REQUIEM VOOR EEN ENGELSE GENERATIE

Our Age. Portrait of a Generation door Noel Annan 479 blz., Weidenfeld & Nicolson 1990, f 75,60 ISBN 0 297 81129 0

Noel Annan werd geboren tijdens de kerstdagen van 1916. Hij is een typische vertegenwoordiger van wat de Engelsen 'the great and the good' noemen: de maffia van half-zichtbare persoonlijkheden die belangrijke instellingen besturen, commissiemannen, de politici te hulp komen als die er zelf niet meer uitkomen en in het algemeen achter de schermen aan de touwtjes trekken.

Op de onwaarschijnlijk jonge leeftijd van 39 was Annan al 'Provost' van King's College in Cambridge. Daarna schoof hij door naar Londen waar hij University College leidde. Jarenlang zat hij in het bestuur van de National Gallery, het British Museum en het operahuis Covent Garden. Natuurlijk werd hijd van Engelands meest exclusieve club, het Hogerhuis. Hij gaf zijn naam aan het Annan Report over de toekomst van het omroepwezen uit 1977 (dat de vinger hief tegen geweld en grove taal op de buis en de stoot gaf tot de oprichting van Channel 4, de Britse cultuurzender).

Zijn faam als auteur ontleent Annan vooral aan voortreffelijke review-essays in bladen als de New York Review of Books. Die essays vormen ook het materiaal waaruit zijn boek Our Age is opgebouwd. Hij noemt dit werk het portret van een generatie) zijn eigen generatie wel te verstaan. De glibberigheid van het generatie-begrip deert hem niet, maar geeft hem juist de vrijheid voor een persoonlijke kijk op de afgelopen driekwart eeuw.

De titel van Our Age verwijst naar de term waarmee de Oxford-don Maurice Bowra degenen placht aan te duiden die tussen 1919 en 1949-51 naar de universiteit gingen. Voor hem betekende dat uitsluitend Oxford en Cambridge. Annan voegt daar de London School of Economics aan toe. Het ging Bowra overigens aen om het puikje van die groep, dat er interessante en originele opinies op nahield en bovendien uit een upper middle-class milieu kwam en een van de betere public schools had bezocht: schrijvers, kunstenaars, dons en een beperkte selectie van politieke figuren. Beperkt, want 'Our Age' hield niet zo van de vuile handen die je in de politiek nu eenmaal moest maken. En: het was vooral een mannereld, al mochten vrouwen soms meedoen in de bijrol van life-enhancers.

AVANT-GARDE

'Our Age'is bij Annan niet alleen de aanduiding van deze elite maar tevens van de periode waarin ze geleefd heeft, eerst als protesterende avant-garde, later (na de Tweede Wereldoorlog) in toenemende mate als het nieuwe establishment. Het verhaal hoe 'Our Age' door de Eerste Wereldoorlog ontwaakte is al vaker verteld. Annans generatie verwerkte de schok van de Great War door overenthousiast het pacifisme te omarmen, evenals het modernisme iliteratuur en kunst. De Bloomsbury-groep was het voornaamste culturele netwerk van 'Our Age'.

Een groep die in tijd met Bloomsbury samenviel maar daar verder niets mee te maken wilde hebben - en dat gevoel was van harte wederzijds - waren de Oxford Wits, of zoals ze ook wel genoemd werden de 'Children of the Sun': estheten als Maurice Bowra, Harold Acton, Brian Howard, Evelyn Waugh. Waugh schopte niet alleen tegen de waarden van de vorige generatie maar al gauw ook tegen die van 'Our Age' zelf. In dit boek wordij door Annan gebruikt om het waardenpatroon van zijn generatie - sceptisch, liberaal, hypertolerant - a contrario zichtbaar te maken.

Wat Bloomsbury en de Oxford Wits gemeen hadden, was de cultus van homoseksualiteit, het ideaal van - zoals Keynes en Strachey het noemden - 'Higher Sodomy'. Aan die 'Homintern' (een geestigheid van Bowra) van de jaren twintig en dertig wijdt Annan een van de beste hoofdstukken in zijn boek. Het is vooral interessant dat die homocultus enerzijds hettablishment uitdaagde, maar anderzijds juist de grenzen tussen 'Our Age' en de gevestigde elite (met name homoseksuele leden daarvan) deed vervagen. Iemand als Anthony Blunt wist die grensvervaging virtuoos uit te buiten.

Annan verloochent de spionnen - Blunt, Burgess, Maclean - als leden van 'Our Age' uitdrukkelijk niet. Wat hij hun nog het meest lijkt kwalijk te nemen is niet dat ze hun land hebben verraden, maar hunvrienden. En verder wil hij graag kwijt dat Cambridge meer is geweest dan alleen een broeinest van spionnen. Hetzelfde academische milieu produceerde immers de geniale puzzelaars van Bletchley Park die de Ultra-code van de Duitsers wisten te breken.

Na de oorlog kreeg het idee van 'Our Age' over de maakbaarheid van de samenleving dat ze in de crisisjaren had omarmd (samen met goeroes als Marx en Keynes) praktisch vorm in de Welfare State. De typische eigen idealen van 'Our Age' kwamen overigens pas veelater aan bod toen de Victoriaanse moraal stukje bij beetje werd afgebroken. In de jaren zestig en zeventig werd doodstraf afgeschaft en de wetgeving inzake homoseksualiteit, abortus en echtscheiding geliberaliseerd.

HELD

Aan veel van deze hervormingen was de naam van Roy Jenkins verbonden. Hij is de echte held van Annans boek. Toch was de permissive society een consequenties die 'Our Age' zeker niet geheel had voorzien, maar Annan aanvaardt haar in elk geval blijmoedig.

Achter al dezverworvenheden doemt echter een steeds dreigender wolk op: het verval van Engeland en de rol die 'Our Age' gespeeld (of juist niet gespeeld) heeft om dit verval te keren. Een van Annans laatste hoofdstukken heet 'Was Our Age Responsible for Britain's Decline?'. Het is Annans stijl niet om op zo'n duidelijke vraag ook een duidelijk antwoord te geven, maar tussen de regels door valt toch voldoende te lezen. Dan blijkt dat 'Our Age' zich vanaf de jaren vijig heeft onderscheiden in het ontwijken van de problemen waarvoor Engeland gesteld was. 'Our Age' rommelde wat in de marge, zocht het in consensuspolitiek in plaats van echte oplossingen, en bemande de ene commissie na de andere om de moeilijkheden maar voor zich uit te kunnen schuiven.

Het was de tijd van Harold Wilson, de kampioen op de allerkortste baan met als lijfspreuk 'a week is a long time in politics'. Juist door de problemen te verdoezelen, riep 'Our Age' de tegenstelling van de jaren tachtig op en gaf het radicaal-rechts zijn kans. Annan beseft dat inmiddels maar al te goed. En dit is meteen ook de grote lijn van Annans boek: het verval van Engeland en van het onvermogen van zijn generatie daar wat aan te doen.

Opnieuw maakt Annan gebruik van een buitenstaander - net als bij Waugh en Leavis - om 'Our Age' in zijn terminale stadium te kunnen portretteren: Margaret Thatcher (wel een leeftijd- maar geen 'genetie'-genote). Hij toont opvallend veel begrip voor Thatcher en voor het fenomeen Thatcherism, dat toch staat voor alles wat 'Our Age' zou moeten verafschuwen.

Daarmee erkent Annan in feite het failliet van zijn eigen overgecultiveerde generatie die achterovergeleund het schouwspel van Engelands ondergang zat te bekijken. En passant geeft hij zo ook blijk van een knagend schuldgevoel over het hedonisme van 'Our Age' dat zijn prive-zaakjes steeds prima voor elkaar had, wat er ook met het vaderland gebeurde.

N. C. F. van Sas is verbonden aan de Vakgroep Nieuwe en Theoretische Geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam