Laatste kunststukje van speler die tennis in zijn eentje redde

,Na Borg was plotseling alles anders'', heeft John McEnroe zich in een van zijn weininostalgische buien recent nog eens laten ontvallen. De 32-jarige Amerikaan heeft zijn meest heroische gevechten - waaronder een tie-break van 18-16 in de vierde set in de finale van 1980 - op Wimbledon vooral met deze Zweed geleverd. Halverwege de jaren tachtig deed de fitness-rage, de introductie van futuristisch materiaal als bijvoorbeeld het wide-body racket en een generatie zogeheten hard-hitters zijn intrede in de tennissport. Zaken die een artiest pur sang als John Patrick McEnroe met afschuw vervulden. Tien jaar na zijn eerste overwinning op Wimbledon en aan de vooravond van zijn dertiende optreden in het hoofdtoernooi op de banen van de All England Club, aast de nu 32-jarige grootmeester op een laatste kunststukje. En hoewel de ambities ten opzichte van het roemrijke verleden noodgedwongen iets zijn bijgesteld ('misschien kan ik nog een bedreiging vormen voor de groten') leeft de legende onverminderd voort.

ROTTERDAM, 22 JUNI. Het was alsof vorige week in de Davis-Cupontmoeting tussen de Verenigde Staten en Spanje op de banen van het casino van Newport, Rhode Island, oude tijden voor John McEnroe herleefden. McEnroe had net de Spanjaard Tomas Carbonell in drie setverslagen. De speler uit Barcelona mag dan in de tennissport niet meer dan een aardige krabbelaar op gravel zijn, maar toch... “Misschien is dat nog wel de grootste frustratie”, verklaarde McEnroe tegenover het Engelse zondagsblad The Observer. “Dat je jezelf tegenwoordig moet opladen voor spelers die je vroeger bij wijze van spreken op de baan niets eens zag staan. Tegenwoordig moet ik meer tijd in de tennissport steken met als resultaat minder succes. Dat is moeilijk. Vroeger kon ik vijf minuten voor een wedstrijd uit mijn bed komen en dan was alles op de baan okay. Tegenwoordig verflauwt mijn aandacht al als ik van de baan naar huis rijd. Mijn kinderen zijn totaal niet genteresseerd hoe ik tennis. Ze zijn alleen benieuwd naar de cadeautjes die ze krijgen als ik een tijdje op reis ben geweest.”

Ruim 5000 mensen waren in Newport uitgelopen om hem speciaal te zien. Handtekeningen-jagers, kinderen, miljonairs, bewonderaars die hem een schouderklopje preerden te geven en een jonge vrouw die uitriep: “Veel succes op Wimbledon”. McEnroe reageert vriendelijk op dit soort reacties. Het is precies de ondersteuning die hij nog steeds nodig heeft om op de tennisbaan tot zijn beste prestaties te komen.

Onwillekeurig gaan de gedachten daarbij terug naar 1981 toen John Mc Enroe de eerste keer Wimbledon won, een prestatie die hij in 1983 en 1984 nog twee keer zou herhalen. Wimbledon en McEnroe, een erg gelukkig huwelijk is het nooit geweest. Ma zelfs in de donkerste momenten op de grasbanen aan de Church Road, wist McEnroe zich altijd gesteund door zijn familie, eerst zijn ouders en broers Mark en Patrick, later door zijn vrouw Tatum O'Neill.

“Misschien heb ik hem vroeger wel te veel verwend”, oordeelt Kay McEnroe over het gespleten karakter van haar oudste zoon. Zij wist dat zij in 1970 niet het gemakkelijkste kind afleverde op de Port Washington Tennis Academy in New York bij Tony Palafox, een voormalig Mexicaans Davis-Cupspeler, die al snel gefascineerd raakte van het tenniswonder en een vriend van de McEnroe's werd voor het leven. Met Harry Hopman, de Australische Davis-Cupcoach die in die jaren ook rondliep op de tennisacademie, heeft Palafox de grootste invloed gehad op de technische ontwikkeling van het tennisspel van McEnroe. Hopman zag in McEnroe een combinatie van de beste slagen van Laver-Rosewall-Emerson, spelers die hij allemaal onder zijn hoede had.

Hoe voorzichtig McEoe werd gelanceerd blijkt uit het feit dat hij in de Verenigde Staten nooit de nummer een bij de junioren is geweest, een positie die hij op de wereldranglijst bij de profs vier jaar ononderbroken zou innemen. McEnroe ging naar college, werd universiteits-kampioen van de Verenigde Staten en verbijsterde de tenniswereld door in 1977 op 18-jarige leeftijd door te dringen tot de halve finale op Wimbledon. Drie jaar later stond hij al in de finale, waar Borg in vijf sets net te sterk bleek. Maar een jaar later werd de Wimbledon-keizer door McEnroe definitief van zijn troon gestoten.

Dat zijn excessieve gedrag op de baan soms onacceptabele vormen aannam, zijn boetes tegen het eind van het toernooi waren opgelopen tot 10.000 dollar en McEnroe het ere-lidmaatschap van de All England Club waar iedere winnaar van Wimbledon recht op heeft, ontzegd werd, maakte het succes van de jonge Amerikaan er voor de buitenwereld alleen maar opwindender op.

Tegen de Schotse umpire, wing commander George Grime, schreeuwde McEnroe you're a disgrace to mankind. Om vervolgens doodgemoedereerd met de mededeling te komen dat hij het tegen zichzelf had. “Mag ik zoiets soms niet tegen mezelf roepen?”, bitste big Mac de roodaangelopen umpire toe. De lijst van dit soort incidenten is eindeloos, hoewel het opgewonden temperament en de woedeuitbarstingen in de loop der jaren zijn afgenomen en iets beter door McEnroe worden beheerst. Wat dat betreft valt een parallel trekken met de teruggelopen prestaties. Want in de rol van een schreeuwende clown die niets presteert ziet de intelligente Amerikaan weinig.

McEnroe heeft in zijn carriere 77 toernooien gewonnen, waaronder ook vier keer de US Open op Flushing Meadow. Vorig jaar zegevierde de multi-miljonair, die alleen al voor twaalf miljoen dollar officieel prijzengeld in de boeken staat, alleen in Bazel. In 1991 bleef het succes beperkt tot een overwinning in het indoor-toernooi van Chicago, waarin hij in de finale zijn broer Patrick versloeg. 1984 was zijn absolute topjaar. In dat seizoen won hij zowel de Masters, Wimbledon als de US Open en verloor hij in tachtig partijen alleen van Amritraj, Lendl en in de Davis Cup van Sundstrom. Connors was na de Wimbledon-finale van 6-1, 6-1, 6-2, zo ontgoocheld dat hij constateerde: “Ik zal nooit erkennen dat McEnroe een betere speler is dan ik. Maar vandaag heb ik tegen een speler gestaan die een soort tennis produceerde van een andere planeet.”

De verraderlijke eerste service, de diep geslagen tweede bal en het schitterende volleren waren de voornaamste handelsmerken van de linkshandige Amerikaan (1.80 meter, 75 kilo), die alleen op gravel niet goed uit de voeten bleek te kunnen. Ook dit jaar liep hij op Roland Garros in de eerste ronde alweer tegen een deprimerende nederlaag aan. Hoewel McEnroe in Parijs in 1984, zijn topjaar waarin hij 13 toernooien won, pas verloor na in de finale twee sets te hebben voorgestaan van Lendl.

McEnroe's techniek werd nog aangescherpt in het dubbelspel, waar hij jarenlang met partner Peter Fleming onverslaanbaar was. In deze categorie won McEnroe acht Grand-Slamtitels. Peter Fleming was jarenlang zijn beste vriend op reis. Later werd die rol overgenomen door zijn Italiaanse manager Sergio Palmieri. Halverwege de jaren tachtig was McEnroe zo superieur dat Ion Tiriac uitriep: “Met Nastase is er nooit een betere tennisser geweest dan McEnroe. Hij heeft de afgelopen jaar in zijn eentje het tennis gered.” Het was geen gering compliment van de zaakwaarnemer van Boris Becker, die met de Duitser de superster van de jaren negentig had binnengehaald. Maar meer dan het feit dat beide spelers in Duitsland zijn geboren (McEnroe in een ziekenhuis van de Amerikaanse luchtmacht in Wiesbaden) en uiterst intelligent zijn, heeft McEnroe met Boris Becker toch niet gemeen.

Nadat McEnroe in 1986 zes maanden en in 1987 na een schorsing op de US Open zelfs zeven maanden lang het tennis voor gezien hield, kwam de kentering in de absolute successen. Een andere generatie jonge gretige spelers nam de opengevallen plaats aan de top als aasgieren in. Maar McEnroe meent: “De wens om zolang mogelijk mee te blijven doen is sterk in mij aanwezig. Soms denk ik: 'er zijn toch wel meer dingen in het leven die de moeite waard zijn dan het tennis', maar aan de andere kant kan ik me geen mooier leven voorstellen dan dat van profatleet. Dat dualisme houdt me sterk bezig. Het probleem is dat iedereen qua motivatie, talent en leeftijd slechts een beperkte tijd heeft om aan de absolute top te kunnen blijven presteren. Maar ik heb dat langzaam maar zeker leren te accepteren. Hoewel het best frustrerend is om tegenwoordig te verliezen van spelers waartegen die mogelijkheid vroeger niet eens aan de orde was. Maar het probleem is de buitenwereld iedereen heeft een beperkte tijd van succes, maar de mensen denken wanneer die voorbij is dat je dan zelfmoord zult plegen of zoiets.”

Teruggrijpen naar het verleden heeft voor hem geen zin. McEnroe: “Ik kan me wel van alles afvragen. Had ik niet beter zus of zo. Maar de realiteit is dat ik een prestatielijst heb opgebouwd die fantastisch is. Alleen blijft de drang naar nog een grote overwinning. Het is al zo lang geleden dat ik nog echt iets belangrijks heb gewonnen. Daar blijf ik naar streven. Ook op Wimbledon. Ik speel daar dit jaar nog en misschien ook volgend jaar nog. Ik wil niet dat het publiek zich over mij bekocht voelt. Ook voor mezelf moet ik er van overtuigd zijn dat ik nog een kans heb te winnen wanneer ik de baan op stap.”

Dat laatste was beslist niet het geval toen hij afgelopen woensdag op de Manchester Open in twee sets (7-6, 7-6) verloor van de Italiaan Christiano Caratti. McEnroe smeet ouderwets met zijn racket, kreeg een waarschuwing, waarna de uitgebreide populaire pers in Engeland het koppen als 'McEnrow' en 'Angry Mac's Back in the Old Routine', alweer vergenoegd door de mangel haalde als opwarmertje voor Wimbledon.

Buiten de sport hebben muziek en het verzamelen van kunst zijn meer dan gemiddelde belangstelling. Maar het tennis helemaal loslaten? Het lijkt nog ver weg voor McEnroe, die al tijden met plannen rondloopt een tennisschool te stichten voor de minder bedeelde jeugd. Want tennis is in de Verenigde Staten een elitesport. Wat dat betreft komt ook McEnroe, wiens vader na zijn destabilisatie in Duitsland zijn advokaat en zaakwaarnemer is geworden, bepaald niet van de straat.