J.J. de Bom na tien jaar nog steeds krankzinnig

J.J. de Bom, voorheen de Kindervriend. Zaterdag, Ned.1, 16.59-17.30u

Voor de tweede achtereenvolgende zomer herhaalt de VARA een aantal afleveringen van J.J. de Bom, voorheen De Kindervriend, het kinderprogramma dat vroeger werd aangekondigd voor ''kijkers van negen tot negentig jaar en ouder''.

Op de hoes van onze gridraaide, uit 1979 daterende grammofoonplaat wordt J.J. de Bom de hemel ingeprezen door Prof. Dr. Werenfridus Jongerius: ''Als man van de wetenschap is het mij een raadsel hoe het de makers van dit programma - die enkele jaren geleden nog zo hoog scoorden met De Stratemakeropzeeshow - toch weer gelukt is om spiksplinternieuwe wegen naar de zwaarbeproefde kinderziel te ontdekken. Angst, woede, verdriet en onmacht, alles is aanwezig. Deksels nog aan toe, wat studiestof. Daar kunnen we bij ons op de universiteit weer een paar jaar mee vooruit. Toch is het ook een vrolijk programma en dat komt natuurlijk door de dwaze sketches, die ons laten lachen om de krankzinnigheid van het leven.''

Zoals iedere J.J. de Bom-vriend weet, is de hooggeleerde een blaaskaak, maar hij had gelijk. En hij heeft nog steeds gelijk, want ook na tien jaar is de show van regisseur Frans Boelen, van het Schrijverskollektief en Harry Bannink, Aart Staartjes, Joost Prinsen en Wieteke van Dort, Nederlandse kindertelevisie van een nauwelijks overtroffen niveau, ooit terecht onderscheiden met de Nipkowschijf.

In hoog tempo wisselen sketches, liedjes en min of meer serieuze commentaren elkaar af. Elke uitzending heeft een thema - winkeldiefstal, seks, angst voor oorlog - dat kinderen zelf hebben aangereikt: ''Jongenlief, meisjelief, heb je zorgen of gedonder - Schrijf de Kindervriend een brief, zet je naam eronder (maar 't mag ook wel zonder)Samen met de hysterische Titia Konijn en met de somberste speelgoedwinkelier van Nederland Jan de Bom buigt postbode Hein Gatje zich over het door hem verzamelde kinderleed. De toon is kritisch, een tikje opruiend en solidair met kinderen, zonder klef te worden.

De aflevering over kindertehuizen bijvoorbeeld, opent met twee verlopen types die een moeder proberen geld af te persen - ''Goedemiddag, wij zijn van de Kinderbescherming en we komen uw kind beschermen'' - gevolgd door de 'deskundige', die sec enkele vreselijkheden vertelt over haar zeventien jaar in een tehuis. Er zijn hilarische scenes met een jongen die in zijn toekomstige pleeggezin vol antiek onbeheerst om zich heen maait of met de groenteman, die na een tranentrekkend verhaal over de psychische problemen van appels en peren een weekhartige klant een zak rot fruit in de maag splitst. En dan klinkt er plotseling een zigeunerlied, dat je zonder pardon naar de strot grijpt, bits gezongen in een doolhof van verbodsborden: ''We houden van orde en regelmaat, we worden heel zenuwachtig - Als iemand z'n eigen wegen gaat in 1981.''

Dat het allemaal al zo lang geleden is, blijkt soms uit een kledingstuk of een onderwerp - vegetarisch eten - dat minder dringend is geworden. Het vakmanschap, de betrokkenheid en de lol van de makers staan echter onaangetast overeind.

Maar met de VARA en de kindertelevisie zal het nooit meers worden: eerst schoppen ze zo'n programma de deur uit en dan gaan ze het in de komkommertijd herhalen!