ANDERE SCHOLEN

Voortgezet Montessori Onderwijs. Theorie en praktijk door Rob van Dijk (red.) 95 blz., Bandijk Boeken 1990, f 15,- ISBN 90 70536 72 2 Onderwijs met hart en ziel. De dagelijkse praktijk in de Vrije Scholen door Jelle van der Meulen en Hanneke Sleutel 95 blz, Vrij Geestesleven 1991, f 19,50 ISBN 90 6038 304 4

Nergens ter wereld is de keus tussen verschillende schooltypes zo groot als in Nederland. Behalve tussen openbare, katholieke, protestants-christelijke en bijzonder-neutrale scholen kunnen ouders ook kiezen tussen 'gewone' en 'andere' scholen: scholen muidelijk afwijkende ideeen over onderwijs zoals Montessorischo-len, Jenaplanscholen, Vrije Scholen, Freinetscholen en Daltonscholen. De belangstelling voor deze 'vernieuwingsscholen' is de laatste jaren sterk gegroeid. Om ouders te helpen bij die keuze (en sympathie te wekken voor de eigen richting) zijn er onlangs twee boekjes verschenen. Een over het voortgezet Montessori-onderwijs (150 basisscholen en 10 scholen voor voortgezet onderwijs met in totaal zo'n 30.000 leerlingen) en een over het Vrije Schoolonderwijs (74e basisscholen en 14 middelbare scholen, met circa 18.000 leerlingen).

Maria Montessori hield zich voornamelijk bezig met jonge kinderen. Over het onderwijs aan oudere leerlingen heeft ze alleen wat globale gedachten geformuleerd. Eigenlijk wilde ze hen op het platteland samenbrengen in werkgemeenschappen om zo hun sociale functies te ontwikkelen. In Nederland hebben Montessorischolen eigen vormen van voortgezet onderwijs ontwikkeld en komen aan bod in Voortgezet Montessori-onderwijs. Er is veel aandacht voor de 'excentrische opstelling van de leerkracht', zoals dat in het onderwijskundigen-jargon heet. Helaas wordt het boekje nogal door dat soort jargon gedomineerd en is het daarom minder geschikt als informatiemateriaal voor ouders.

In het boekje zijn ook gesprekken met leerlingen opgenomen. Ze hebben veel waardering voor de persoonlijke omgang met leraren en de sfeer, maar moeite met de geboden vrijheid. ''Je moet de dwang over jezeebben om te werken, als je dat niet hebt kan je het wel schudden,'' heet het, en: ''Je huiswerk kun je in de vrijwerkuren overschrijven, bij proefwerken zit je in groepjes en dan kun je overleggen, soms zeggen de leraren het zelfs half voor.''

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is de vrijheid op een Vrije School veel geringer dan op een Montessori-school. Het adjectief 'vrij' staat voor 'vrij van staatsbemoeienis'. Hoewel de overheid het onderwijs subsidieert, mae zich volgens Vrije Scholen niet bemoeien met de inhoud, zo blijkt ook uit het boekje Onderwijs met hart en ziel. Vrije Scholen verzetten zich dan ook fel tegen de 'kerndoelen' en 'centrale toetsen' die de overheid in het kader van de basisvorming aan scholen willen opleggen.

De Vrije Scholen kennen een globaal leerplan, dat elke leerkracht individueel vorm moet geven. Leerboeken gebruikt men op Vrije Scholen niet. Plinius de Oudere nazeggend, die eens stelde daterwijs ''niet het vullen van een vat is, maar het ontsteken van een vuur'', schrijft het boekje dat opvoeden vooral betekent een kind ''als een bloem helpen bloeien''.

Cijfers krijgen leerlingen dan ook niet. In plaats van een rapport ontvangen leerlingen een getuigschrift, waarin een leerkracht hun ontwikkeling beschrijft. Op de voorkant staat een tekening met een spreuk waarin de leerkracht het kind karakteriseert. De spreuk bevat aanwijzingen voor zijn verdere ontwikkeling, maar de tekst mag nietuitgelegd worden. In het volgende schooljaar moet het kind eens per week zijn spreuk opzeggen. Zo hoopt men op de Vrije Scholen dat de tekst zijn werk doet in het onderbewuste van de leerling.

Op Vrije Scholen is er dan ook geen 'voorbereidend leren' en 'intellectualistisch onderwijs' maar veel spel, en een integratie van lager en voortgezet onderwijs tot een twaalfklassig systeem met een eigen afsluiting (die geldt als IVO-Mavo-diploma; als leerlingen een HAVO of VWO dipH)ma willen kunnen ze een dertiende klas volgen, die eigenlijk niet bij de Vrije School hoort).

Al deze zaken komen kort en daardoor ook wat oppervlakkig aan de orde in Onderwijs met hart en ziel. Voor ouders die niets van Vrije Scholen weten, is het een goede eerste kennismaking. Ook ouders met kinderen op Vrije Scholen kunnen er nog nuttige informatie uit halen. Want de meeste kiezen voor deze 'andere' school vanuit het gevoel dat 'hier het kind centraal staat', zr dat ze iets van de antroposofische achtergronden van het schooltype weten, zoals het geloof in rencarnatie en karma, de temperamentenleer en de 'ontwikkeling van de vier lichamen van de mens' ('fysiek lichaam', 'etherlichaam', 'astraal lichaam' en 'ik-lichaam').