Provincie Gelderland: laagvliegoefeningen in het buitenland houden

ARNHEM 21 JUNI. Gedeputeerde Staten van Gelderland vragen staatssecretaris Van Voorst tot Voorst (defensie) al het mogelijke te doen om laagvliegroutes voor militaire vliegtuigen uit Nederland naar elders in de wereld te verplaatsen. Daarbij mogen ook daar geen nadelige gevolgen voor natuur en milieu ontstaan, noch mogen de belangen van inheemse volken worden geschaad, aldus GS in een brief aan de staatssecretaris.

Gedeputeerde Staten in Friesland hebben om volledige stopzetting van het laagvliegen in Nederland gevraagd. Er zijn twee laagvliegroutes boven Noord- en Oost-Nederland, die veel overlast veroorzaken.

Gemiddeld worden ongeveer 3.000 vluchten per jaar op die routes uitgevoerd.

De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer begin dit jaar nog laten weten te willen vasthouden aan het laagvliegen in Nederland, omdat laagvliegen een 'basisvaardigheid' voor jachtvliegers is en nu eenmaal moet worden ge(Jefend. De Koninklijke Luchtmacht maakte in het verleden voor de meeste laagvliegoefeningen gebruik van gebieden in Duitsland en Canada. Duitsland heeft het laagvliegen in verband met de overlast nu helemaal verboden. In Belgie mogen vliegtuigen van buitenlandse mogendheden niet meer laagvliegen.

De staatssecretaris zegt dat na de Duitse maatregel “terughoudend” gebruik wordt gemaakt van de Nederlandse routes. Hij heeft de provinciebesturen bovendien aaboden de luchtmacht in de maanden juli en augustus niet te laten laagvliegen. Het provinciebestuur van Gelderland heeft liever dat er het hele jaar door niet op vrijdag wordt gevlogen, wat een andere optie van de staatssecretaris was.

Het vraagt de staatssecretaris overigens ook om een onderzoek te doen naar de aspecten van veiligheid en luchtverontreiniging van laagvliegen. Als laagvliegroutes naar andere werelddelen worden verplaatst moeten daar dus, stellen GS expliciet, bovendien dezelfde maatstaven worden gehanteerd als bij locatiekeuze in de Westerse wereld.