Mamio Krioro en Les Tetes Brulees in Melkwegfestival; Dansen op nieuwe geluiden

Concert: Tweede avond van het World Roots Festival met de Surinaamse groep Mamio Krioro en Les Tetes Brulees uit Kameroen. Gehoord: 21-6 Melkweg Amsterdam. Vanavond nog N'Gewel Saf Sap uit Senegal en Pepe Kalle & Empire Bakuba uit Zare, zondag Finaon uit Kaapverdie.

Wie mooi wil zijn moet lijden, wil de vijsheid en het was dan ook geen verrassing dat de groep Les Tetes Brulees er vannacht bijna bij neerviel. Een keer vielen zij zelfs echt maar toen hoorde het bij de show. Het was vannacht tropisch heet in de afgeladen Melkweg maar de uit Kameroen afkomstige heethoofden hadden zich nog eens extra warm ingepakt, respectievelijk uitgedost. Afgezien van vrolijke beschilderingoegen zij alle kledingstukken en attributen die tegenwoordig bij een hip(hop) gezelschap horen: buitenmodel sportschoenen, felgekleurde kousen, kniebeschermers zoals ijshockeyers ze dragen en opvallende zonnebrillen. Een soort babydoll voltooide hun toilet, alleen de leadzanger droeg ter onderscheiding nog een kek rugzakje mee, altijd handig om nog wat extra's mee te dragen, je weet maar nooit.

Ook wat het instrumentarium betreft bleek de groep de Kameroense klei ruimschoots ontwassen: de galm- en repeteerapparatuur loeide dat het een aard had. Ook hier onderscheidde de leadzanger zich door de beschikking over een soort elektronische black box waar niet-identificeerbare geluiden uitkwamen. Dat hij er driftig bij bleef springen was pure winst, zij het alleen visueel. De drummer volhardde bij dit alles volhardde in acht accenten per maat en dat was enigszins teleurstellend, maar de dansers konden het wel waarderen.

De Surinaamse negenmansgroep Mamio Krioro uit 'Amsterdam-zuidoost' deed het eerder op de avond zonder ers. De groep legt zich toe op kawina-muziek, een wereldse vorm van de rituele winti, en net als dat genre sterk Afrikaans getint. De heethoofden uit Kameroen bijvoorbeeld zullen er waarschijnlijk van opgekeken hebben. Met schudbuizen (siksaks), een kwakwa-bangi, een bankje dat met twee stokken wordt bespeeld, en trommen van allerlei aard werden interessante polyritmische patronen geweven. Nog wat oefenen op de a capella zang en de optredens worden nog onderhour.