'Mijn opmerkingen over uitzetten betroffen alleen criminele illegalen'; Hoofdcommissaris Nordholt waarschuwt voor 'ongelukken'; Harde aanpak illegalen ongewenst

AMSTERDAM, 22 JUNI. Er is, in al die weken, welgeteld een politicus geweest die hem om een toelichting over zijn uitspraken vroeg: het Amsterdamse VVD-raadslid Annelize van der Stoel. De alom geciteerde Amsterdamse hoofdcommissaris E. Nordholt is nog steeds verbluft over de merkwaardige manier wa zijn uitspraken over de achterstandssituatie van buitenlandse jongeren een geheel eigen leven zijn gaan leiden. “Ik probeerde met mijn verhaal een integraal beeld te geven van de problemen waarmee ik als hoofdcommissaris van Amsterdam wordt geconfronteerd. Zo'n verhaal is uit een aantal elementen opgebouwd. En wat je dan ziet is dat iedereen met een element uit zo'n verhaal op de loop gaat, hetzij omdat in hgen redenatie past, hetzij omdat het allerlei angsten bevestigt, hetzij omdat het op een bepaalde manier politiek bruikbaar is.”

Het merkwaardigste vond hij nog de brieven die hij van sommige mensen kreeg die alleen maar zo'n deel van het verhaal gehoord hadden. 'U wilt criminele illegalen aanpakken', schreven ze bijvoorbeeld, 'maar beseft u wel dat het vooral gaat om hun achterstand op het gebied van onderwijs en werkgelegenheid?' “Ik zag dan in zo'n brief mijn eigen, complete verhaal als het ware weerkaatst, maar dan in de woorden van een ander.”

In het debat van de afgelopen weken zijn volgens Nordholt een aantal zaken door elkaar gehaspeld. “Ik pleit al jaren voor een stevige aanpak van de werkgelegenheidsproblematiek. Dat geldt voor veel van die buitenlandse jongeren. Marokkaanse jongens komen hier in het kader van de gezinshereniging, maar ze hebben een enorme achterstand op het gebied van taal en opleiding, op de arbeidsmarkt worden ze gediscrimineerd en zo lopen zr rond, zonder werk en zonder toekomst. Bij de Antillianen en in mindere mate de Surinamers jongeren geldt iets soortgelijks. Langzaam komen die jongeren in criminele milieus terecht, en op dat moment worden wij als politie ermee geconfronteerd. We pakken ze op, dat is ons werk, ze komen een half jaar in de cel en dan gaan ze de straat weer op, zonder enig perspectief en dan beginnen we van voren af aan. Als baas van dit corps zie ik nu dat die groep steeds groter woen dat vooral de recidivisten steeds verder wegzakken. Onze cellen en gevangenissen worden voor een steeds groter deel bevolkt door deze jongens.”

Nordholt vertelt dat de Amsterdamse politie al in contact is getreden met de werkgevers van het KNOV in een poging om voor die jongens werk te vinden, maar hij benadrukt dat er veel meer moet gebeuren. “Als alle mooie beleidsplannen ten aanzien van migranten werkelijkheid worden dan blijft deze groep jongens nog buiel, omdat ze veel te weinig onderwijs hebben gehad en een crimineel verleden hebben. Bovendien gaat het hier niet om grote fraude's en milieudelicten, maar om roofovervallen en dergelijke. Dat is precies het soort delicten dat heel veel onveiligheidsgevoelens bij de mensen oproept. En we moeten ultra-rechts niet de kans geven om die gevoelens te exploiteren. Geheel los daarvan, zo benadrukt Nordholt, bestaat er in de grote steden een tweede probleem: de illegale zwerfjongeren uit Noord-Afrika, die overal in Euneerstrijken, ook in Nederland. “Die jongens hebben geen enkele band hier, ook niet met migranten, en komen hier alleen maar om te roven, te jatten, te stelen en te dealen.” De politie spoort hen op, zet hen vast en stuurt ze terug. “Mijn veel aangehaalde uitspraken over het uitzetten van illegalen sloegen met name op deze groep. Het ging mij alleen om de criminele illegalen, met de nadruk op het woord crimineel.”

Het derde vraagstuk betreft volgens Nordholt de ('one' illegale vreemdelingen. Volgens hem zal, gezien zowel de Oost-West als de Noord-Zuid verhoudingen in de wereld, de toestroom van deze vreemdelingen alleen maar toenemen. “ Dat probleem is door de regering tot dusver alleen maar op een formele manier benaderd: mag iemand hier zijn. Die vraag moet ook zeker gesteld worden. Maar al die mensen worden, juist omdat ze illegaal zijn, ook weer vreselijk uitgebuit: door werkgevers hier, door koppelbazen en door mafia-achtorganisaties waar ze vaak al hun geld aan gegeven hebben en die hen vervolgens hier bijna letterlijk op straat dumpen.”

Nordholt benadrukt dat hij weinig nieuws vertelt en dat de meeste van deze ontwikkelingen al jaren zijn voorspeld in regeringsnota's en wetenschappelijke stukken. “Alleen beginnen wij als politie nu te merken dat het hier en daar inderdaad fout gaat. Ik moet daar iets van zeggen. Onze signalerende functie gaat vandaag de dag verder dan het melden van een file op de A2 en het noteren van een kapotte lichtmast.”“Het enige dat ik kan doen is onze organisatie zo opbouwen dat die dicht bij de mensen komt te staan. Daar zijn we, met de wijkteams, ook druk mee bezig. En verder is mijn belangrijkste opgaaf als politiechef om ervoor te zorgen dat alle mensen in deze stad ook in de jaren negentig in vrede met elkaar kunnen blijven leven. Daarbij moet ik ook uitgaan van de maatschappelijke realiteit dat er alleen al in Amsterdam vermoedelijk ook enkele tienduizenden illegalen zijn en dat onze economie ze nodig heeft. Want hoe illegaal is de Nederlandse illegaal eigenlijk? Ze draaien volop mee in het arbeidsproces, met name in de confectie, de tuinbouw en de horeca. Het is toch hypocriet om net te doen alsof dat niet zo is?”

Nordholt vreest dat uitsluitend een harde aanpak van illegalen, zoals hier en daar bepleit is, ongelukken zal veroorzaken. Datzelfde geldt voor de voorgestelde identificatieplicht dieeen vreemdelingen betreft. “Dat kan niet anders dan tot grote spanningen leiden.”

“Ik loop door zo'n stad als Amsterdam, ik weet dat er duizenden en duizenden illegalen zijn, ik weet dat ze vaak heel hard moeten werken, angstig zijn, weg moeten kruipen, dat ze vaak in erbarmelijke omstandigheden moeten leven. Natuurlijk besef ik dat als die stroom aanhoudt we in dit volle land in de problemen komen. Maar moet je mensen die hier al acht of tien jaar werken er nu opeens gaan uitzetten? Dat zou zeer onrechtvaardig zijn?”

“Als u vraagt: gaat Nordholt op alle illegalen jagen, dan is het antwoord eerlijk gezegd: nee. Ik vind dat dat niet kan, nog los van de vraag of we er de capaciteit voor hebben. Het kabinet en de Tweede Kamer zijn wat dat betreft aan het woord.”