Nummerbord voor rundvee

Bij Cees Molenaar, de man van die lofzang op zijn blaarkoppen, zag ik de eerste kalveren met de nieuwe oormerken: plastic schijven met een viercijferig nummer en een streepjescode, ongeveer zo geel als een nummerbord, ongeveer zo groot als de oren van die kalfjes zelf. Ze stonden voor schut. Gre Molenaar zei dat het beestonwaardig was, maar wat wij met koeien doen, kan natuurlijk alleen maar mensonwaardig zijn.

Ze gaven me het nummer van de VVB in Wilnis, want daar kwamen ze vandaan, die gele oormerken. Dus ik bel met Wilnis en ik krijg eaardige man aan de lijn en ik vraag wat dat betekent, VVB.

''Vereniging voor Veehouderijbelangen'', zei die man. ''Maar tegenwoordig heet het Rundveeverbeteringsorganisatie.''

''Zijn er ook boeren die ze mooi vinden, die gele oormerken?''

''Ik kan er zo een stel opnoemen die er heel blij mee zijn. Dat zijn ze speciaal hier aan het loket komen vertellen.''

''En waar zijn ze dan zo blij mee?''

''Met de herkenbaarheid.''

''Dan praten we obedrijven met honderd koeien?''

''Dan praten we over bedrijven met tweehonderd koeien.''

Ja, geen wonder dat ze ze niet meer uit elkaar konden houden. Maar eigenlijk wou ik weten wie ze bedacht had, die gele oormerken. Ergens op de achtergrond bevond zich vermoedelijk een of andere ambtenaar die zo nodig zijn nut moest bewijzen en zich daarvoor andermans oren had toegeeigend. Zodoende werd ik verwezen naar het hoofdkantoor in Arnhem. ''U moet r Annemiek Gielen vragen; die doet daar de p.r.''

Dus ik bel met Arnhem en ik krijg het Nederlands Rundveesyndicaat aan de lijn.

''Ik dacht'', zei ik, ''dat ik het nummer van de Rundveeverbetering had gedraaid.''

''Dat klopt, dat is het NRS plus de regionale VVB's.''

''Ah. Mag ik Annemiek Gielen?''

''Die werkt hier niet. Ik zal u Marijke van der Pas geven.''

Ik werd doorverbonden met Marijke van der Pas en zij verteldat ze een gevolg waren van een opdracht van het ministerie van landbouw, die gele oormerken. Zulks met het oog op de Europese eenwording natuurlijk. Maar voor het fijne moest ik toch bij Annemiek Gielen zijn. Zij was belast met de hele p.r. rond de I&R-regeling.

''I&R?''

''Identificatie en Registratie van Rundvee.''

''En waar vind ik Annemiek Gielen?''

''In Nijmegen. Of in Den Haag, bij de Stichting Gezonidszorg voor Dieren, want daar valt het allemaal onder.''

Arme koeien. Ze moesten eens weten waar ze allemaal onder vallen terwijl ze daar maar zo'n beetje door het weiland slenteren.

Afijn, ik bel met Nijmegen en ik krijg Gielen en Gielen. Dat rook inderdaad heel sterk naar public relations en ik dacht: als we nou om te beginnen eens alles verbieden waar geen behoorlijk Nederlands woord voor is, zou dat niet al een heleboel helpen?

Eindelijk, Annemiek. ''U doet de hele p.r. rond de I&R,'' zei ik.

''Wat houdt dat in?''

''De p.r. naar iedereen toe'', zo stak ze van wal. ''Boeren, veehandel, transport, wegers, slachters, overheid, buitenland, iedereen. En het grote publiek natuurlijk, want het is een enorm project, iemand heeft het eens de grootste operatie sinds de Ark van Noach genoemd. Nederland is de eerste in de EG die ermee begint en de enige die het op deze manier aanpakt.''

Ze klonk jong en energiek, deze Annek. Ze klonk deskundig en toegewijd. Ze was, zei ze, dan ook van twee kanten een boerendochter. En terwijl we zo verstandig zaten te praten, bekroop me het gevoel dat het niet netjes zou zijn haar verdriet te doen.

Ze sprak over een integrale ketenbewaking, maximale garanties voor de consument. Het was begonnen met een richtlijn van de EG en toen was op gezag van de minister een stuurgroep isteld. Op de achtergrond dus niet een ambtenaar, maar een hele batterij, een heel regiment van hun-eigen-nut-bewijzers.

In Europa wordt de koe almaar mobieler. Daarbij de verspreiding van ziekten, het risico van geknoei met hormonen en wat dies meer zij.

Sinds de oorlog hadden we de schets, een kartonnetje waarop het karakteristieke vlekkenpatroon van een kalf werd ingetekend. Dat voldeed niet meer. Bij al die egale koeien gaf de schets geen houvast. Bovendien, als het vel er eenmaal af was, hield de herkenbaarheid vde koe op. En dat oormerk, dat blijft echt tot aan het einde van de slachtlijn zitten.

In de stuurgroep was ook de chip besproken. De chip wordt ingebracht in de hals van het dier. Nadeel: soms gaat zo'n chip in zo'n koeielijf aan de wandel. Bovendien is hij tien maal zo duur: (f) 20.- tegen (f) 2.- voor een oormerk. Bovendien is het inbrengen van een chip een veterinaire handeling, terwijl de oormerken door de boer zelf gedaan kunnen worden. In dit verband: de zelfwerkzaamhevan de boer!

En o ja, er wordt een reusachtige computer gebouwd, het RIS - Runder Informatiesysteem. Voice-respons natuurlijk. De boer die belt krijgt een ingeblikte Hilde Smit aan de lijn. Zij heet hem welkom. Hij toetst zijn bedrijfsnummer in en dan: een 1 voor geboorte, 2 voor aanvoer, 3 voor afvoer, 4 voor dood. Op elk gewenst moment kan worden nagegaan waar elke gewenste koe verblijft.

Sinds oktober afgelopen jaar werd met dit systeem geexperimenteerd, vanaf 1 oktober dit jaar wordt het verplichMidden '92 moeten alle koeien ze hebben, die gele oormerken. Zelfs de Schotse runderen die onze natuurgebieden begrazen krijgen die dingen in.

Dit alles werd me door Annemiek Gielen duidelijk gemaakt en tot slot beloofde ze een pak documentatie over de post, zodat ik het allemaal nog eens kon nalezen. Maar dat wou ik helemaal niet. Ik wou niet nog meer argumenten, niet nog meer redelijkheid.

Mij ging het hierom: vanaf volgend jaar zullen we nooit er een koeiekop zien zoals hij bedoeld is. Altijd zullen die gele flappen aan de oren bengelen, altijd zul je je afvragen of dat nou in de eerste plaats treurig of belachelijk is. Nee, geloof maar niet dat het went. Je ziet toch ook nooit een koe zonder horens zonder dat je denkt: een koe zonder horens?

De koe krijgt een nummer zoals een auto, een label zoals een koffer. De koe wordt gesigneerd. Je kunt op je klompen aanvoelen dat hier mensen bezig zijn geweest om een diepgewortelde behoefte te bevredigen: wat als e ding behandeld wordt, komt er eindelijk als een ding uit te zien.

Er zijn vijf miljoen runderen in dit land en daaruit worden jaarlijks anderhalf miljoen kalfjes geboren. Die worden echt niet uit liefde van hun waardigheid beroofd.