijn en geen struikelblok (stumbling block) op weg naar een akkoord in Maastricht.”

De Italiaanse minister van buitenlandse zaken, Gianni de Michelis, waarschuwde van zijn kant dat men de indruk moest vermijden dat er een val werd opgezet voor de Britten. Tenslotte stemde het Verenigd Koninkrijk erin toe om eind dit jaar een akkoord te sluiten.

Tegenstellingen kwamen gisteren tot uiting in de standpunten van Frankrijk en Duitsland over de snelheid waarmee de veiligheidspolitiek in het verdrag moet worden opgenomen. Het Luxemburgse voorstel spreekt over “op termijn”, maar de Fransen, zo bleek uit een opmerking van de Franse staatssecretaris voor Europese zaken, mevrouw Elisabeth Guigou, menen “een zekere apathie” te bespeuren bij de Duitsers.

Tot zover onze correspondent

De Britse minister van financi, Norman Lamont, heeft gezegd dat een Europese munteenheid nog heel ver weg is. In een vraaggesprek met de Britse televisie verklaarde hij: “Voordat we op het punt komen dat Europa een munt kan hebben, moeten we eerst zien of de Europese munteenheden naar elkaar toe groeien.” Daartoe dienen de verschillen in inflatie en rentepeil eerst overbrugd worden. Lamont zei het met ex-premier Thatcher eens te zijn dan een economische unie in Europa de soevereiniteit van Groot-Brittannie zou aantasten. (Reuter)