NIEUWS

Fighting for Air. In the Trenches with Television News door Liz Trotta 396 blz, Simon & Schuster 1991, f 51,85 ISBN 0 671 67529 X

Twintig jaar lang heeft ze gewerkt als verslaggeefster en correspondente, eerst voor NBC en daarna voor CBS, en ze heeft zich - als vrouw in een mannenberoep - twintig jaar lang moeten bewijzen. Maar toen Liz Trotta uiteindelijk ook door de meeste van haar mannelijke collega's werd erkend als een ervaren, door de wol geverfde reporter, moest ze het afleggen tegen de leeghoofdige blondines die op dit moment het Amerikaanse tv-nieuws domineren. Presentatrices in plaats van journalistes, die niet op hun inhoud worden beoordeeld, maar op hun kapsel en op hun sexy uitsaling. In de wandelgangen van CBS heette het in haar laatste jaren, dat een nieuwslezeres pas voldoet als aan haar gezicht te zien is 'dat ze goed is in afzuigen'.

In haar boek Fighting for Air schildert Liz Trotta, die ten slotte wegens bezuinigingen bij CBS oneervol werd ontslagen, een schril beeld van het nieuwsbedrijf bij de Amerikaanse televisie. 'Ooit was de tvrslaggeving een serieus vak van inzicht en analyse,' schrijft ze in haar laatste hoofdstuk, 'en nu is het simpelweg een vak geworden waarin je vaak in vliegtuigen op reis bent.'

Kennis van talen en geschiedenis is niet relevant meer. Een hoog gesalarieerde presentatrice van een nieuwsprogramma suggereerde onlangs dat ze bereid zou zijn een live-interview te maken met Indira Gandhi, niet wetend dat de politica al jaren voordien was vermoord. En na haar vertrek benoemde CBS een correspondent in Moskou, die tot op de dag van vandaag geewoord Russisch spreekt.

Maar is het dan ooit anders geweest? Ja, zegt Liz Trotta: 'Er heeft wel degelijk een golden age van het tv-nieuws bestaan.' Ik wil het graag van haar aannemen, maar erg overtuigend zijn de voorbeelden uit die hoogtijjaren niet. Ook toen ze als oorlogsreporter in Vietnam werkte, waren er al herhaaldelijk botsingen met de newsroom aan het thuisfront. 'New York streefde natuurlijk altijd naar actie, naar de bang bang, zoals dat in de wandelgangen ging heten. Die filosofie leidde tot e ingebouwde vertekening in de berichtgeving, die grote zorgen baarde bij degenen die ernstig hun best deden de feiten correct weer te geven.'

Uit een memo van een van haar collega's ter plekke aan de bazen in New York citeert ze de klacht, dat sommige reportages niet voor uitzending in aanmerking kwamen omdat er teveel woorden in werden gebruikt en te weinig te zien was. Bijvoorbeeld een reportage over het schrijnende rijsttekort in Vietnam - volgens de frontverslaggevers eenelevant probleem, maar volgens de thuisbasis veel te saai. Er waren alleen zaaiende en oogstende boeren in te zien.

Het grootste verschil met nu is echter, dat het Amerikaanse tv-nieuws in de jaren zestig en zeventig steunde op de ervaring van dagbladjournalisten. Iedereen had vroeger bij de krant gewerkt, ook de bureauredacteuren die toen nog met ijzeren discipline waakten voor de gemakzucht van het cliche. Zodra een reporter zijn verslageindigde met de loze opmerking only time will tell, werd hij-zij op de vingers getikt: 'In godsnaam, hou daar mee op en leer te schrijven!'

Alleen de oudgedienden in het vak zijn nog echte schrijvers, aldus Trotta, die doen vermoeden dat achter hun woorden een grote rijkdom aan inzicht en lokale contacten schuilgaat. Een van hen is de routinier Peter Arnett, zegt ze, maar zulke reuzen sterven uit. De nieuwe generatie laat het spitwerk doen door producers en is n genteresseerd in de stand up, het stukje van de reportage waarin de verslaggever zelf in beeld verschijnt om een paar zinnen uit te spreken.

Nieuwslezers en reporters zijn sterren geworden, onderhorig aan de wetten van de show-business. De beste manier om vooruit te komen is te laten uitlekken dat je in gesprek bent met een concurrerend netwerk: 'De leiding gaat dan door de knieen, eerst qua salaris en daarna qua zendtijd, met garanties van het aantal keren dat een correspondent in beeld verschijnt t aantal keren dat hij in de studio iets kan presenteren.'

Zonder een verbitterde toon aan te slaan en zonder veel ophef over haar eigen prestaties, maakt Liz Trotta in haar smeug geschreven herinneringen duidelijk dat het televisie-nieuws in Amerika een slangenkuil is geworden vol statuszoekers en andere ijdeltuiten. Dat ze zich daarbij beperkt tot haar eigen ervaringen binnen die wereld, heeft als enig nadeel dat onvermeld blijft in hoeverre de situatie bij het nieuation CNN afwijkt van die bij de grote netwerken.