'In het heetst van de strijd leer je de mensen pas echt kennen'; Schaken is maar een kleine wereld, het telt slechts 64 velden; Ik ben vermoedelijk toch geen schaker in hart en nieren

AMSTERDAM, 22 JUNI.Bijna verontschuldigend bestelt hij in het Engels inte taplokaal een glas bruisend bronwater. Het is niet zijn gewoonte. Maar hij wil nog even het strakke regime aanhouden dat hij zich de afgelopen dagen heeft laten opleggen op een soort health-farm in Zuid-Engeland. Hij doet het wel meer, zo aan het eind van een seizoen. Even bijkomen van de beslommeringen, even wat kilootjes afvallen. Het geeft hem een verfrissend effect. Hans Bohm heeft zich nog niet laten zien op het Nederlands kampioenschap schaken in Eindhoven. De tijdens belangrijke toernooien van hem bekende analyses op de televisie worden nu waargenomen door Tim Krabbe. “Ik heb het juist hem gevraagd, want het is toch zaak dat schaakpartijen op een vriendelijke, heldere manier worden geanalyseerd.” Bohm waakt over het schaakspel als is het zijn kind. Maar meer dan de buitenkant van de arena trekt hem toch niet meer.

Zijn visitekaartje symboliseert zijn relatie met het schaken. In de linker bovenhoek staat een omgeslagen bladzijde afgedrukt, waarachter een deel van het schaakbord is te zien. Het opschrift Bohm Communications BV geeft al aan hoe ruim het blikveld van het voormalige schaaktalent is. 'Internationaal meester', dat nog wel, maar vooral 'organisator, freelance publicist en multi-mediale begeleider' is de man die de wereld van 64 velden in de loop der jaren door zijn hartelijke, schoolmeesterachtige, eigenwijze uitleg en verhalen toegankelijk heeft gemaakt.

Sinds hij “een heel leven geleden” in 1984 zijn laatste zware toernooi speelde, waarin hij de ene na de andere grootmeester versloeg, heeft hij zich via media als radio, televisie, kranten en boeken een andere rol aangemeten. Hij organiseert, creeert, adviseert, maakt deel uit van het het presentatieteam van het KRO-programma 'Ook dat nog', is betrokken bij milieu-spotjes. Het gaat hem allemaal betrekkelijk gemakkelijk af door de status en de bekendheid die hij heeft verworven, beseft Bohm. Maar het is geen bewuste keuze geweest. “Het ene vloeit harmonisch over in het volgende. Het is meer omdat ik vermoedelijk ook niet een schaker in hart en nieren ben zoals professionele schakers. Maar schaken zit natuurlijk nog steeds op de achtergrond. Het is de basis, het moederland. Het vertrouwen dat de schaakwereld uitstraalt, dat het nog niet is verziekt door commercie, neem je lichtelijk mee in je performances.”

Het begrip Bekende Nederlander ligt voor de hand. Maar dan liever nog dank zij het schaakspel dan door zijn presentatie van de eerste uitzendingen van 'Sport Studio', de milieu-spotjes, zijn (vroegere) voorzittersschap van de vereniging van topsporters en het tv-programma 'Ook dat nog'. Toch: “Als het alleen maar een satirisch programma was geweest, was ik er nooit aan begonnen. Ik vind de verpakking belangrijk, maar je moet niet van niets iets maken. Ik heb het gevoel dat we wezenlijke problemen aansnijden. Er zijn legio voorbeelden van. Bedrijven die moeten sluiten omdat ze malafide praktijken hebben gepleegd, grootscheepse acties van bedrijven die niet deugden, waarna ze door onze uitzending over de brug moesten komen. Je moet door die verpakking heenkijken en dan blijft er iets zinnigs over. We wonnen er de Televizier-ring mee. Die prijs is niet belangrijk - Willem Duys die hem uitreikte wist niet eens waarover het ging. Maar de prijs wordt pas echt belangrijk als je je er tegen gaat afzetten. Koot en Bie kwamen niet bij de uitreiking. Ik denk omdat ze er niets mee te maken wilden hebben. Daar ben ik het absoluut niet mee eens. Het is het publiek waarvoor je het doet, niet de jury. Het publiek geeft een prijs. Maar laten we er niet moeilijk over doen, het was niet meer dan een aardigheidje.”

Van echt wezenlijk belang vond hij zijn werk dat hij als voorzitter van TIG (Topsport in het Geding) deed, een soort belangenverging die werd opgericht door topsporters. “En ik deed het als logisch gevolg van mijn ontwikkeling. Ik herkende problemen waarmee ikzelf ook had geworsteld. Wij hebben de vereniging opgericht uit onvrede met het feit dat de Olympische Spelen in Amsterdam zouden komen. Daar zou 25 miljoen gulden voor vrij komen, alleen al voor het idee. Terwijl voor de hele maatschappelijke begeleiding net 150.000 gulden beschikbaar werd gesteld. Dat vonden wij zo stom. Je kunt wel eens in de veertig jaar een groot sportevenement oriseren, maar als dat niet structureel is onderbouwd, wat heb je daar dan aan? Probeer die sporters te helpen. Financieeel, maatschappelijk, politiek. Er is in de loop der jaren wat ten goede veranderd. Sommige universiteiten hebben bijvoorbeeld een versoepelde tentamenregeling voor topsporters. Dat is toch een zinnige manier om met investeringen om te springen. Anders is het verspelen van energie en tijd. Zowel voor degenen die het doen als voor degenen die het ondergaan.” “Neem militaire dienst. Als je studeert kun je dat uitstellen, maar als je topsporter bent op je negentiende moet je in dienst. Dan begin je je net te ontplooien, een cruciale leeftijd voor een sporter die de top wil bereiken. Als talent ben je toch eenzaam. Iedereen verklaart je voor gek. Zo was het bij mij tenminste. Dat doe je toch niet. Topsporters moet je ontlasten. Die moeten volkomen monomaan met hun sport bezig kunnen zijn.”

Het blijft hem bezighouden, de begeleiding van jeugdige talenn. Hij verwijst naar zijn trots, het schoolschaakproject. Het bestond weliswaar al enige jaren, maar werkte nauwelijks meer. Bohm coordineert. Genieten doet hij vooral van de schoolschaakfeesten die in den lande worden gehouden. Laatst waren er in Apeldoorn liefst 780 kinderen, die de hele dag bezig werden gehouden met puzzeltjes, zoektochten, voorstellingen van clowns. Alles in het te van het schaakspel. “Het is niet eens mijn bedoeling om daarmee te schaaksport te populariseren”, beweert Bohm. “Ik doe het alleen maar omdat ik denk dat het een goede hersengymnastiek is. Vanuit het gezichtsveld van de school zou schaken heel goed een facultatief vak kunnen zijn om bij kinderen concentratie, logisch denken, fantasie, besluitvorming onder tijdsdruk te stimuleren. Dat kunnen ze gebruiken bij hun verdere studies. Als uit het schoolproject schaaktalenten voortkomen is dat meegenomen.”

Het grote schaaktalent Hans Bohm dat in de jaren zeventig en tachtig degemoederen bezig hield met zijn ovoorspelbare escapades, speelt alleen nog schaak als tijdverdrijf maar vooral uit sentimentele overwegingen. 'Mr Chess' speelt nog bij tienvoudig landskampioen Volmac in Rotterdam, maar wint niet vaak. “Ik ben al lid van mijn elfde. Daarom doe ik het.” Maar hij geeft toe: “Een partij duurt me soms net iets te lang. Ik heb er geen behoefte meer aan om te winnen. Eigenlijk is het frustrerend te spelen op een manier waarvan je weet dat je het tien jaar geleden beter deed. Ik heb geen zin meer om me weer te verdiepen in die wereld. Het is een kleine wereld, maar 64 velden.”

Teruggaan is een stap terug doen in je leven. “Het is harmonisch gegaan: in het ene verlies je interesse, in het andere win je dat. Ik kreeg vanzelf meer activiteiten buiten de wedstrijden. In zo'n radioprogramma 'Man en Paard' kan ik meer facetten aanboren van de schaakwereld. Achtergronden, schaken tegen de Tweede Kamer, schaken tegen gevangenen. En zo is er stee meer in mijn wereld gekomen.”

Zijn verblijf in de Verenigde Staten, waar hij in de jaren zeventig een paar maanden doorbracht, kan hem op andere gedachten hem gebracht. Maar zeker weet hij het niet. En speelde hij na zijn terugkeer in Nederland niet zijn beste toernooien? In Amerika leerde hij een hoogleraar filosofie kennen. Volgens de Amerikaanse trend in die dagen vertrok de man op de motor naar Mexico, een ander leven, weg uit de wereld, vrijheid, mediteren. Bohm ging mee. Ze warevegetarier, dronken geen alcohol, mediteerden en aten paddestoelen met hallucinerende werking. Welke ex-hippie kent niet de boeken van Carlos Castaneda, 'De lessen van Don Juan', over de werking van peyotl, Jimsonkruid en psilocybe mexicana, de paddestoelen? “Het is natuurlijk niet de gewoonte om je als topsporter af te zonderen bovenop een berg. Ik zal het dus wel niet echt in me gehad hebben. Ik heb alleen de liefde voor de sport en het respect voor degenen die het goed unnen.”

Helemaal los van het schaakspel raakte Bohm niet in Mexico. “Het blijft in je hoofd zitten. Al die partijen en analyses. Wat je ook in je hoofd stopt. Ik heb in mijn leven wel geschaakt met allerlei spullen in mijn hoofd. Niet meer dan experimenten trouwens. Je raakt alleen volkomen gebiologeerd door de manen van het paard en voordat je het weet is de klok een half uur doorgelopen. Met professor Barendrecht, een psycholoog en een goede schaakspeler, heb ik wel au(H)togenese gedaan, zelfhypnose. Het mooiste is natuurlijk als je je vijf uur lang kunt concentreren zonder afgeleid te worden. Je kunt niet iets nemen wat je hersencapaciteit schaadt. Geen tranquilizers, want je moet het van dat ene briljante moment hebben. Van amfetamines blijf je denken en word je vreselijk enthousiast. Van hasj vind je alles prima. Je moet toch een beetje agressie hebben. Zelfhypnose kan, of yoga. Zo zijn er tal van concentratie-oefeningen of rituelen mogelijk. Beljavski gaat bijvoorbeeld een kwartier voor zijn partij aan tafel zitten met zijn hoofd in zijn handen.”

Toen hij het wereldrecord simultaan probeerde te verbeteren was het niet het probleem tegen veel mensen te schaken, beweert Bohm. “Dat kunnen er meer. De moeilijkheid is inzinkingen na elf en negentien uur te overmeesteren. De kunst is te scoren als het je zwart voor de ogen ziet. Of er nu een heikneuter of een lieftallige dame tegen je speelt, maakt niet uit, je grootste tegenstander ben jeze je vermoeidheid. Dat is door sommigen verkeerd beoordeeld. Max Pam en Van Lennep hebben me in NRC Handelsblad onderuit gehaald. Maar ze begrepen er niets van. Die kritiek was minderwaardig. Een Guiness-record is iets anders dan een wereldrecord. Dat kun je op alle mogelijk manieren interpreteren. Alsof het mij louter om de propaganda ging. Het was gewoon dom van ze. Ik zie Pam nog wel eens, ja. “He Pam!”, meer zeg ik niet. Hans Ree heeft het toen nog voor me opgenomie heeft Pam een klap voor zijn kop gegegeven. Dat hele wereldrecord stelde in feite niets voor. Het was net als met die Televizier-ring.”

De schaakwereld wekt de indruk incestueus te zijn. Schakers schrijven over schakers, schakers dekken elkaar. Bohm vindt van niet. “Wat dat betreft is Donner ons grote voorbeeld. We maken elkaar uit voor rotte vis, maar 's avonds gaan we wel een lekker potje schaken. Dat kon ik wel met Donner. Het irritante is dat mensen oordelen over schaken, terwijl ze zelf niets hebben gepresteen Nederland worden de meeste verslagen geschreven door topschakers. Daarom staat de schaakjournalistiek hier op een hoog peil.”

Hoe hij zich ook wendt of keert, het schaakspel achtervolgt Bohm. Al op zijn vierde werd hij door zijn schakende ouders geconfronteerd met de beginselen van het spel. Niet dat hij moest, in het gezin werd vooral muziek gemaakt. Al zijn broertjes en zusjes bespeelden een instrument, Hans de viool en vader, concertzanger en zangleraar, zong. Zijn liefde voor de vioollerares weerhield hem er lange tijd vmeer aan sport te doen. Maar eenmaal van haar bevrijd, ging hij meer schaken, tafeltennissen en voetballen. Uiteindelijk werd tafelvoetbal zijn passie. Hij leefde een tijdje in Zuid-Frankrijk van partijtjes tafelvoetbal: speelden ze 'een frank een bal'. “Ik verdiende goed, want ik won altijd. Ik was goed, een kwestie van balans tussen techniek en handigheid.”

Met Jan Timman trok hij naar Parijs, zette geld bij hun schaakpartijtjes. Elke dag een betere tegenstander, ze waren prijsvechters. “Net zo lang totdat je aan je maximum zat, dan moest je naar een andere stad. Je krijgt er enorme mensenkennis van. Om met mensen om te kunnen gaan moet je iemand in het heetst van de strijd hebben gezien.”

Die ervaring komt hem nu goed van pas in onderhandelen, adviseren en organiseren, zegt Bohm (41 jaar). “Ik kijk met genoegen op dat deel van mijn leven terug. Dat heb ik gehad, meer niet. Ik kreeg laatst een aanbod om over die td een boek te schrijven. Wat ik allemaal gedaan heb tussen Zweden en het puntje van Kreta, dat ik werd opgepakt in Rusland door de militia. Het waren avonturen en spanningen. Ik ben niet verzakelijkt over verburgerlijkt. Ik heb nu ook spanningen en avonturen. Alles wat ik gedaan is een logische stap in mijn ontwikkelingspatroon geweest. Dat zal het geval zijn met wat ik nu doe.”