Kwaadaardige vertekening

HET KAMERLID Van den Burg (CDA) maakt zijn pleidooi voor politieke benoemingen in de Hoge Raad alleen maar erger.

De beweerde oververtegenwoordiging van D66 laat hij bij nader inzien vallen. Nu gaat het om strengere rechters. Het CDA heeft volgens hem “al jaren het gevoel dat de rechterlijke macht te verlicht staat tegenover criminaliteit”. Iets dergelijks zei de geestverwante premier Lubbers ook al eens, maar toen hte het nog slechts hardop denken over de doorsnee-boete. Van den Burg mikt op het benoemingsbeleid en treft daarmee de rechterlijke onafhankelijkheid in het hart.

Zijn jongste boutade kan niet anders worden gekwalificeerd dan als een kwaadaardige vertekening. Als afgestudeerd jurist - wat heet: als voormalig advocaat - kan Van den Burg weten dat de Hoge Raad slechts indirect te maken heeft met de concrete strafmaat. Het hoogste rechtscollege spreekt zich alleen uit overechtsvragen, maar kan feitelijke vaststellingen slechts in beperkte mate overdoen. Juist met betrekking tot de straf laat de wet in dit land de rechter sinds jaar en dag, in goede en in kwade tijden, een grote speelruimte. Zelfs bij moord gaat deze van een dag gevangenis tot twintig jaar of levenslang.

DIT RAAKT de kern van de onafhankelijke rechtspleging in ons land. Deze is opgedragen aan professionele, wetenschappelijk gevormde en onafzetbare rechters. Niet aan een politiek osociaal afspiegelingscollege. Natuurlijk kan de rechterlijke macht de maatschappelijke werkelijkheid slechts op gevaar van verlies van overtuigingskracht buitenspel zetten.

Een enkele blik op de justiele statistiek leert dat het strafklimaat in ons land bepaald niet immuun is voor maatschappelijke invloeden, zoals de roep om een no-nonsense strafrecht. Van den Burg zou zich beter kunnen afvragen of de botte, harde lijn wel zoveel helpt.

Gevaar loopt eerder de kritische functie van de strafrechter, getuige het feit dat dingen die onze rechters doorlaten door internationale instanties voor de mensenrechten moeten worden gecorrigeerd.