Springequipe verrast in landenwedstrijd Aken

AKEN, 22 JUNI. De Nederlandse springequipe zit met een overschot aan goede paarden. Dat was na jaren van uitverkoop de bijna verbijsterende conclusie, nadat het viertal Lansink, Voorn, Hendrix en Raymakers gisteren bij het CHIO in Aken 's werelds sterkst bezette landenwedstrijd had gewonnen.

Nederland verscheen niet eens op zijn sterkst in de ring. De twee paarden die al zijn aangewezen voor de Europese titelstrijd in La Baule, Top Gun (Tops) en Egano (Lansink), werden niet ingezet. Het belangrijkste voor bondscoach Horn was in Aken uit te vinden wie van het drietal Hendrix, Raymakers, Voorn voor het EK dient af te vallen. Hij werd geen cent wijzer.

Note bene in de tweede manche behoefde Lansink (met Libero) niet meer in actie te komen. Met een fractie voorsprong op de verrassende Spanjaarden, begeleidt door de Nederlander Nooren, hadden de drie 'twijfelgevallen' het grote succes al veilig gesteld. “Dit is toch wel verrassend”, verklaarde de nuchtere Horn.

Over de verdere selectie voor de Europese titelstrijd in Frankrijk kon hij weinig zeggen. “Ik heb er een groot probleem bij. Er zal er toch een moeten afvallen.” Van een echte toevalstreffer wilde hij echter niet spreken. “De eigenaren en de sponsors staan meer achter de sport dan voorheen. De tijd dat alles hier werd verkocht is voorbij.”

Voor drie Nederlandse ruiters werd Aken een groot hoogtepunt. Voor Albert Voorn waren de gebeurtenissen heel bijzonder. In 1988 was hij voor de laatste keer in Aken. Nog voor de landenwedstrijd vertrok hij na in conflict te zijn geraakt met toenmalig bondscoach Nooren. Ongeveer een seizoen geleden besloot hij zijn loopbaan te beeindigen. “Ik was het ongelooflijk zat. Wie mij kent weet dat ik alleen mee kan doen als ik in staat ben topsport te bedrijven. Door het ontbreken van sponsors en dus goede paarden, kon dat niet. Ik kreeg er genoeg van.”

Een telefoontje van mevrouw Van Opstal deed hem van gedachten veranderen. “Haar man had als sponsor eveneens het plezier in de sport verloren. Ook door teleurstellende ervaringen. Ze vroeg of ik eens met hem wilde praten. Het einde van het verhaal was dat ik een bedrag tot mijn beschikking kreeg om een goed paard te kopen, voor grote wedstrijden, om een vaste waarde voor de equipe te zijn. We gaan door zolang we er beiden, de sponsor en de ruiter, plezier in hebben. Waarschijnlijk zal dat in elk geval wel tot de Olympische Spelen zijn.”

Voorn is echter niet de enige die niet voor verkoop behoeft te vrezen. Hendrix (samen met zijn broer eigenaar van het paard), Raymakers (Melchior) en Lansink (Horn en Holtkamp) kennen die angst evenmin. Met als gevolg het ongekende luxe-probleem, waarmee Horn momenteel heeft te maken.