Een finale als een zon in De Hemel van Schat

Holland festival. Concert door Residentie Orkest o.l.v. Hans Vonk en AlexaLascu met: het Trio en Slagwerkgroep Den Haag. Werken van Van Emmerik, Boerman en Schat. Gehoord: 21-6 Beurs van Berlage, Amsterdam. Herhaling: 22-6 Dr. Anton Philipszaal, Den Haag.

Een boeiend programma werd ons gisteravond voorgezet door het Residentie Orkest in de Beurs van Berlage. Het riep, in de vorm van drie premieres die zeker representatief zijn te noemen voor het hedendaagse componeren in ons land, herinneringen op aan het Gala van de Nederlandse Muziek van weleer. Uitstekend van opbouw tevens: eerst een streng onceptueel werk van Ivo van Emmerik (Thought) in de traditie van Morton Feldman, dan een vanuit het Expressionisme opgebouwde, dreigend-extatische Muziek voor slagwerk en orkest van Jan Boerman, uitmondend in de majesteitelijk uitwaaierende klankpracht van Peter Schats De Hemel, Twaalf symfonische variaties, op. 37.

Van Emmerik doet geen enkele poging om de roterende en verschuivende klanklagen in Thougt meer te doen lijken dan wat zij zijn: onderdeel veen subliem spel. De drie solisten zijn bijna kamermuzikaal in het geheel opgenomen en wie verwachtte dat zij uiteindelijk een zekere profilering zouden krijgen, kwam bedrogen uit, want Van Emmeriks consequente houding is zo langzamerhand spreekwoordelijk te noemen. Harrie Starreveld (basdwarsfluit), Harry Sparnaay (basklarinet) en Rene Eckhardt (piano) blijven anti-helden en ik denk dat met name Harry Sparnaay nog niet eerder in een concert zo weinig noten heeft hoeven spelenP)Van Emmerik nodigt de luisteraar uit om het machinale afwikkelingsprocede te volgen en verwerkelijkt aanvankelijk de daartoe benodigde transparantie door veel rusten in te bouwen. Later slibben de klanklagen toch dicht, onder meer door de tweestemmig behandelde klarinetten, fluiten en piccolo's.

In de muziek van Jan Boerman speelt de dialectiek van slagwerk en orkest en belangrijke rol: soms begeleidt het slagwerk het orkest, soms is dat andersom, maar het meest boezijn de dubbelzinnige relaties daarin. In het slagwerk zijn exotische instrumenten als de djembe (Afrikaanse handtrom) en dobachi (tenpelgongs) opvallend naast krachtdadige als Fight gong en Thunder sheet. Opmerkelijk is dat de orkeststijl veel 'ouderwetser' aandoet dan je op grond van de elektronische muziek van Jan Boerman zou verwachten en uiteindelijk staat ook hier de klankschoonheid voorop.

Komt Peter Schat een enkele maal tot orgasmische ontladingen als in Ravels La Valse, overheersend er de arsis-thesis-beweging en werkelijk broeierig zoals Boermans muziek is de zijne dan ook niet. Boerman staat nauwelijks ontspanning toe, maar Schat is in De Hemel in feite veel luchtiger dan in zijn voorgaande symfonische scheppingen.

In de woorden van de componist: “'La Mer' bestond al, evenals 'Das Lied von der Erde' - tijd voor de hemel.” Het cyclische van de hemelverschijnselen beeldde hij uit in twaalf variaties die de twaalf urenzijn toonklok gebruiken.

Het werk bouwt op ofwel in snelle stijgende notenvuurpijlen van vooral de hoge blazers, dan wel in een ook al stijgende en meer ritmisch geprofileerde figuur die vanuit de laagte klinkt, wat dan leidt naar de machtige akkoordzuilen in de vijfde variatie (Piu largo). Bijzonder fraai is het Adagio van de volgende variatie in een schuchter ontwakende solo van hobo en Engelse hoorn. Meer beweeglijke fluiten en klarinetten (enigszins als in Ravel Daphnis et Chloe) voeren naar een Allegro en eigenlijk blijven ook dan steeds de houtblazers en centrale rol vervullen. Het meest gewaagd is een basklarinetsolo. Eerst door harp en strijkers 'ingepakt' aan het begin van de elfde variatie, maar daarna ook als inleiding voor de laatste variatie in een geheel 'vrijstaande' solo.

De inspiratie voor zijn grandioze De Hemel vond de componist in de herfst van 1989 aan het oceaanstrand van Ohiwa in Nieuw-Zeeland, en in de zomer van 1990, op 12 juli, trok hijubbele streep achter een blinkende finale, die als een warme, glanzende zon blijft hangen, natrillend in de ovaties van het enthousiaste publiek. Dankbare muziek tevens voor het orkest, dat onder de bezielende leiding van Hans Vonk het beste heeft gegeven dat het te bieden had, en dat was zeker niet gering.