Foto-herkenning IRA-verdachten 'onzorgvuldig'

's-HERTOGENBOSCH, 22 JUNI. Het Gerechtshof in Den Bosch zou er geen acht op moeten slaan dat enkele ooggetuigen beweren verdachten van de IRA-aanslag in Roermond te hebben herkend bij foto- of spiegelconfrontaties.

“Het opsporingsonderzoek is wat de getuigen betreft zo onzorgvuldig geweest, dat de resultaten niet kunnmeewerken aan het bewijs”, meent mr. G. van Asperen, verdediger van verdachte Donna M.. Evenals de advocaten van de drie overige verdachten vroeg hij vrijspraak voor zijn cliente.

Politie en justitie hebben volgens Van Asperen de richtlijnen, die de Recherche Advies Commissie heeft opgesteld voor herkenningsprocedures, niet in acht genomen, vooral door afbeeldingen van de verdachten meteen na hun arrestatie via de media te verspreiden. Ook al hebben zulke richtlin geen algemeen verbindende werking, niet-naleving kan toch een schending van de algemene beginselen van behoorlijke starfrechtspleging opleveren, hield de raadsman het hof voor. Advocaat-generaal mr. F. van Straelen heeft woensdag tijdens zijn requisitoir toegegeven dat er fouten zijn gemaakt, maar dat betekent volgens hem niet dat de resultaten onbruikbaar zijn geworden.

De raadsvrouwe van Gerard H., mr. M.J. Hegeman, gaf enkele voorbeelden van 'kunouten' die de politie tijdens het vooronderzoek heeft gemaakt. Zo zou in afwijking van het Handboek Recherchetechniek voor de fotoconfrontatie verzuimd zijn de getuigen te vragen of zij al foto's van de verdachte hadden gezien. Ook staat volgens de raadsvrouwe duidelijk in het 'Leerboek van de Politie' dat wanneer een fotomap aan meerdere getuigen wordt voorgehouden, de volgorde telkens moet worden veranderd. Van een Roermonds tpaar, dat als enige een dader zonder masker heeft gezien, kreeg de man 's morgens de fotomap te zien en de vrouw pas aan het eind van de middag. Beiden herkenden dezelfde foto, die intussen niet van plaats was veranderd. Het was een portret van Gerard H., die door de rechtbank is veroordeeld tot achttien jaar.

De herkenning van enkele verdachten door getuigen in Roermond en Venlo speelt een cruciale rol in het proces. De advocaat-generaal heeft een grote hoeveelheid indicaties aangedragen voor de stelling dat de vier verdachten behden tot een IRA-cel ('active service unit'), volgens hem de enige die tot aan de arrestatie van de vier verdachten actief was op het Europese continent. Een ooggetuige heeft Paul H. in Venlo gezien bij de plaats waar de vluchtauto werd gestolen. Een eigenaar van een restaurant op de Markt zou Sean H. aan zijn ogen hebben herkend, toen hij met een camouflagemuts op voor zijn zaak langs liep. De herkenning van Paul H., Sean H. en Gerard H. bewijst in de ogen van de advo)caat-generaal dat de drie daders gezocht moeten worden onder de vier verdachten. Hij eiste daarom een straf van achttien jaar tegen Gerard H., Sean H. en Donna M. en twaalf jaar tegen Paul H., die alleen bij de voorbereiding zou hebben geholpen.

Vandaag, op de slotdag van het proces, vinden de repliek en duplieken plaats. Het hof zal op 5 juli arrest wijzen. Vier dagen daarvoor, op 1 juli staan de vier verdachten opnieuw in Roermond terecht op beschuldiging van deelneming aan een organisatie, die het gen van misdrijven tot oogmerk heeft. In april was de rechtbank van oordeel dat de telastelegging van dat feit te vaag was, maar het gerechtshof vernietigde drie weken geleden die uitspraak.