Nederlands hockeyteam ontmoet na zege (2-1) Duitsland in finale van het EK; Engelsen zonder Taylor kwetsbaar

PARIJS, 22 JUNI. De Engelsen zijn al jaren de Italianen onder de hockeyers. Ze verdedigen hard en secuur. Toch is het sinds Ian Taylor, 's werelds beste hockeygoalie, na de Olympische Spelen van Seoul is gestopt gemakkelijker geworden om door de Britse muur heen te breken. Dat bewees Nederland gisteren in de halve finale van het Europese kampioenschap door uit twee van drie strafcorners te scoren (2-1) en zodoende de eindstrijd van morgen te bereiken met, zoals verwacht, Duitsland als tegenstander.

Met de grote, dikke en sterke Taylor in het Engelse doel was het ondenkbaar geweest dat Nederland zo weinig kansen nodig had om twee keer te scoren. Floris-Jan Bovelander denkt dat hij in zijn loopbaan misschien maar vier doelpunten tegen de Brit heeft gemaakt. “Maar dat kunnen er best nog weleens minder zijn.” Hij vindt Taylor de beste doelman waar hij tot nu toe in zijn loopbaan tegenover stond. “Het leek wel of er bij hem geen bal meer in het doel paste.”

De Engelsen lijden nog steeds onder het afscheid van Taylor. Hij en Frank Leistra waren aardig aan elkaar gewaagd. Gisteren was het verschil tussen Leistra en de huidige doelman van Engeland, Sean Rowlands, duidelijk te zien. “Ik hoor hem nooit eens roepen”, oordeelde Leistra over zijn collega. De Nederlander gebruikt zijn mond des te meer, zelfs weleens te veel volgens zijn ploeggenoten. Leistra tiert en vloekt af en toe flink tegen zijn verdedigers. Zijn stem schalmt dan over het kunstgras. De spelers zeggen er inmiddels aan gewend te zijn. Rechtsachter Wouter van Pelt werd in het begin “gestoord” van Leistra's geschreeuw. “Maar ik geef hem tegenwoordig altijd gelijk, ook als hij dat niet heeft.” Voorstopper Jean-Pierre Pierie vindt dat Leistra “goede technische opmerkingen maakt. En de krachttermen die daarna volgen vergeet ik maar meteen.”

De 31-jarige Leistra zelf zegt er “flink van te balen” dat de aandacht op zijn houding in het veld wordt gevestigd. “Ik ga natuurlijk weleens te ver met mijn aanwijzingen, maar dat gebeurt in de emotie van het spel. Het moet wel gebeuren. Sommige spelers doen bepaalde dingen nu eenmaal niet uit zichzelf. Die hebben even een vloek nodig. Mijn geschreeuw valt nu meer op dan vroeger omdat je tegen ervaren spelers als Klaassen, Kooijman en Diepeveen niets hoefde te zeggen.”

Leistra heeft nu een jonge defensie voor zich. Afgezien van Bovelander staan er spelers die relatief weinig interlands hebben gespeeld: Pierie dertig, Van Pelt drieentwintig en Jazet achttien. De Nederlandse verdediging werd gisteren tegen Engeland na een lange reeks van vrijblijvende partijtjes voor het eerst serieus getest. Zij slaagde met een dikke voldoende. Dat moest ook Leistra beamen. Met name Pierie deed het goed als bewaker van de doorgewinterde klassespits Sean Kerly. Hij dook regelmatig ballen voor de stick van zijn tegenstander weg.

Een keer ging hij daarin halverwege de tweede helft te ver. Pierie haalde Kerly neer en moest van scheidsrechter Wolter met een gele kaart bijna zeven minuten lang aan de kant uitrusten. Met Brinkman als tijdelijke waakhond van Kerly kwam Oranje dat toen al met 2-0 leidde (doelpunten van Bovelander en Parlevliet met een cornerrebound) deze periode met tien man zonder kleerscheuren door. Pierie was echter maar net weer in het veld terug toen hij met een actie van hem tegen Kerly een strafbal tegenkreeg. Zelf vond de verdediger van Kampong dat nogal zwaar bestraft. “De scheidsrechter hoorde wat stickgekletter en wees naar de stip.”

Jon Potter scoorde van zeven meter 2-1 en met nog twaalf minuten te gaan kwam de Nederlandse voorsprong alsnog in gevaar. Vlak voor tijd kregen de Engelsen nog een strafcorner toegekend, maar weer stond Leistra op de goede plaats. De keeper moet morgen bewijzen dat hij ook tegen de kanonskogels van de Duitser Fischer, in de halve finale tegen Sovjet-Unie (4-0) twee keer succesvol, bestand is. Nederland-Duitsland zal zeker een aantrekkelijkere wedstrijd zijn dan Nederland-Engeland van gisteren. Mede door het stugge dekken van de Britten kende het duel vele onderbrekingen en zorgde het vele gefluit van de scheidsrechters ervoor dat de halve finale het karakter kreeg van een waterpolowedstrijd.

De beide finalisten van morgenmiddag vertoonden afgelopen seizoen een hele opmerkelijke gelijkenis. De spelers van zowel Nederland als Duitsland wilden hun coach weghebben. Het verschil was dat dat in tegenstelling tot de kwestie-Bianchi bij de Duitsers wel lukte. Dat kwam omdat de internationals zich daar harder opstelden dan de Nederlandse hockeyers. De Duitsers zeiden keihard in november niet naar het toernooi om de Champions Trophy in Australie te zullen reizen als Klaus Kleiter, de niet meer gewenste bondscoach, zou meegaan. Daarop haalde de Duitse hockeybond bakzeil, zij het met grote tegenzin. Voorzitter Rommel zei alleen tot de vervanging van zijn vriend Kleiter te zijn overgegaan omdat Duitsland anders bij de Champions Trophy zou ontbreken en dat zou, aldus de praeses, de organisatoren in Australie in gevaar brengen.

Trainer Bernhard Peters werd gevraagd om de dag na zijn terugkeer met de nationale jeugdploeg uit Lahore als vervanger van Kleiter met het A-team naar Australie te vertrekken. Hij kreeg een selectie mee die vreemd genoeg nog door Kleiter was aangevuld tot zestien man en die een onevenwichtige samenstelling kende. Desondanks eindigden de Duitsers in Melbourne derde achter Australie en Nederland.

Aan het begin van dit jaar werd Paul Lissek tot bondscoach benoemd. Deze ex-international was al lang voorbestemd om zijn plaatsgenoot Kleiter op te volgen. Onder deze strenge dokter is de rust bij de Duitsers weergekeerd. Wel moest hij afscheid nemen van Stefan Blocher. De blonde vedette van het Duitse hockey besloot in de bus op weg naar het hotel na een training tijdens een zeslandentoernooi in Madrid in april ineens om als international te stoppen. Blocher zei de zware trainingen niet meer aan te kunnen. Hij zou tevens, zo wordt gezegd, bij Lissek niet de invloed hebben die hij bij Kleiter wel had. De nieuwe bondscoach is streng en duldt geen tegenspraak. De ploeg vaart er vooralsnog wel bij.