JE BENT LINKS EN JE WILT WAT

Alles moest anders. Het onvervuld verlavan een linkse generatie door Arnold Koper, Constant Vecht en Max van Weezel (eindred.) 223 blz., Nijgh & Van Ditmar 1991, f 34,90 ISBN 90 388 8402 8

Laatst zag ik er nog twee. Koud twintig, schutterig vlas baardje, verlegen ventend met de Internationale Rode Tribune. Laat het Proletaries links, of de Kommunistiese Nieuwsbrief zijn geweest, daanblik stemde zachtmoedig. Iedereen heeft immers het recht op zijn eigen dwaalleer, hoogmoed en valse illusies.

Dat geldt voor Jehova's Getuigen evenzeer als voor leden van de Communistische Partij Nederland. Maar die eersten hebben nog altijd hun Bijbel om onder te schuilen, terwijl de laatsten sinds de ondergang van het reeel bestaande socialisme en de opheffing van de Partij lelijk in de kou staan. En dat terwijl al een tijd zo guur was in de hoek waar de linkse utopieen werden gekoesterd.

Het echec van het Marxistisch-Leninisme is nu defini, maar al sinds de Russische Revolutie is er een stroom van Westerse spijtoptanten geweest die afgerekend hebben met hun geloofsartikelen. The God That Failed was de alleszeggende titel van het boek waarin Arthur Koestler, Andre Gide en Stephen Spender bijvoorbeeld in de jaren vijftig verhaalden over hun breuk met het communisme. En sindsdien zijn er vele politieke testamenten van voormalige kameraden verschenen, zeker in landen waar de Partij een factor van betekenis. In Frankrijk gold de 'bekentenis-literatuur' zelfs als een heus genre. Een voorbeeld daarvan was het droog-komische Paris-Montpellier. P.C.-P.S.U. 1946-1963 van de historicus Emmanuel Le Roy Ladurie. Terugblikkend kon hij niet begrijpen hoe hij in vol bewustzijn tot zijn vurige flirt met het Stalinisme was gekomen: 'L'enigme n'est pas eclaircie,' schreef hij.

Dat raadsel wordt ook niet opgeheldert in Alles moest anders. Het onvervuld verlangen van een linkse generatie, een bundel met herinneringen meest Amsterdamse journalisten aan hun jaren als gestaald kader. Misschien komt dat omdat deze verzameling getuigenissen eigenlijk niet over een onvervuld verlangen gaat, en ook niet over een linkse generatie. Volgens mij gaat dit boek juist over een vervuld verlangen van een groepje politieke ambitieux, en over hoe dat allemaal tegenviel.

HILARISCH

Het is een zonderlinge bundel geworden. Intrigerend ja, hilarisch af en toe, verhelderend veel minder, en zeker niet diepgravend. Deele PSP-er (Andree van Es), de ouder wordende journalist wiens engagement langzaam uitdooft (Max Arian), de snelle jongen die ooit drie jaar 'sympathiseerde' met de SJ (Fons Burger), de feministen die weten te verhalen van de onderlinge twisten (Marjo van Soest en Anja Meulenbelt) vallen uit de toon. Er is au fond weinig opmerkelijks aan hun betoog. De herinneringen van de trotskist Joost Kirscz en de universitair docent Kees van der Pijl zijn grap persiflages op de toenmalige ideologische verbetenheid ('Marx' analyse dat de vermaatschappelijking van het kapitalisme de grondslag van het socialisme legt en er de subjecten voor creeert, blijft voor mij geldig' - ik denk althans dat het om persiflages gaat).

Des te interessanter zijn de verhalen van de anderen (zoals Anet Bleich, Max van Weezel, Elsbeth Etty, Constant Vecht, Erik van Ree, Gijs Schreuders) die niet zomaar links waren, maar willens en ws in de jaren zeventig baasjes in de CPN werden. In sommige gevallen bleven ze tot diep in de jaren tachtig lid. Zij waren de laatste 'generatie' die in ons land tot de Partij is toegetreden. En dat was ook in die tijd andere koek dan eens wat meelopen met een anti-oorlogsdemonstratie.

Natuurlijk schrijven de spijtoptanten over hun nobele motieven, over hun illusie van een autonome opstelling, over hun vertwijfeling toen langzaam het besef van hun plichtigheid doorbrak, en over de onafwendbare breuk met een ten dode opgeschreven organisatie. Veel, erg veel, belangstelling is er voor de eigen Werdegang - zelden werd het begrip 'ego-document' zo letterlijk opgevat als in de bijdrage van Constant Vecht waarin het woord 'ik' bijna 200 keer voorkomt.

TURBULENTIES

Minder aandacht is er voor de Nederlandse maatschappelijke verhoudingen in de tijd dat zij lid van de Partij waren. Tijdens de jaren zeventig konden immers de turbulenties van het voorafgaande decennium verzilverd wen. In Nederland had de zittende elite zich vrij snel geaccommodeerd aan de aanstormende jeugd, en de welvaartsgroei deed de rest. Er was een baaierd van vrijkomende posities in de top van de maatschappelijke piramide. De universiteiten expandeerden, de politiek-maatschappelijke instellingen expandeerden, de overheid expandeerde. De sector van de 'Sinn-produktion', zoals de Duitse socioloog Helmut Schelsky dat omschreef, maakte hoogtijdagen dooEr was ruimte voor de opkomst van de nieuwe 'Sprachherrschaftsklasse'.

Het is dan ook nadrukkelijk een misvatting van een der scribenten om te spreken van een 'verloren generatie'; integendeel: het gaat hier om mensen die de sociale wind zeer in de rug hadden. Na hun CPN-tijd zijn ze dan ook allemaal toch nog mooi terechtgekomen.

Maar: was het dan niet heel begrijpelijk om in de jaren zeventig lid van de Partij te worden? Gezien de oorlog in Vietnam, gezien de toestanden in Chili en ZuAfrika? Neen, dat was het niet. Niet voor niets verloor de CPN bij de verkiezingen van 1977 op catastrofale wijze 5 van de 7 zetels. Ook aan de universiteiten waren het alleen nog de keiharde, aan hun zetels klevende studentenbestuurders die lid waren of werden. Wel was er toendertijd een vage verhoging van de status van de Partij ('Marcus Bakker is zo'n goede parlementarier'), zeker toen die het voortouw nam bij de protesten tegen de kruisraketten.

Blijft de vraag: hoe kan het dat welkende mensen in die tijd nog vielen voor de totalitaire verleiding en lid werden van een gezelschap provinciale stalinisten? Was het zelfopoffering, recalcitrantie, politieke naeviteit, of wellicht een instrumentele stap naar macht en status?

Bij nadere beschouwing van dit boek ziet de Partij er verdacht veel uit als een voorportaal naar prachtposities (journalist, hoofdredacteur, partijbestuurder, men was het snel in dit hechte groepje). Dan lijde flirt met het communisme ook meer een kwestie van onbewuste anticiperende socialisatie, aanpassing aan de regels van de groep waarbinnen men carriere hoopt te maken; en lijkt de CPN voor deze hemelbestormers te zijn geweest wat het studentencorps voor bankdirecteuren is.