Bizarre resultaten bij proef met banenpools

ROTTERDAM, 24 JUNI. Succes of mislukking? Een tweejarig experiment met 'banenpools' in Rotterdam, Nijmegen en Dordrecht leidde tot opvallende, misschien zelfs bizarre resultate.

Langdurig werklozen met een lage opleiding konden gesubsidieerd aan de slag bij de (semi-)overheid. Een grote meerderheid bleek zo tevreden dat men het werk blijvend wilde doen. Minister De Vries (sociale zaken) gebruikte eind mei in een brief aan de Tweede Kamer dan ook termen als “nuttig” en “zinvol”. Een succes dus. Maar de minister merkte tevens op dat slechts een op de drie 'kansloze' werklozen deze nieuwe kans benutte. De anderen konden niet of hadden geen trek. Dus toch een mislukking? En zo ja, waarom?

De 127 pagina's dikke evaluatie van onderzoeker C. van der Werf van de gemeentelijke sociale dienst van Rotterdam getuigt van de grondigheid waarmee in Nederland dit soort experimenten wordt geanalyseerd. Het resultaat lijkt nog absurder dan eerst gedacht. Want een aantal deelnemers had zichzelf aangemeld en was dus extra gemotiveerd. Van diegenen die werden opgeroepen voor een gesprek hapte niet 32 procent toe - het percentage dat De Vries in zijn brief noemde - maar hooguit 20 procent. Slechts een op de vijf werklozen ging aan de slag toen hen een baan werd aangeboden.

Toch is en blijft de Rotterdamse wethouder J.H.A. Henderson (sociale zaken en werkgelegenheid) met dat resultaat tevreden. “Werk zorgt voor erkenning en zelfrespect,” zegt hij, “en het werk heeft ook voordeel voor anderen, denk maar aan het voorbeeld van de huismeester in een flat of de concierge in een school.” Over het hoge afvalpercentage bij de intake is Henderson allerminst verbaasd. “Dat is begrijpelijk,” zegt hij, “want het gebeurde allemaal op basis van vrijwilligheid.”

Het experiment 'additionele arbeid' was gericht op werklozen van 39 jaar of ouder, die langer dan drie jaar zonder werk zaten en laaggeschoold (maximaal lbo of mavo) waren. Van de 45.000 werklozen die Rotterdam telt (20 procent van de afhankelijke beroepsbevolking!) behoren er ruim 7.000 tot die doelgroep. Henderson: “Deze mensen zijn op de reguliere arbeidsmarkt kansloos. Kijk, als je nou een heleboel banen aan te bieden hebt, dan kun je dreigen met sancties. Maar die banen hebben we niet.” In het kader van het experiment werden in Rotterdam met circa 1300 mensen gesprekken gevoerd en konden er uiteindelijk 323 mensen aan de slag.

Een opvallend gegeven is dat in alle drie de steden - Rotterdam, Nijmegen en Dordrecht - pecies 32 procent van het aantal mensen met wie een gesprek werd gevoerd met het experiment kon meedoen. Toeval of opzet? Van de overigen bleek gemiddeld 62 procent tot de groep niet-willers-niet-kunners te behoren; de overigen konden op de reguliere arbeidsmarkt terecht of werden doorverwezen naar de sociale werkvoorziening.

Van de groep 'niet-kunners-niet-willers', zo blijkt uit de analyse van Van der Werf, klaagt eenderde (34 procent) over een slechte gezondheid. Een kwart (2 procent) kan wel werken maar wil niet, om financiele redenen, omdat men niet tijdelijk wil werken, omdat men liever part-time werkt, etc. Circa 10 procent noemt bindende bezigheden als reden om te weigeren (cursus, vrijwilligerswerk, verzorging zieken of kinderen, etc.), terwijl 9 procent persoonlijke omstandigheden aanvoert (voelt zich te oud, wil niet werken, etc.).

Ongeveer 5 procent werd als echt kansloos beschouwd (bijv. taalproblemen). Van de resterende 16 procent blf de reden waarom men een baan niet kon of wilde accepteren onbekend.

Van der Werf, die bij het gesprek met Henderson aanwezig is, licht die cijfers toe: “De mensen kunnen hun positie over het algemeen goed inschatten. Als ze een baan krijgen aangeboden vragen ze zich af: ben ik niet te oud? ben ik niet gewend geraakt aan een andere manier van leven? Die afweging mochten ze maken in dit experiment. Als ze niet in aanmerking komen voor een functie - ook voor ogeschoolde functies moet je voldoen aan eisen - begrijpen ze dat heel goed. Wat ik wel schrikbarend vond was het grote aantal mensen met gezondheidsklachten.”

Van der Werf constateert blijmoedig dat de werklozen die wel meededen over het algemeen “zeer positief” oordelen over hun werk, niet zozeer om financiele als wel om sociale redenen (in sommige gevallen ging men er financieel zelf op achteruit). Maar ligt het niet voor de hand dat je, als eerst zoveel mensen afvallen, een groep overhoudt dieextra gemotiveerd is?

Het experiment 'additionele arbeid' liep vooruit op de 'banenpools' die in 1990 van start gingen. Daarbij wordt als leeftijdsgrens niet 39 maar 27 jaar gehanteerd. Bovendien worden bij de 'banenpools' de werklozen nadrukkelijker op hun plichten gewezen. Dus bestaat de kans dat het percentage uitvallers bij de 'banenpools' minder hoog ligt.

Maar Henderson herhaalt zijn standpunt: “Als je zo weinig banen aan zoveel werklozen kunt aanbeden, dan zijn sancties zinloos.”

De Rotterdamse wethouder is twee weken geleden op werkbezoek geweest in Zweden. De banenpools en het jeugdwerkgarantieplan waarmee de Nederlandse overheid nu de langdurige werkloosheid wil bestrijden is op Zweedse leest geschoeid. Dat wil zeggen: geen uitkeringen maar loon voor arbeid, gecreeerd door de overheid. Henderson: “Maar als je nu ziet welke bedragen een stad als Stockholm beschikbaar heeft, en met welke bedragen wij oe moeten kunnen...”

Ook de regelgeving speelt Rotterdam parten, vooral als het gaat om het scheppen van banen in het bedrijfsleven. Van der Werf: “Een winkelcentrum wilde best twee banenpoolers aannemen, om de zaak schoon te houden. Ze kampten met een enorme rotzooi. Maar werkgevers en vakbonden klaagden toen dat dat concurrentievervalsend zou zijn ten opzichte van onderhoudsbedrijven. Dus ging het feest niet door.”

Henderson geeft een ander voorbeeld: “De Stichting Europoort Botlekbelangen wilde banenpoolers voor de bewaking van bedrijfsterreinen. Maar ook daar stak het tripartite overleg een stokje voor, omdat sprake zou zijn van concurrentievervalsing.”

Gelukkig erkent minister De Vries (sociale zaken) dit probleem. Hij wil nu drie 'regelvrije' regio's instellen waar men zich bij de hulp aan langdurige werklozen minder aan allerlei regels hoeft te houden.