Timide Carreras leeft op in kolkende arena

Recital: Jose Carreras (tenor) en Lorenzo Bavaj (piano). Programma: liederen vanarlatti, Giordani, Stradella, Bellini, Donizetti, Mercadante, Verdi, Ginastera, Guastavino, Nacho, Tosti en Puccini. Gehoord: 20-6 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht.

Een overvolle Spaanse arena leek de grote zaal van het Utrechtse muziekcentrum gisteravond wel: overal op ommegangen en podium waren nog tribunes bijgebouwd, zodat Jose Carreras zich hier volkomen zou hebben thuisgevoeld, wareij een torero geweest. En de anders zo timide Spaanse tenor leefde inderdaad meer dan elders wel het geval is op, temidden van het kolkende en schreeuwende enthousiasme dat het Utrechtse uitgaanspubliek produceerde. Tijdens de toegiften verdween iets van de schuchterheid die Carreras eigen is en speelde hij zelfs met pianist, publiek, fotografen en al die dames die hem vanuit de zaal bloemen kwamen aanreiken: door het aanpakken ervan goed te verdelen kon hijar nog geruime tijd mee bezig zijn tijdens al dat applaus.

Succes heeft Carreras vooral met zijn zeer krachtig gezongen slotnoten, en afkomstig uit zo'n tenger lijf lijken ze inderdaad wondertjes. Carreras geeft ze nog meer effect door voordien veel heel zachte noten te zingen. Daarmee is ook ongeveer alles gezegd over zijn zangkunst tijdens dit recital, waar hij liederen van twaalf componisten uit meer dan drie eeuwen zong. De oudste - Stradella - werd geboren in 1644, de jongste - Carlos Guaavino - leeft nog. Toch, als Carreras zingt, vallen eeuwen van stijlverschillen weg en lijken ze allemaal sprekend op elkaar.

Vrijwel het enige dat Carreras doet is behendig pendelen tussen alleen maar pianissimo en fortissimo. Op zich doet hij dat verleidelijk, effectvol en epaterend. Maar jammer is dan dat zijn stem in die extremen niet perfect is. Lange pianissimo-noten rafelen af en toe, fortissimo-noten worden er soms al te moeizaam uitgeperst met steeds wisselender klank in klinkers, zoals het woord ramenta in Tosti's L'Ultima canzone, vlak na betoverende klanken op het woord foglia.

Variatie, interpretatie, expressie en kleuring zijn hoegenaamd afwezig, al weet Carreras zeker wel dat zoiets moet: het woord condannato (veroordeeld) in Verdi's L'Esule kreeg terecht een dramatische lading. En het begin van Giordani's Caro mio ben probeerde Carreras echt dolce te zingen, al kwam hij niet verder dan een fraai pianissimo. Het beste resultaat boekt Carreras in liederen, zoals Intima van Nacho en Vorrei morire en Non t'amo piu van Tosti, die uit zichzelf al passen bij de huidige mogelijkheden van zijn stem.

Vergeleken met zijn Amsterdamse recital vorig jaar maart spaarde Carreras zichzelf nu in Utrecht. In Amsterdam zong hij vijfentwintig nummers, nu bracht hij er slechts negentien, inclusief de drie toegiften. In het Concertgebouw kreeg hij vierendertig keer applaus, nu eenendertig keer. Kortom: hoe minder hij zingt, des te groter is ( relatief - zijn triomf.