Engelands Euro-probleem

Londen - Houten balken voor de bouw hebben in Groot-Brittannie twee maten: inches voor de breedte en centimeters voor de lengte, de eerste om een normaal huis te kunnen bouwen, de tweede voor de handel met al die decimale figuren overzee. Dat geefdelijk weer hoe het land zich voelt in het Europa waar het enthousiast buitenlid van is. Maar daarom is de knetterende Euro-ruzie binnen de Conservatieve partij nog geen regionale aberratie. De rest van de EG kan er ook iets van opsteken.

Om het probleem beter te begrijpen is het goed weer eens onder een Engelse douche te staan, die met minder kracht over de gebruiker leegdruppelt dan een tuinslang in een hittegolf. Je moet de uniek korte draaicl van de zwarte taxi's weer eens zien, en horen hoe de chauffeur het comfortabele voertuig bemint maar ook vreest wegens een slang met heet water die vlak langs de bestuurdersstoel loopt. En je moet vooral de verbale brille en de openheid van het openbare debat herontdekken. Pas dan krijg je contact met HMS Brittannia dat aarzelend heen en weer stoomt voor de kust van Europa.

Het is vooral een kwestie van levensgevoel. Andere, meer verstandelijke argumenten vallen daarbij in het niet. De hgheid van de ruzie is anders niet te verklaren. In de City wordt openlijk gespeculeerd over een sterling-crisis: de lonen stijgen te snel, de produktie is nog steeds te duur, de economie is niet concurrerend genoeg en de Europese monetaire discipline zal daar toeslaan waar de weerstand het zwakst is.

In de ogen van de stamgast achter zijn halve liter-emmer ale zijn de oprukkende laffe glaasjes lager symptomen van het verwijfde Europa dat hij niet wil. Dat zijn hypotheekredoor dat zelfde Europa daalt, is hem vaak minder duidelijk. Maar zo oppervlakkig is het lijden van de beknelde Britse ziel niet te duiden.

Dit is het land dat dagelijks geniet van het gevoel eeuwen van onbeperkte onafhankelijkheid te hebben genoten. Daarvoor moesten oorlogen worden uitgevochten, de ene met meer succes dan de andere, maar de soevereiniteit van het eigen grondgebied was nooit in het geding. Iedereen mag schamperen over het parlement van Westminster, jzonder weinig burgers willen dat er een haar aan veranderd wordt. Iedere volgende stap naar versmelting met het Europa van de bollenkwekers, de pastabakkers en de billenknijpers wordt gezien als een even cruciaal evenement als het afdwingen van de Magna Charta in 1215 en het winnen van de Slag bij Waterloo in 1815.

Op politiek niveau wordt die gewichtigheid meer dan duidelijk gemaakt. Al jaren verscheurt 'Europe' partijen, kabinetten en politici. Dinsdagavond was het oud-premier Edward Heath die zich tweer liet gaan op de televisie. De ondervragers hoefden er nauwelijks een lucifer bij te houden: de vrouw die de Conservatieve leidersmantel van hem stal, vertelde in Amerika klinkklare leugens over de (lees: zijn) Europese eenwording. Het werd in regeringskringen behendig en in sommige commentaren voor het gemak afgedaan als een irrelevant gevecht tussen twee verbitterde minister-presidenten met emeritaat.

Maablieke opinie onderzoeken tonen keer op keer aan dat Europa de Britten sterk blijft verdelen. Binnen de Conservatieve partij gaat de verdeling tussen optimisten en pessimisten ongeveer gelijk op. Bij Labour staan twee voorstanders tegenover een tegenstander, hoewel de partijleiding zich opvallend gedeisd houdt. En zelfs de Liberaal Democraten, die officieel overdracht van bevoegdheden en een munt omarmen, staan voor dertig procent sceptisch tegenover 'Europe' en maar 45 procent van deterban is positief.

De Britten zijn uniek in de virulentie van de woordenwisseling over het gevreesde verlies van soevereiniteit, maar niet helemaal in hun aarzeling over de zegeningen van bijvoorbeeld economische eenwording. De Eurobarometer over de maand mei laat zien dat vooral de Denen daar weinig van moeten hebben (67 procent tegen een Europese centrale bank en een gemeenschappelijke munt). De Britten volgen met 55 procent tegen. Maar ook de Duitsers hebben voor 42 procent bezwaar, gevolgd door 34 procent van de N)derlanders. Belgen, Ieren, Fransen, Grieken, Italianen en Spanjaarden zijn voor 64 of meer procent voor.

Sir Geoffrey Howe, die minister van buitenlandse zaken die door Thatcher zo werd vernederd dat hij, eenmaal afgetreden vorig najaar de stoot tot haar ondergang gaf, probeerde nu de wijze kenner van het land der vreemden te zijn door het hele conflict te bagatelliseren. “Soevereiniteit is niet zoiets als maagdelijkheid, die je wel of niet bezit.” Volgens hgaat het er bij de Europese eenwording om door middel van een lang, soms taai proces van geven en nemen een voor alle betrokken landen werkbaar compromis te bereiken dat uiteindelijk tot ieders voordeel strekt.

Howe sprak redelijke taal, zonder bitterheid, maar om politieke redenen verkoos hij het deel van Thatchers kritiek dat wellicht hout snijdt, te negeren. Los van alle retorische overdrijving en persoonlijke ressentimenten bewijst zij Europeanen een st door aandacht te vragen voor het dreigend democratisch tekort. Zij waarschuwt dat tot nader order veel controle en-of invloed van de nationale parlementen naar de “niet gekozen bureaucraten in Brussel” verschuift.

Wie daarop zegt dat het eerder de raden van regeringsleiders en ministers zijn die aan nieuwe Europese touwtjes gaan trekken, betreedt Thatchers volgende, en voor Nederland ook belangrijke, vreesgebied: de onheilige coalitie van naar binnen gekeerde Duitsers en suprematie ruikende Fran(JH. In de Thatcheristische beeldvorming worden de laatsten met hun slinkse, maar volstrekt francofiele Europeanisme aangevoerd door de demon Delors, die een keer de Britse vakbeweging is komen toespreken.

Het opnieuw in de populaire pers omhelsde superscheldwoord 'federalisme' stelt natuurlijk weinig concreets voor. Maar de zorg om de onbeheersbaarheid van de landbouwpolitiek van de Gemeenschap is niet zo absurd. En Thatchers huiver voor het gemoddvan Europa's buitenland-sectie toen Zuid-Afrika, 'Vilnius' en 'de Golf' actueel waren, is geen overdreven vorm van aansluiten bij wat gewone mensen denken. Voorheen de Iron Lady suggereert alleen dat zij een radicaal ander recept bezit dat zij niet heeft.

De toon is, zoals altijd, schril. Het bladerdeeglaagje anti-germanisme in haar groep even weinig constructief. Maar Thatchers hartstochtelijk pleidooi voor een Europa dat werkelijk parlementair democratisch is, verdient ongereserveerde steun. Europa mag alleen daar genoegen mee nemen, of het zal gaan lijken op de slechtste praktijken in politieke hoofdsteden als Rome, Athene, Parijs, Den Haag.