Basisvorming

Ik wek niet graag de indruk van hardnekkigheid, maar braler dan de aanstaande wet op de basisvorming kan ik moeilijk zijn. Deze wordt de direct erbij betrokken docenten - die er in meerderheid tegen zijn, maar de wet toch moeten uitvoeren - in de maag gesplitst op de wijze waarop men vaak ganzen (en hun lever) mest. Verbijsterend blijft daarbij de passiviteit van onze 'publieke opinie': onderwijsgevenden zijn, moten we aannemen, zo murw gereguleerd en gedecreteerd dat men tot niet veel meer in staat of bereid is dan hier en daar een kreet van afschuw (zoals deze).

Twee aspecten van deze educatieve desorganisatie lijken me voorop te staan. Ten eerste zullen leerlingen na een elf jaren basisvorming (alles wordt immers basis van vier tot circa vijftien jaar) alleen al op het punt van de moderne talen minder weten dan ouderwetse (m)ulo-scholieren, zodat wij in het nieuwe Europa niet meer met een mond vol talen, maar met een mond vol tanden zullen stan. Steeds intensiever internationale contacten gepaard aan steeds minder talenkennis: dat is een bijna dialectische ontwikkeling!

Waarschijnlijk worden we zo wat een boze Portugese Jezuet zijn landgenoten in de achttiende eeuw noemde: 'de kaffers van Europa'.

Ten tweede horen wij opvallend weinig over de korte onderbouw die op de lange basisvorming volgt. Aan de leraren hiervan zal de taak toevallen, alle lacunes op te vullen en hun leerlingen voor te bereiden op vormen van hoger onderwijs, waar men op zijn beurt weer gaten in de kennis ('deficienties') zal moeten opvangen en opvullen.

In een dentistisch perspectief wenkt ons onderwijs zeker een toekomst!