Onderzoek naar verstrekken miljoen schone spuiten als preventie tegen Aids; Effect spuitomruil niet aan te tonen

FLORENCE, 22 JUNI. Spuitomruil voor druggebruikers als preventie tegen Aids heeft geen aantoonbaar effect. Dat blijkt uit een onderzoek de Amsterdamse GG en GD, waarvan de resultaten gisteren werden gepresenteerd op de zevende conferentie over Aids, die deze week in Florence wordt gehouden.

In Amsterdam werden vorig jaar ongeveer een miljoen spuiten omgeruild door drugsverslaafden. Het percentage van nieuwe infecties onder spuitende druggebruikers bleef echter onveranderd. Gegevens uit Baltimore en twintig steden in Italie bevestigen de bevindingen van de GG en GD.

De studie die wordt geleid door dr. A. van den Hoek begon in december 1985 en loopt nog steeds. De deelnemers bezochten geregeld de methadonpost of de avondkliniek voor verslaafde prostituees. Doel was in eerste instantie uit te zoeken hoe groot de verbreiding van het virus onder drugsverslaafden was en welke de risico-factoren zijn om een infectie op te lopen.

In de loop van het onderzoek werd er ook de vraag bij betrokken of er gedragswijzigingen optraden onder de drugsverslaafden. Bij hun bezoek aan de methadonpost of de polikliniek werd bloed geprikt en een reeks vragen gesteld die inzicht zouden moeten geven in de manier van spuiten, waar zij dat doen, wat hun seksueel gedrag is. In totaal waren tot eind vorig jaar 880 deelnemers bij de studie betrokken. Zestig procent kwam minimaal een keer terug om opnieuw bloed te laten testen en de vragenlijst in te vullen. Van de deelnemers was en isds dertig procent seropositief. Een aanwijsbare oorzaak hiervoor is niet bekend. Risicofactoren bleken ten eerste het spuiten te zijn en een verblijf voor langere tijd in Amsterdam. Duitse drugsverslaafden bleken een verhoogde kans te hebben en het gemeenschappelijk gebruik van naalden en spuiten bleek riskant.

De onderzoekers hebben sinds het begin van de studie een duidelijke gedragsverandering waargenomen, vooral onder degenen die een ofmeermalen terugkwamen. Het aantal nieuw-genfecteerden was tussen 1985 en 1986 twaalf procent en liep het jaar daarop terug naar vijf procent. Sinds 1987 is het aantal nieuwe infecties in deze risicogroep echter steevast vijf procent gebleven, het spuitruilsysteem heeft er blijkbaar geen invloed op gehad.

Onder homoseksuelen is het aantal nieuwe infecties door goede voorlichting over preventie in die periode teruggelopen tot een procent. Dat de verslaafden hun gedrag inderdaad wijzigden bleek ook uit het feit dat infecties met hetis B (dat ook door spuiten wordt overgebracht) navenant daalde.

Vrouwen die in de tussentijd een partner krijgen blijken wel een verhoogd risico op een infectie te hebben. Verder blijkt wat betreft het risico op een HIV-infectie geen verschil te bestaan tussen verslaafden die dagelijks methadon krijgen (en dat via de mond innemen) en degenen die consequent drugs spuiten. Dat wijst erop dat methadongebruikers ook consequent herone blijven spu anders dan de overheid veronderstelt.

De deelnemers die voor meer dan negentig procent hun spuiten betrekken via de spuitomruil blijken geen geringer risico te lopen dan degenen die hun spuit van elders zoals bij de apotheek of van vrienden betrekken.

Van den Hoek sluit echter niet uit dat het aantal nieuw-genfecteerden veel hoger zou hebben gelegen als de gemeente niet was begonnen met de spuitomruil. Een andere mogelijke verklaring is dat het programma - dat pas in 1987 goed op gang is gekomen - te laat is gestart en dat het virus al op te grote schaal bleek verspreid.

Drugsspuitende prostituees blijken in elk geval een verhoogd risico te lopen. De onderzoekers sluiten niet uit dat het virus onder de klanten intussen zozeer is verspreid, dat zij het virus nu weer op prostituees overbrengen.