Zuid-Afrika moet een centrum van welvaart worden; Topambtenaar EZ ziet veel mogelijkheden voor Nederland; 'Zonder handel mislukt Z-Afrika'

DEN HAAG, 21 JUNI. De Nederlandse handelsmissie die morgen naar Zuid-Afrika vertrekt, komt volgens veel Nederlandse bedrijven te laat. De Engelsen, de Italianen, de Fransen en zelfs de Belgen zijn de Hollanders al voorgegaan. Nederlandse ondernemers vinden dat hun overheid te traag reageop de hervormingen in Zuid-Afrika.

Drs. F.A. Engering, topambtenaar op het ministerie van economische zaken in Den Haag en hoofd van de missie, wimpelt het verwijt gerriteerd van zich af. “Kijk we zijn Nederlanders. Dus het zou jammer zijn als we niet te klagen hebben. De overheid doet het nooit goed. Ik denk dat het bedrijfsleven het ook niet altijd goed doet.”

Engering geeft toe dat de missie “wat laat” komt, maar niet te laat. Dat Nederlanet tot de eerste landen behoort die de relaties met het ooit zo verfoeide bewind in Pretoria aanknopen, heeft volgens hem alles te maken met “de speciale historische en culturele band”

tussen Nederland en Zuid-Afrika, een land waar enkele miljoenen blanke 'Afrikaners', afstammelingen van kolonisten uit Holland, de laatste veertig jaar op straffe wijze de dienst hebben uitgemaakt over de zwarte meerderheid (inmiddels zo'n 28 miljoen zielen).

“Door de speciale hiische en culturele band voelden we een extra soort verantwoordelijkheid en teleurstelling in onze broeders.” Het heeft daarom langer geduurd voordat Nederlanders over die teleurstelling en over die achterdocht heen waren. “U herinnert zich dat president De Klerk de eerste keer dat hij Europa aandeed van ons te horen kreeg dat hij nog maar niet naar Nederland moest komen. Pas bij zijn tweede ronde is hij welkom geheten.”

“Nederland heeft, meer dan welk land in Europa dan ook, mentale, politieke en psychologische moeite gehad apartheid. Daarom komen we nu ook wat later door de bocht. Maar nu die doorbraak er is, zal Nederland de achterstand snel inhalen omdat er een emotionele erkenning gaat ontstaan - even aangenomen dat het proces van ontmanteling van apartheid onvertraagd doorgaat in de richting die wij wensen.”

Engering gelooft dat de Hollanders veel meer mogelijkheden hebben dan elk ander volk in Europa. “Men kijn Zuid-Afrika meer uit naar de verzoening met Nederland dan naar de verzoening met welk ander Europees land dan ook. Wij zijn niet willekeurige landen voor elkaar.”

Afgaand op de lijst van deelnemers die morgen met de missie meegaan, moet je concluderen dat de belangstelling van het Nederlands bedrijfsleven voor de missie beperkt is - de kritiek op de vermeend trage overheid ten spijt. Van de 25 deelnemers zijn er acht ambtenaren, vijf vertegenwoordigers van bedrijven die reeds vestigingen hebben in Zuid-Afrika, zesctionarissen van overkoepelende organisaties (kamers van koophandel, werkgeversfora) en enkele ondernemers die de laatste jaren onder druk van de anti-apartheidslobby het land hebben verlaten. Het aantal bedrijven dat, voor zover bekend, voor het eerst belangstelling toont in Zuid-Afrika is bijna op de vingers van een hand te tellen. Het betreft ondermeer Daf, Stork en enkele Nederlandse banken.

Engering constateert een tegenstrijdigheid. Bedrijven klagen enerzijds dat de Nederlandse overheid te laat reageert op de hervormingen in Zuid-Afrika. Maar ze zeggen anderzijds dat de missie voor henzelf te vroeg komt. Bij bedrijven die onder anti-apartheidsdruk uit Zuid-Afrika zijn vertrokken, zijn volgens Engering trauma's ontstaan.

“U bent leider van een onderneming. U bent vertrokken tegen uw nadrukkelijke wens in. Dan gaat U niet met de eerste de beste missie mee. Daar bent U psychologisch niet toe in staat. Maar dat komt wel weer.”

Daar komt bij dat sommige be(Jijven geen behoefte hebben aan de publiciteit waarmee deze missie is omgeven - de eerste missie in zijn soort van Nederland aan Zuid-Afrika. Engering houdt er overigens rekening mee dat er volgend jaar een echte politieke missie naar Zuid-Afrika afreist, geleid door de staatssecretaris of de minister.

“Je kunt met missies wachten tot de laatste resten, de laatste schaduwen van apartheid zijn opgeruimd. Dan houd je je handen zeer schoon en wacht je tot zelfs dondwet is aangepast. Dat lijkt een zeer ethische, een zeer kranige en een zeer verstandige politiek. Maar ik vraag me af of je je doeleinden om de apartheidspolitiek zo snel mogelijk op te heffen daarmee niet schaadt.”

Volgens Engering hebben de politieke hervormingen van De Klerk een point of no return bereikt. “Er komt nu een proces van democratisering en gelijkheid op gang dat economische groei nodig heeft.” Er is volgens hem behoefte aan economische expansie om de bestaaeconomische achterstanden weg te werken (“30 procent van de beroepsbevolking is werkloos”) en om te kunnen voldoen aan 'sociale claims' die loskomen nu apartheid ten einde loopt. “Die 'sociale claims' kun je niet negeren, want dat zou betekenen dat er de eerste jaren een grote teleurstelling bestaat. Maar deze honorering, deze welvaartsverdeling, vormt wel een rem op de economische groei. Dat betekent dat er een hele smalle weg is naar een soepele, niet geweldadige, niet revolutionaire overgang naar een maatschappij zondpartheid.”

Volgens Engering is er economische groei nodig om de sociale spanning op te heffen. En die groei kan niet uit de Zuidafrikaanse economie zelf gegenereerd worden. “Door dertig jaar isolement is het land autarkisch, inefficient protectionistisch, er wordt nu geen groei meer gegenereerd, het is stilgevallen. Als je van buitenaf weigert het laatste restje van het hervormingsproces te steunen dan denk ik dat het zich tegen je keert. oeten nu het laatste restje apartheid helpen ontmantelen. Als je dat niet doet, dan veroordeel je het proces in Zuid-Afrika tot mislukking en tot geweld.”

Met dit standpunt keert top-ambtenaar Engering zich tegen de wil van het Afrikaans Nationaal Congres, de grootste anti-apartheidsbeweging, die de wereld nog steeds oproept vast te blijven houden aan sancties en aan het internationale isolement van Zuid-Afrika totdat de laatste restjes apartheid zijn vernietigd, totdat er enieuwe niet-racistische grondwet is die ook de zwarte meerderheid stemrecht geeft.

“Het standpunt van het ANC brengt afchaffing van apartheid in gevaar”, meent Engering. “Dat meen ik uit de grond van mijn hart.

Dat ga ik ze ook zeggen. Onze doelstellingen zijn gelijk. De snelst mogelijke weg naar de afschaffing van apartheid, naar democratisering en naar verandering van de grondwet. Maar als het ANC vindt dat het buitenland weg moet blijven, als het vindt dat het isolement gehandhaafd moet worden, dan wordt de mijkheid om het proces van binnenuit te genereren eigenlijk bijna minimaal.''

“Deze economie kan alleen uit zijn lethargie en uit zijn stagnatie worden getrokken door nieuwe impulsen van buiten. Als je de omstandigheden bewust beperkt door het buitenland geen rol te laten spelen, als je bij voorbaat die deur dicht doet, dan vind ik dat je nogal een verantwoordelijkheid neemt. Ik ben natuurlijk niet de baas in Zuid-Afrika. Maar ik wil dit verhaal daar wel vertellen.”

Engering bestrijdt dat zijn visie op de ontwikkelingen wordt ingegeven door eigenbelang, door de wens van de Nederlandse overheid en het Nederlands bedrijfsleven om nu zaken te gaan doen in Zuid-Afrika voor het te laat is, voor dat alle andere landen al de krenten uit de pap hebben gelepeld en Nederland een onherstelbare achterstand heeft opgelopen.

“Zuid-Afrika heeft de wereld, waarvan Nederland een onderdeel uitmaakt, aanzienlijk harderH)dig dan de wereld Zuid-Afrika.

Zuid-Afrika heeft 38 miljoen inwoners en een nationaal inkomen dat eenderde is van Nederland. Hun handelscijfers zijn procenten van de Nederlandse handelscijfers. Wij kunnen er niet rijk van worden. Dat wil niet zeggen dat we er zo nu en dan niet een graantje van kunnen meepikken. Maar als wij daar heen gaan, als wij er opening bieden, is dat omdat wij vinden dat Zuid-Afrika terug-gentegreerd moet worden in de eld. Dat is een politiek motief. Dan kan het land ook een motor worden voor de rest van Zuidelijk Afrika. We willen daar een democratische economische groeikern, een welvaartskern maken. Dat is belangrijker voor Zuid-Afrika dan voor ons. Dat kan voor ons natuurlijk ook profijt opleveren. Maar als dat het enige motief voor onze missie zou zijn, zouden we ons natuurlijk veel beter kunnen richten op landen waar op korte termijn veel meer potentie ligt. Dan moeten we naar Duitsland gaan of zo.''