Pronk en Princen

In 'De Natie'' (Z 15-6) toont John Jansen van Galen weinig begrip voor De Telegraaf en de oud-Indiemilitairen.

De laatsten hebben moeite met het bezoek van Pronk in Jakarta aan de dteur en landverrader Princen (zijn naam was, dacht ik, vroeger Prinsen). Dat Jansen van Galen voor minister Pronk min of meer in de bres springt ligt voor de hand. J.v.G. is ook meer dan eens op visite gegaan bij Princen.

Daarbij bleek dat Princen moslims verdedigde die opruiende redevoeringen hadden gehouden, wat hem een gewetensconflict bezorgde. 'Dit gewetensconflict nam mij voor hem in'', aldus Jansen van Galen. Of Princen bij zijn desertie en bij zijn acties tegen Nederlandse militairen geen last heeft gehad van een gewetensconflict, dat interesseert Jansen van Galen blijkbaar niet. ''De omstreden hoofdpersoon zelf doet er wat de details betreft het zwijgen toe'', schrijft J.v.G. Doet J.v.G. nu onnozel, of is hij het ook? Verwacht hij dat Princen zijn eigen (wan)daden aan de grote klok gaat hangen?

Is nu Princen dermate representatief voor de mensenrechten dat een minister van het kabinet zo nodig een bezoek aan Indonesie bij hem op audientie moet gaan? Zelfs als dit zo zou zijn lijkt een dergelijk contact weinig prudent. Dr. Drees heeft, als ik mij goed herinner, meer dan eens gezegd dat democratie betekent het rekening houden met anderen, zowel wat betreft opvattingen als gevoelens. Gemeten aan deze uitspraak stelt minister Pronk als democraat teleur.

De minister van defensie Ter Beek, ook PvdA, doet alle mogelijke - en gewaardeerde - moeite een veteranenbel van de grond te krijgen. Zijn partijgenoot, voor wie 'het verleden geen enkele rol speelt'', trapt vele oud-Indiemilitairen, waartoe ik ook behoor, onnodig op de tenen. In de komende jaren zal ik echter het verleden van de heer Pronk goed in gedachten houden.