Een Filippijnse in Zuid-Groningen

Zosima staat voor het fornuis in de betegelde oud-Hollandse schouw en bakt eieren voor de 'broodmaaltijd'. Met de ellebogen op tafel bespreken Gerrit, Albert en Luite welke kunstmest het geschiktst is voor de bemesting van de aardappelen. De Filippijnse reageert, alsof ze ogen in haar rug heeft, op iedere handbeweging van de broers. Suiker, meer koffie, jam. Nog voor de mannen zelf weten dat ze iets nodig hebben, heeft Zosima er voor gezorgd. Een middag zoals er dertien in een dozijn gaan in de boerderij aan de Beetserweg in Sellingen, Zuid-Groningen.

Op de tafel ligt het familiealbum, opengeslagen bij de trouwfoto's.

Zosima Rendon (41) en Gerrit Klamer (63) zijn inmiddels twee jaar getrouwd. Voor de wet, want zij is katholiek en hij gereformeerd. Ze ontmoetten elkaar in de winter van '81-'82 bij de rug over de rivier de Quai, tijdens een vakantie in Thailand. Zosima bezocht er een Thaise vriendin. Gerrit las als jochie van tien al graag in de atlas.

Ruim veertig jaar later schreef hij in op een georganiseerde vierweekse reis naar het Verre Oosten.

Zosima kwam na een jarenlange briefwisseling met een retour- ticket 'op zicht' naar Sellingen. Het klikte en nadat ze bovendien de 90-jarige demente en moeilijk lopende moeder tot het einde toe had verpleegd, wilde niemand dat ze weer ging. Maar de verblijfsvergunning liep af en er zat maar een ding op: trouwen. Het dorp keek er in het begin wat vreemd tegen aan. Een verstandshuwelijk leek het en tja, erg jong was het echtpaar ook niet meer. “Maar zij is een schat”, weet 'de buurt'. En nu zijn ze meer 'echt samen'.

Gerrit is er nuchter onder - nood breekt wet. “Moetje is weg, Zosima is aardig en ze kan koken.” Zosima is blij weg te zijn van Cebu, het Filippijnse eiland waar ze is geboren. Ze komt uit een grote familie die het niet bepaald breed heeft. Over een huwelijk daar zegt ze: “De mannen hebben mooie praatjes, maar ze maken weinig waar.” In Nederland biedt de toekomst meer zekerheden: over een jaar wordt ze Nederlandse en als Gerrit doodgaat heeft ze tenminste een pensioen.

Met de drie broers kan ze het goed vinden: “Luite is vrolijk. Albert is stil en rustig en Gerrit heeft een goed karakter. Dat is heel belangrijk voor mij, een goed hart.”

Op weg naar de Nederlandse les in Stadskanaal vertelt Zosima druk gebarend over de omgeving. Het halflange zwarte haar is voor de gelegenheid vastgezet in een speld. Zo onzichtbaar als ze thuis is, zo doortastend is ze in de klas. Zij bepaalt wie waar moet zitten.

Gemotiveerd begint ze aan het onderdeel 'begrijpend lezen'. “Wat is zogenaamd”, klinkt het even later zangerig uit haar mond, met langgerekte klinkers. Na drie jaar onderwijs in het Nederlands spreekt en verstaat ze de taal behoorlijk. Het isolement is daardoor gelukkig minder geworden. Lastig is wel dat thuis en in het dorp Gronings wordt gesproken.

Twee andere Filippijnse vrouwen die gewoonlijk de les volgen, hebben afgezegd. Zosima vindt dat jammer, maar ook buiten school ziet ze Shontesha en Tita regelmatig. Ze wonen in Sellingen en Musselkanaal.

In Stadskanaal wonen bovendien nog Lily en Delia en in andere omliggende dorpen Ami, Aurora, Gloria en Mila. Net als Zosima zijn ze rond de veertig. Ook in Duitsland heeft ze diverse Filippijnse kennissen. Allemaal zijn ze in de afgelopen vijf jaar met een Nederlander of Duitser getrouwd. Sommigen nadat ze, net als Zosima, in hun eigen land een man tegen het lijf liepen. Anderen nadat het contact via hun voorgangsters tot stand was gebracht. In een geval is een Nederlandse vrouw met een Filippijnse man getrouwd. “Ik krijg nog regelmatig brieven met foto's en de vraag of ik een man weet die met hen wil corresponderen”, zegt Zosima. Maar de vrijgezellen raken volgens haar op. Weer thuis beaamt Gerrit die stellige uitspraak: “Een aantal was destijds toevallig nog niet aan de vrouw. De rest is verstokt vrijgezel. Die hoeven niet zo nodig.”

Over anderhalf jaar gaat Gerrit met pensioen. Daar kijken ze nu al naar uit, want dan staat een reis naar de Filippijnen op het programma. Als dat bevalt zullen ze vaker gaan. Een Duitse kennis, nu al met pensioen, heeft er een huis gebouwd waar hij elke winter samen met zijn Filippijnse vrouw naar toe gaat. “Voor maar elfduizend mark, met alles er op en er aan”, zegt Gerrit. Dat lijkt hem ook wel wat.

“Hoe ouder je wordt, hoe meer je een hekel aan de kou krijgt.” Haast hebben ze echter niet.

De dag loopt af in Sellingen. Een boer trekt zich met zijn tractor terug van het land. Een kieviet verspert een moment lang de weg en een hond slaat aan. De viooltjes langs de boerderij in de bocht van de Beetserweg staan dankzij Zosima keurig in het gelid. In de moestuin wachten de radijsjes, de slaplantjes en de bessenstruiken zorgvuldig vrijgehouden van onkruid op meer zon. “En 's zomers”, zegt Gerrit, “dan frissen we ons na het avondeten wat op, trekken schone kleren aan en maken een ommetje. Zo doen we dat hier.”