W.L. Idema over drieduizend jaar Chinese Poezie; ', was ik maar een wereldwijde klamboe!

Chinese gedichten gaan over bergen en de Keizer, het afscheid van vrienden en het drinken van wijn, het landsbestuur en het vangen van vlooien. Maar wat betekenen ze? Hoe dringt een westerse lezer door in de wereld van perzik- bloesem, geschilderde wenkbrauwen en jade? Een gesprek met sinoloog W.L. Idema, die een bloemlezing samenstelde uit drieduizend jaar Chinese poezie en veel gedichten 's ochtends op de fiets vertaalde.

Spiegel van de klassieke Chinese poezie, van het Boek der Oden tot de Qing-dynastie. Gekozen, vertaald en toegelicht door W.L. Idema. Uitg. Meulenhoff, 663 blz. Prijs (f) 72,50 W.L. Idema spreekt doerdag 27 juni om 16.45 uur op Poetry International over Chinese poezie.

“Ja, het is maar een schijntje,” zegt prof. dr. W.L. Idema, sinoloog in Leiden. Hij kijkt naar een erg dik boek. Het heet: Spiegel van de Klassieke Chinese Poezie. Van het Boek der Odtot de Qing-dynastie. Het Boek der Oden bevat liederen uit de 11de tot 7de eeuw voor Christus, de Qing-dynastie hield in 1911 op te bestaan. Drieduizend jaar poezie is in zijn Spiegel opgenomen. Wie het zich echt probeert voor te stellen, schiet in de lach. Drieduizend jaar.

Spiegel van de Europese poezie: van Homerus tot de Romantiek. Belachelijk. Onmogelijk.

“Ach, niets is natuurlijk onmogelijk he”, zegt Idema. n ze schreven natuurlijk allemaal in dezelfde taal. Dat maakt het wel anders dan de Europese poezie.” Dat is waar. Maar de verscheidenheid is er niet minder om, want de Chinese dichters schreven in het Chinees wel veel meer dan de Europese dichters in al hun verschillende talen. Een beroemde dichter als Bai Juyi (voordat alle namen anders geschreven werden heette hij Po Chu-i) liet zo'n 2500 gedichten na, sommige latere dichters wel 20.000. Ter vergelijking: een toch produktief dichter als A.oland Holst schonk ons niet veel meer dan 1000 verzen.

“Het zijn vaak korte gedichten”, zegt Idema. “En Chinese dichters dichtten vaak hun hele leven door. Hier wordt dichterschap nog wel eens geassocieerd met de jeugd. Daar niet. Er wordt soms in de gedichten over geklaagd dat het maar niet ophoudt, niet alleen de eigen maar ook andermans poezie-stroom.” Idema koos zo'n 650 pagina's poezie uit wat men zich moeilijk anders dan als een rijstebrijgebergte kan voorstellen.

Vanzelfsprekend was Idema niet de eerste die een keuze probeerde te maken uit deze omvangrijke traditie. In China zelf heeft men al vele eeuwen een idee van wie de belangrijkste dichters zijn en welke de mooiste gedichten. Buiten China bestaat dat idee ook - niet altijd hetzelfde idee als erbinnen, maar toch. Over de poezie tot ongeveer 1000 na Christus is wie-het-weten-kan het wel globaal eens. “Dat kun je allemaal wel weer over roberen te doen”, zegt Idema. “Maar als al eeuwenlang mensen steeds weer bij dezelfde gedichten terecht komen...” De Spiegel is dus geen hoogst originele keuze maar geeft een representatieve - zij het een onvermijdelijk oppervlakkige - indruk van de meest vooraanstaande klassieke Chinese poezie.

HEEL GEWOON

Stel je voor dat iemand met dit boek voor zijn neus zit. Iemand die wel genteresseerd is, die bij voorbeeld Slauerhoffs vertalingen van Chinese gedichten wel kent, maar die verder toch eigenlijk van niets weet. Hoe gaat zo iemand proberen door te dringen in de wereld van perzikbloesem, geschilderde wenkbrauwen, jade en kraanvogel?

De klassieke Chinese poezie kan men zich niet vreemd genoeg voorstellen. Niet omdat zij er vreemd uitziet, nee dat helemaal niet.

Heel gewone gedichten over bergen en rivieren en armoede en geluk en ongeluk en de Keizer en lotusbloemen en het afscheid van vrienden en het drinken van wijn en het landsbestuur en het vangen van vlooien.

Heldere gedichten. “Duisterheid wordt zelden als eenoordeel gezien”, zegt Idema.

De Chinese poezie is vaak vreemd omdat er alleen maar staat wat er staat. En wat er staat lijkt een westerse lezer dikwijls erg summier.

Bij voorbeeld: In het gebergte ontmoette ik een vriend van wie ik lang gescheiden was geweest en opnieuw namen we afscheid

Twee jaar geleden namen we ooit afscheid Om hier elkaar op doortocht te ontmoeten.

In welke richting wendt uw paard het hoofd? Duizenden pieken in de avondzon.

Quan Deyu (759-818) “Ik vind het zelf wel mooi”, zegt IdemaMaar wat betekent het?

“De twee vrienden hebben vroeger al eens afscheid genomen, nu zien ze elkaar opnieuw. De paarden willen door, die gaan niet rustig staan grazen. Voor ze elkaar echt hebben kunnen spreken is het afscheid alweer onvermijdelijk. De duizenden pieken, dat is het gebergte waarachter de vriend straks weer verdwenen zal zijn. Een heel gebruikelijk beeld. Alleen die avondzon betekent ieteer dan alleen maar dat toevallig net de zon onderging, dat is de tijd die maar doorgaat.” Afgezien van het feit dat de regel 'In welke richting wendt uw paard het hoofd?' niet iedereen meteen zal ingeven dat het paard ongeduldig is en er vandoor wil - wat wil de dichter hier mee gezegd hebben? Dat paarden ongedurige dieren zijn? Beter niet te paard zijn als men een vriend ontmoet? Wie begroet moet ook afscheid nemen?

Is de vriend eigenlijk het leven? De liefde? Het geluk? Zeer onchinese vragen.Chinese lezers, en Chinese dichters, zijn niet zo gespitst op metaforen. Zij denken niet meteen aan de paarden van de dood of van de zon of het gevleugelde paard Pegasus - een paard is een paard in het Chinees. De dichter drukt een gevoel uit door de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. In de beschrijving zit het gevoel. De lezer kent dat gevoel wellicht ook.

Dat is alles.

GOUDKLOKJE

Een voor de hand liggende manier om aan dit grote boek te beginnen isgewoon bij het begin. De inleiding. Daarin wordt de nieuwsgierige kort en helder ingelicht over de Chinese poetische traditie, over de voor- en nadelen van een vertaler voor zo'n verscheidenheid van stijlen, over de gemaakte keuze. “Het is niet mijn oogmerk geweest een selectie te bieden van uitsluitend die gedichten die de Nederlandse lezer onmiddellijk aanspreken”, schrijft Idema. “- Wanneer het ons ernst is met de behoefte een andere traditie te willen leren kennen en waarderen, kunnen we ons niet beperken tot die elementen die direct weerklank bij ons vinden. De zin van de studie van een andere cultuur, van een andere dichtkunst, is naar mijn overtuiging nu juist daarin gelegen dat zij ons dwingt kennis te nemen van werken die niet direct in alle opzichten aan onze sensibiliteit beantwoorden, zodat we ons moeten afvragen waarom deze werken in die andere cultuur dan wel zo hoog worden gewaardeerd. Op deze wijze kunnen we wellicht onze eigen vermogean waardering vergroten en verruimen.”

Het klinkt een weinig streng. Natuurlijk is het goed zich in te spannen voor wat onbekend is, natuurlijk. Maar het mag ons toch ook wel gemakkelijk gemaakt worden met versjes die we meteen begrijpen?

Zodat we als vanzelf ook aan de iets lastigere beginnen? “Dat is ook de bedoeling”, zegt Idema. “Behalve de gedichten die er naar mijn idee echt in moesten, zelfs al waren ze soms erg ontoegankelijk, heb ik ook gekozen voor wat een Chinees publiek aan zou spreken. De Goudklokje-gedichten bij voorbeeld, van Bai Juyi, die hier al lang populair waren dankzij de vertalingen van Slauerhoff, die worden in China zelden in een bloemlezing opgenomen. Ik denk dat men ze te prive vindt. Daar gaat de voorkeur uit naar sociaal-kritische gedichten.”

Bij de verjaardag van Goudklokje

Ik was al bijna veertig jaar geworden En kreeg een dochtertje: Goudklokje heet ze.

Vandaag is het een jaar sinds haar geboorte, Ze gaat al zitten maar ze praat nog niet.

Helaas, ik mis het wezen van de wijzeEn kan me niet verhinderen van haar te houden.

Beslommeringen zullen me voortaan bezwaren Want zij vertroost me enkel voor een ogenblik.

Als mij de smart bespaard blijft van haar vroege dood, Heb ik de zorg weer om haar een partij te vinden.

Ik had gedacht om in de bergen te gaan wonen Maar dat wordt dus weer vijftien jaren later.

Bai Juyi (772-846) Helaas, de vroege dood van zijn dochtertje blijftdichter niet bespaard. Daar schrijft hij ook weer een gedicht over, waarin hij opmerkt: “Een dochter brengt alleen beslommeringen- maar zonder zoon hecht men zich toch aan haar”.

In vroeger eeuwen was het minder gebruikelijk om zichzelf tot onderwerp van een gedicht te kiezen, gedichten gingen vooral over het landsbestuur en drukten gevoelens uit die genspireerd werden door openbare gebeurtenissen. Bai Juyi bedichtte vaker zijn persoonlijk leven, soms zelfs naar aanleiding van iets erg onbeduidends, zoals het verschijnen van zijn eerste grijze haren. Daarnaast schreef hij ook lange en leerzame gedichten. Een gedicht 'tegen buitenlandse veroveringen' bij voorbeeld, of 'een waarschuwing tegen het zoeken naar onsterfelijkheid' of 'tegen het wellustig zich laten schaken'.

Groot en klein, alledaags en bijzonder, huiselijk en verheven, het loopt allemaal door elkaar. Yin en Yang. Zo hoort het in China.

Bai Juyi is een dichter uit de tijd van de Tang-dynastie (618-906), een periode die als het hoogtepunt van de klassieke Chinese poezie wordt beschouwd. Idema: “Er is, ter vergelijking, wel gezegd dat toen het Chinese sonnet is ontstaan.” Bovendien leefden en werkten in die eeuwen de dichters die tot de grootsten gerekend worden: Wang Wei, Du Fu, Li Taibai, Meng Haoran en de al genoemde Bai Juyi. Zij zijn altijd de norm gebleven. Zij zijn de Shakespeares van China.

“De dichters die daarna komen, schrijven altijd in de schaduw van deze grote meesters”, zegt Idema. “Ze proberen origineel te zijn door onderwerpen te zoeken die nog niet door de groten bezongen zijn en dat leidt soms tot eigenaardige gedichten. Bij voorbeeld dat van Mei Yaochen (1002-1060): 'Op luizenjacht ving ik een vlo'.

Vandaag zit me warempel alles mee: Op luizenjacht ving ik me daar een vlo!

Als ongedierte maakt het geen verschil Maar ik was blij en met mezelf content.

- “Of je krijgt verzen als (e klacht van een buffel', of dat waarin een boer zich kwaad maakt dat een vroegere dorpsgenoot is opgeklommen tot keizer - gedichten waarin de spreektaal een kans krijgt. Iedereen wringt zich in bochten om iets nieuws te zeggen, want er is al zoveel gezegd en al zo goed. Een traditie kan ook tot iets drukkends worden.”

MUGGEN

Terug naar Idema's nu voor iede)een toegankelijke schatkamer. Wie, zoals de samensteller dat graag ziet, bladert en leest, vindt van alles. Mooie regels als “O, was ik maar een wereldwijde klamboe!” Of een Chinese variant van Dageraadspoezie, uit Het Boek der Oden, dus wel wat ouder dan ons eigen beroemde “Galathea ziet, de dag komt aan...” In het Chinees gaat het zo: “De haan heeft al gekraaid, Het hof is al bijeen!” “Dat was geen haan die kraaide, Maar het gezoem van muggen!” Ook blijkt de Chinese dichter doe eeuwen heen als hij (want hij is zelden een zij) wil zeggen dat iets erg koud, erg blauw, erg droevig is een uitgesproken voorkeur te hebben voor de constructie: koud zo koud; o blauw zo blauw was uw gewaad; o droef zo droef is mijn gemoed. Verder komt het uitroepteken veel voor in het Chinees. Nooit geweten.

“Ja die uitroeptekens heb ik er bij gezet”, zegt Idema. “Dat is toch de beste en snelste manier om een uitroep van verdriet of van verrukking of woede, weer te geven. Anders moet je steeds zeggen: ongetwijfeld is het zo dat... En dat 'droef zo droef' heb ik gekozen als vorm om een vaste en nadrukkelijke manier van zeggen weer te geven, een manier van zeggen waarmee een dichter zich in de traditie plaatst. In de spreektaal komt die uitdrukking niet voor. Maar misschien is het niet de meest gelukkige oplossing?”

Idema moet wel een goede vertaler zijn. Niet dat dat voor veel mensen te controleren is, maar het is makkelijk te gelovenij is er in geslaagd om gedichten uit later eeuwen heel anders te laten klinken dan gedichten uit vroeger eeuwen. Hij schuwt niet een modern woord als 'kraken' als een gedicht in gemeenzame taal geschreven is, en hij laat een 13de-eeuwse Chinese boer gewoon denken: 'Je vrouw heet van d'r eigen Lu.' Stijfjes en los laat zich in zijn Nederlands heel goed van elkaar onderscheiden.

In Hollands Maandblad van maart dit jaar liet hij zien hoe verschillend een gedicht in vertaling kan worden door eewatrijn van Bai Juyi 'gewoon' te vertalen; op rijm; met hetzelfde aantal lettergrepen als het origineel; in de trant van o.a. La Fontaine, Bilderdijk, Kloos, Vroman - het leverde zeer uiteenlopende gedichten op. Elegant en onnadrukkelijk heeft hij daarmee meteen het gevaar van een al te persoonlijke vertaling duidelijk gemaakt. Het is zijn opvatting dat een vertaler er goed aan doet zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, zodat een Chinees gediceen Chinees gedicht blijft, en niet een Nederlands gedicht wordt. “Voor Nederlandse gedichten hebben we uitstekende Nederlandse dichters, die hoef ik niet te maken. Ik ben geen dichter, al heb ik natuurlijk destijds ook wel wat in de schoolkrant gepubliceerd. Het was mij echter al snel duidelijk dat ik qua oorspronkelijkheid en zeggingskracht te weinig te bieden had. Het lijkt mij dus het beste dat ik de Chinese dichters zoveel mogelijk recht doe, in hun eigen woorden.”

Hoe duidelijk is het wat de woorden van de Chinese dichter precies zijn? Is het Chinees niet heel open?

Dat valt wel mee, zegt Idema. Als voorbeeld vertaalt hij letterlijk een gedicht van Li Qingzhao (1084-ca.1151), een dichteres die veel gebruik maakte van het genre van de ci, muzikale, persoonlijke gevoelsuitbarstingen. Het gaat ongeveer zo: Herinnering, avond, beek of water, diepdronken, ik wist niet of we wisten niet, het huis. In de Spiegel staat het zo: Op de wijze van Als in een droom

'k Herinner me nog steeds die avond bij de beek: We waren dronken, wisten niet de weg naar huis En uitgefeest voeren we laat terug, Per ongeluk te diep de lotusbloemen in.

Hoe kwamen we eruit? Hoe kwamen we eruit?

We joegen meeuw en reiger van hun zandbank op! Ook al een onbegrijpelijk gedicht. Wat gebeurt daar in 's hemelsnaam?

We waren dronken en we stommelden naar huis. Nu en? Het blijkt veel subtieler. Een erotisch gedi is het, zegt Idema.

“Weet u wel hoe hoog die lotusbloemen zijn? Die steken een heel eind boven het water uit, als je daarin verdwaalt... Wat er gebeurd is in dat lotusbos laat zij aan de fantasie van de lezer over. Hoe het kwam dat die boot zo aan het schommelen is geraakt dat de vogels erdoor verschrikt werden... Een liefdesgedicht. Een gelukkige herinnering.”

Wat schreef Idema ook alweer in de Inleiding? “Op deze wijze kunnen we wellicht onze eigen verJH)gens van waardering vergroten en verruimen.”

De niet-ingevoerde lezer waardeert daarentegen weer allerlei dingen die voor de Chinese lezer heel gewoon zijn. De ci-gedichten zijn geschreven op de wijze van bekende liederen, zoals wij dat zelf bij bruiloften of ter gelegenheid van Sinterklaas wel doen. 'Op de wijze van Zie ginds komt de stoomboot.' Chinese liederen heten anders, verrukkelijk anders. 'Op de wijze van Blij om de herfst.' 'Op de wijze van De vlinder op bloemen verld.' 'Op de wijze van Roodgeverfde lippen.' 'Op de wijze van Belletjes in de regen.' Een gedicht met zo'n titel ga je meteen lezen. De inhoud heeft niets met belletjes in de regen te maken. Natuurlijk niet. Maar het is wel een mooi gedicht.

'Van oudsher wordt wie rijk is aan gevoel gewond door scheiding,- En daarbij komt dan ook nog- De koude regen van het klare herfstseizoen.'

(Lin Bu, 967-1028) Oh wat moeten wij W.L. Idema dankbaar zijn dat hij zoveel werk voor onsheeft willen doen. Zelf doet hij er luchtig over. “Ik heb heel veel 's ochtends op de fiets vertaald,” zegt hij. “De korte gedichten dan. Die kon ik net lang genoeg onthouden om wat varianten te overwegen. Wel een erg Hollandse manier om met Chinese poezie om te gaan he.”