Babbeltruc-beroving laat diepe sporen na; Bejaarden komen er soms pas na drie dagen achter dat ze zijn beroofd

ROTTERDAM, 22 JUNI. Honderden bejaarden zijn de laatste tijd het slachtor geworden van geraffineerde berovingen. De Haagse politie heeft het afgelopen half jaar ruim honderd meldingen binnengekregen van mensen die het slachtoffer zijn geworden van de zogenoemde babbeltruc-beroving. In Rotterdam werden in een periode van twee weken al tientallen slachtoffers geteld.

“We spreken van mensen op hoge leeftijd die - met uitzonde(JHng van de bezettingsjaren - nog nooit met criminaliteit te maken hebben gehad”, aldus een woordvoerder van de politie. “Het is een bewust gekozen slachtoffergroep, die soms ook met fysiek geweld overvallen wordt.”

Er zijn gevallen waarbij het slachtoffer 'van het kunstgebit werd ontdaan', geslagen werd en vervolgens beroofd. Meestal echter wordt van een scala aan smoesjes gebruik gemaakt. Mensen van slachtofferhulp en woordvoerders van de politie z dat het aantal 'babbels' schier eindeloos is. Veel voorkomende smoesjes zijn: 'We hebben bloemen voor de buren, maar die zijn niet thuis, mogen we bij u even een briefje schrijven?' Het 'glaasje water' is ook een bekende. 'Ik voel me niet goed, mag ik een glaasje water?' De bejaarde neemt de aardige, jonge vrouw die dorst heeft mee naar de keuken en heeft een prettig gesprek. Hoewel halverwege het gesprek de vrouw een paar harde tikken op het tafelblad gaf, was verder niets vreemd aan haarag. Later worden geld en sieraden vermist. Blijkbaar dienden die tikken om de handlangers naar binnen te roepen.

Andere keren zijn er weer mensen die voor de deur spontaan flauwvallen. Er wordt niets nagelaten om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen, ook vrouwen met kinderen worden ingeschakeld. Er zijn gevallen bekend van vrouwen die in een soort verpleegstersuniform aanbellen en het slachtoffer vragen een of ander formulier te ondertekenen. Soms koinderen aan de deur die zeggen dat ze hun ouders kwijt zijn. Ze tonen een briefje met een telefoonnummer, waarop de bewoner zo vriendelijk is te bellen. Het kind wordt mee naar binnen genomen en de deur wordt opengelaten. Ook worden bejaarden aan de deur afgeleid en kinderen het huis in gestuurd om te stelen.

De Haagse politie zal in samenwerking met de politie uit de vier grote steden de strijd aanbinden tegen deze 'babbeltruc-berovingen'. Samenwerking is noodzakelijk, aldus de politiewoordvoerder van de Haaglitie, wegens de uitgekiende logistieke voorbereidingen waarmee sommige criminele groepen opereren. De politie vermoedt in een aantal gevallen wie de daders zijn, maar kan door gebrek aan bewijs niets doen. “Er zijn groepen die vanuit verschillende steden vertrekken en dan een heel parcours afleggen. Soms krijg je vier meldingen uit een wijk en daarna hoor je weer een week niks. Dan blijkt dat ze in Rotterdam hebben toegeslagen.” Hij schetst een criminele caroussel die begi Den Bosch en via Schiedam, Rotterdam, Delft en Den Haag weer terugkomt in Den Bosch. “Maar soms maken ze ook afspraken met mensen uit Ede of Nieuwegein.”

De schattingen over de omvang van dit probleem worden bemoeilijkt door de manier waarop het wordt geregistreerd. In de ene stad wordt de babbeltruc-beroving onder artikel 311 Wetboek van Strafrecht weggezet: diefstal onder verzwarende omstandigheden. “Daar vallen ook insluiping, autodiefstal en dergelijke onder”, aldus een politiewoordvoerster. Ook art. 312 wordt gebruikt: diefstal met geweld.

Bijkomend probleem is verder dat de bejaarden vaak niet onmiddellijk merken dat ze zijn beroofd. “Pas dagen later missen ze het geld dat ze in de linnenkast hadden verstopt.” Ook omdat de slachtoffers door de brutaliteit waarmee ze zijn behandeld soms totaal van streek zijn heeft de politie problemen met de signalementen. De berovingen laten psychisch diepe sporen bij de slachts achter. Iemand van Slachtofferhulp vertelt dat het wantrouwen jegens vreemden zo groot kan zijn geworden dat “alleen voor de politie opengedaan wordt wanneer er naast de politie ook bekenden staan.” De politie is terughoudend waar het de dadergroep betreft. In een groot aantal gevallen heeft men te maken met 'zuidelijke types met lang donker haar' of 'rondtrekkende criminelen van diverse nationaliteiten', omschrijvingen waarmee vroeger 'zigeuners' werden aanid. Maar de politie wil onder geen beding een groep verdacht maken. “De daders kun je onder alle bevolkingsgroepen vinden.”

Bij de Centrale Informatie en Recherchedienst (CRI) wordt van een uitdijend fenomeen gesproken, waar ook steeds meer autochtone Hollanders deel van uitmaken. “De truc van de GEB-ambtenaar, die de geiser komt nakijken werd door 'gewone Hollanders' toegepast. Het is nu eenmaal in het criminele circuit bekend geworden dat bejaarden een makkelijke prooi vormen.”