'Israel maakt Palestijnse economie stuk'

TEL AVIV, 22 JUNI. Vertegenwoordigan Westerse hulporganisaties in de door Israel bezette gebieden hebben een vernietigend oordeel geveld over de “stelselmatige vernietiging” van de Palestijnse economie door de bezetter.

Deze conclusie werd vorige week getrokken op een bijeenkomst van 60 leidende persoonlijkheden uit de bezette gebieden en deze week in scherpe bewoordingen toegelicht op een persconferentie in Oost-Jeruzalem. Hun cijfers en hun uitvoerige omchrijving van de Israelische administratieve en militaire technieken tegen de ontwikkeling van de Palestijnse economie contrasteerden overigens met een recente opvallende wijziging van het Israelische beleid ten aanzien van de werkgelegenheid in de bezette gebieden.

Volgens broeder Donald Mansir van de Pontificale Missie voor Palestina heeft de Israelische economische repressie ertoe geleid dat 35 procent van de Palestijnen werkloos is. Dit percentage is in de vluchtelingenkampen zelfs tot 70 procent opgelopen. Tachtig procent van de Palestijnse bevolking leeft volgens CCINGO (het coordinerend comite voor niet-gouvernementele organisaties) zelfs onder de door Israel gestelde armoedegrens.

Op de persconferentie werd uiteengezet dat Israel met hoge belastingen en een zeer ingewikkeld en uitputtend vergunningenstelsel de Palestijnse economie geen schijn van kans geeft met de Israelische dustrie en landbouw te concurreren. De gemiddelde wachttijd voor het verkrijgen van een vergunning voor het openen van een zaak is zes jaar.

De bevindingen van de organisatoren van de persconferentie contrasteren met een belangrijke versoepeling van de reglementen door het Israelische civiele bestuur in de bezette gebieden. Maar zij vonden het te vroeg om daar nu al een oordeel over te vellen.

Volgens Palestijnse persoonlijkheden in Oost-Jeruzalem worden nu zoveel vergunningen voor het opzetten van ondernemingen en het openen van zaken uiven dat “wij in de erdoor ontstane chaos stikken”.

Het civiele bestuur heeft ook belastingfaciliteiten voor nieuwe Palestijnse ondernemingen aangekondigd. De eerste twee jaar zullen deze volgens de nieuwe verordeningen belastingvrij zijn.

Bovendien is er volgens Palestijnen met wie wij spraken sprake van “aanzienlijke verbetering van de levensstandaard” in de bezette gebieden. Dit wordt toegeschreven aan het feit dat weer 110.000 Palestijnse arbeiders in het Isra)lische economische circuit zijn opgenomen, in het bijzonder in de bouwnijverheid. Dat is ongeveer hetzelfde aantal dat voor het uitbreken van de Golfoorlog in de Israelische economie werkzaam was. “Er is weer geld in omloop”, zeiden onze Palestijnse gesprekspartners.