Het vreugdevuur der ijdelheden is gedoofd in New York

NEW YORK, 22 JUNI. Als Sherman McCoy, hoofdfiguur uit de film 'Het vreugdevuur der ijdelheden' en de gelijknamige roman van Tom Wolfe, vervroegd uit de gevange zou komen, zou hij een heel ander New York terugzien dan het economische wonder dat hij een paar jaar geleden achter zich had gelaten. Veel van zijn voormalige collega's, die in de jaren tachtig grote winsten maakten met de effectenhandel, hebben ontslag moeten nemen. De stad is bankroet.

De erosie van de middenklasse is zichtbaar in New York. Dure restaurants zijn gesloten. Nachtclubs hebben hun schittering verloren, want in de algehele economische malaise durven de mensen hrijkdom niet meer te laten zien. De kranten melden niet meer wie er met wie in Studio 54 is gezien. De oprichting van een nieuwe club is geen sensatie meer. Het vreugdevuur is gedoofd.

Masters of the Universe als junkbondkoning Milken zijn net zoals McCoy in de gevangenis beland, niet wegens een onhandige aanrijding van een straatrover maar wegens fraude met effecten. Grote aantallen effectenhandelaars zijn gewoon ontslagen. De glamor-firma Drexel Burnham and Lambert is failliet. New Yoet uit armoede de belastingen verhogingen en sommige makelaarsbedrijven dreigen om Wall Street te verlaten om naar het voorstedelijke New Jersey te gaan.

De nu 37-jarige David Rowe ging in 1981 werken bij de effectenmakelaar Merrill Lynch. In 1985 ging hij naar het minder glamor-achtige Prudential Bache Securities. Daar steeg hij binnen enkele jaren in de rangen. Hij verdiende geen miljoen binnen twee jaar zoals McCoy maar hij bouwde een vaste clientele op, die hem ouwt. Ein jaren tachtig arriveerden de snelle jongens met hun Gucci-pakken van duizend dollar en Rolex-horloges uit het failliete Drexel Burnham op zijn kantoor.

Terwijl Rowe in een ruime kamer aan een glanzend mahoniehouten bureau zit, werden de snelle jongens van voorheen als kistkalveren ondergebracht tussen schotjes. Daar moesten ze vechten om te overleven. Naarmate de recessie zich verder verdiepte, moest de een na de ander het werk opgeven bij gebrek aan verdienste. Nu zijn de kalverboxen leP)Rowe is in zijn ruime kantoor blijven zitten samen met een degelijke veertiger, want er valt nog goed te verdienen aan de effectenhandel. De volumes stijgen en ook het puntentotaal is vergelijkbaar met de hoogtijdagen. Er zijn alleen geen speculatiewinsten meer van de junkbondmarkt en van de massale overnames. Tussen de 70.000 en 100.000 mensen in makelaarskantoren hebben hun baan verloren. Rowe verwacht niet dat economisch herstel al die banen zal gbrengen.

Het gaat slecht met de dienstenberoepen van witte boorden. Er zijn veel werkloze advocaten. Firma's hebben partners moeten ontslaan. Grote bedrijven hebben hun eigen advocaten aangenomen. Omdat ze weinig geld hebben, nemen ze de eerste lichting uit de universiteit aan. Zodra ze enige ancienniteit bereiken, worden ze wegens hoge loonkosten weer ontslagen. Ook banken hebben flink moeten afslanken in personeel.

Vier jaar geleden was het onmogelijk om op de bonnefooi een goed restaurant te bezoeken.aren reserveringen voor nodig. Bekende New-Yorkse restaurants als Prima Vera, Cafe Luxembourg en China Grill hadden lange rijen mensen voor de deur. Een uur wachten was niet ongewoon en eenmaal aan tafel werd de klant snel bediend en van een afrekening voorzien om plaats te maken voor de volgende. Wie nog wat wilde napraten, werd om de minuut gestoord met de vraag: “Wilt u nog iets anders hebben?”

Er was vindingrijkheid nodig om het beste plaatsje in het restaurant te veroveren. Klanten cultivn een relatie met de chef of de 'matre d' om van een goede tafel verzekerd te zijn. Nu kunnen gasten rustig de beste plek eisen, want het is zelden vol. Ze kunnen ook de tijd nemen want een leeg restaurant ziet er niet aantrekkelijk uit. De prijzen zijn gezakt. Er zijn speciale menuutjes tegen bescheiden prijzen. Niet meer maaltijden van 200 maar van 30 en 40 dollar.

New Yorkers zijn niet langer praalziek en voelen zich schuldig over hun welstand, niet wegens de groei van het aantal daklozen, die hebben hen niet gedeerd maar wegens de verarming van voormalige collega's. Fameuze restaurants als Batons, Jams en 150 Wooster zijn gesloten. Ruim een tiende van de oorspronkelijk meer dan 11.000 restaurants heeft het sinds 1988 moeten afleggen.

De dorst voor Frans mineraalwater is voorbij. Het Franse Perrier bleek toch niet zo gezond, toen er benzeen in werd gevonden. De Amerikaanse mineraalwaters zijn even goed. Quibel uit West Virginia heeft uitdagend “mise en bouteille en Aque” op het etiket gezet.

Het dagelijkse vervoer is voor veel New Yorkers ook eenvoudiger geworden. Sherman McCoy en zijn collega's versmaadden de ondergrondse en gingen altijd per taxi naar hun werk. “Isolatie! Daar gaat het om”, was zijn devies. “Als je in een taxi over de FDR-Drive kunt zoeven, waarom zou je dan in de rij gaan staan voor de loopgraven van de stedelijke oorlog?”

Er was veel vraag naar taxi's. Een jaar geleden nog was het een gevecht om een taxi te krijgeannen in krijtstreep en vrouwen in mantelpak passeerden elkaar om verder vooraan in de straat de eerste lege taxi op te vangen. Wie zich door dringen en ellebogenwerk een taxi had veroverd, kreeg de volle laag van New-Yorkse taxichauffeurs, die in onbeschoftheid niet onderdoen voor hun Amsterdamse collega's.

Nu kunnen veel minder New-Yorkers zich de isolatie door een taxi veroorloven. De strijd heeft zich verplaatst naar de taxichauffeurs die zich verdringen om sche klanten. Eindelijk wraak. De taxichauffeurs zijn nog steeds onbeleefd maar wel beschikbaar. De een snijdt de ander af om eerder te komen bij iemand die een arm opsteekt. Getoeter, getier en bandengepiep.

New York is een grotere vreugde voor middenklassers die de recessie hebben overleefd. Goedkopere appartementen en restaurants, dienstbaarder personeel, geen gedrang. Maar de ontslagen effectenmakelaars en advocaten zoeken nu zekerheid elders, bij de aanvankelijk zo gehate overheid. En dan kunnen ze zich New York niet meer veroorloven. “In plaats van securities (effecten) wordt het security (zekerheid)”, zegt Rowe.

Het niveau van de sollicitanten bij overheidsdiensten in Washington is aanzienlijk gestegen. De creme de la creme uit Harvard, Yale of Stanford gaat niet meer naar de zweetlokalen van Wall Street om in korte tijd 300.000 dollar per jaar te verdienen maar zijn bescheiden geworden en proberen eigen ondernemingen op te zetf gaan naar de overheid, waar het aanvangssalaris voor academici 27.000 dollar bedraagt. Een banenmarkt voor de federale overheid trok 35.000 mensen en het niveau van de sollicitanten overtrof alle verwachtingen. Een paar jaar geleden werd dat nog als de laatste mogelijkheid gezien. Het onderwijs wordt nu ook aantrekkelijk als loopbaan maar voorlopig kampen universiteiten en scholen met geldgebrek.

De mensen uit de lagere inkomensken hebben weinig gelegenheid voor leedvermaak over het lot van rijkeren, want zij zijn nog zwaarder getroffen. Bij de restaurants alleen al zijn er tienduizenden afgevloeid.

Professor Dan Walkowitz is het hoofd van de afdeling Metropolitan Studies van New York University. Volgens hem zijn de bewoners uit de lagere inkomensklassen armer geworden omdat de traditionele New Yorkse industrieen, zoals die in de produktie van kleding, zijn verdwenen. Veel New Yorkse daklozen hebben wel een baan, maar die brengt te weinig geld op voor een kamereen appartement. “Voor de oorlog werd drie kwart van de Amerikaanse kleren in New York gemaakt. Nu vind je veel mensen op straat, als kleine ondernemers”, aldus Walkowitz. Zij zijn geen masters of the universe maar 'kakkerlak-kapitalisten'.

Foto:

Scene uit de film 'Het vreugdevuur der ijdelheden' naar de gelijknamige roman van Tom Wolfe. De hoofdfiguur Sherman McCoy (links, gespeeld door Tom Hanks), wordt door een op schandaal beluste journalist uit het gerechtsgebouw in New York weggeleid. (Foto Warner Brothers)