Pan-Europese samenwerking is nu operationeel geworden

BERLIJN, 21 JUNI. “Ongevaarlijk maar zinloos.” Zo werd de Conferentie voor Europese Veiligheid en Samenwerking (CVSE) door haar tegenstanders omschreven, toen de staatshoofden en regeringsleiders van de Europese landen, Canada en de Verenigde Staten in 1975 de Slotacte van Helsinki ondertekenden. De Duitse minister van buitenlandse zaken, Hans-Dietrich Genscher, kon het gisteren niet nalaten om deze woorden aan te halen tijdens de afsluitende persconferentie na de beeindiging van de eerste vergadering van CVSE-ministerraad in de Rijksdag in Berlijn. De Slotacte van Helsinki, die in 1975 door velen werd uitgelegd als een formele bevestiging van de op dat moment bestaande krachtshoudingen in Europa, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het proces van snelle verandering dat zich de afgelopen jaren op het continent heeft voltrokken. Het proces van Helsinki, dat onder meer een ingang bood voor het bespreken van schendingen van mensenrechten, is uiteindelijk zeker niet ongevaarlijk en al evenmin zinloos gebleken.

“Zonder sensatie, maar nuttig.” Met die woorden kwalificeerde de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, de tweedaagse vergadering van ministers van buitenlandse zaken in de Duitse hoofdstad. Die kwalificatie sloot naadloos aan bij de constatering van minister Genscher dat het CVSE-proces “nu in de operationele fase”

is terechtgekomen. De afspraken die tijdens de CVSE-top, vorig jaar november in Parijs, werden gemaakt, blijken te werken en de pan-Europese samenwerking blijkt zelfs nog verdiept te kunnen worden, als men kijkt naar de lijst conclusies die door voorzitter Genscher werd voorgelezen aan het slotan de ministerraad van de 35.

Een van de belangrijkste resultaten is wel het feit dat een Europees mechanisme is gecreeerd voor consultaties in geval van een crisis. Dat mechanisme kan in werking worden gesteld zonder dat de tot dusver heilige CVSE-regel van de unanimiteit hoeft te worden gerespecteerd.

Als een van de lidstaten vindt dat er een crisissituatie is, zal deze zich eerst moeten verstaan met het betrokken land. Mocht dat contact niet bevredigend verlopen, dan kan het klagende landich wenden tot de voorzitter van het Comite van Hoge Ambtenaren van de 35 landen met het verzoek om een spoedoverleg. Zodra twaalf andere lidstaten instemmen met dat verzoek, zal een dergelijk spoedoverleg moeten worden gehouden in de plaats waar het CVSE-secretariaat is gevestigd, de Tsjechoslowaakse hoofdstad Praag. De vergadering zal onder voorzitterschap staan van de alsdan fungerende voorzitter van de CVSE.

Vanaf het moment dat de ergadering begonnen is, geldt weer de regel van de unanimiteit. Er zal bijvoorbeeld alleen kunnen worden besloten tot een spoedoverleg van alle 35 ministers van buitenlandse zaken, als alle landen het daarover eens zijn. Tot een daadwerkelijke versterking van de CVSE zal deze procedure niet direct leiden, maar het feit dat de 35 ministers het hierover eens konden worden, geeft wel aan dat het Helsinki-proces weer de wind in de rug heeft. De praktijk zal moeten uitwijzen of deze procedure werkt. De eerste potentiele crisis die voor een dergelijke aanpak in aanmerking zou kunnen komen, is de situatie in Joegoslavie. De Joegoslavische minister van buitenlandse zaken Loncar bleek geen moeite te hebben met die gedachte.

Deze beslissing kan ertoe leiden dat het secretariaat van de CVSE in Praag een prominentere functie krijgt. “Het secretariaat heeft vanaf dit moment het potentieel om zich te ontwikkelen tot het vaste punt van de CVSE”, aldus een Westerse functionaris. Dat kan zeker het geval zijn als het communicatienetwerk tussene 35 hoofdsteden gaat functioneren met het secretariaat als centraal punt in het CVSE-net.

De 35 ministers hebben voorts ingestemd met de versterking van het Centrum voor conflictpreventie (CPC) in Wenen. Het CPC wordt belast met de vreedzame beslechting van geschillen, overeenkomstig het vijfde beginsel van de Slotacte van Helsinki. De in Berlijn bevestigde afspraken houden in dat twee partijen die een conflict met elkaar hebben en daar in onderling overleg geen op(lossing voor kunnen vinden, dit kunnen voorleggen aan het CPC. Dit kan dan een comite van deskundigen benoemen dat wordt gekozen uit een lijst waarvoor elk land vier personen kan voordragen. Bij de beslechting van het geschil kan gebruik worden gemaakt van de faciliteiten van het Internationaal Bureau van het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag. Het zwakke punt van de regeling, die al begin februari in Malta werd geformuleerd, is dat geschillen die betrekking hebben op kwesties van nationale soe(Jvereiniteit, territoriale integriteit en nationale defensie niet onder het mechanisme vallen. Als kwesties met een dergelijk karakter aan de orde zijn, moeten die worden voorgelegd aan het Comite van Hoge Ambtenaren van de CVSE-landen, dat regelmatig bijeenkomt, onder meer ter voorbereiding van de CVSE-ministersvergadering.

Opvallend aan de bijeenkomst in Berlijn was dat de hele kwestie van de economische samenwerking tussen Oost- en West-Europa, die nog een belangrijk deel van de Slotacte van Helsinki was, buiten het gezichtsveld van de CVSE aan het raken is. Andere organen, zoals de Europese Gemeenschap, de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds, worden daarvoor meer geschikt geacht. Ook de Oosteuropese landen lijken zich bij die gedachte te hebben neergelegd. Gevolg daarvan is dat de CVSE steeds meer een orgaan wordt waarin alle betrokken landen op basis van gelijkheid vooral over veiligheidskwestikunnen praten.

Opmerkelijk is ook dat de Verenigde Staten zich niet langer verzetten tegen een dergelijke ontwikkeling. Lange tijd heeft Washington geprobeerd een groot aantal gesprekspunten door te schuiven naar de eerstvolgende plenaire CVSE-vergadering volgend jaar maart in Helsinki. Nu de positie van de NAVO begin deze maand in Kopenhagen duidelijk is veiliggesteld, hebben de Amerikanen minder moeite met verdere versterking van het CVSE-proces. De Amerikanen onderkennen onder meer dat het mogelijk is om langs deze weg te komen tot verdere beperking van de omvang van hun strijdkrachten in Europa. De verwachting in Berlijn was dat het mogelijk moet zijn om begin volgend jaar in Helsinki de afspraken te bezegelen voor een verdere reductie van de strijdkrachten in Europa. De NAVO zal over een week of twee in Wenen voorstellen op tafel leggen voor een beperking van de omvang van de legers. Volgens diplomatieke kringen hoeft de discussie daarover niet op al te grote problemen stuiten, aangezien de Duitsers al eenzijdig besloten hebben tot beperking van de omvang van hun leger, terwijl ook de Amerikanen alleen maar blij zullen zijn als zij, gedekt door internationale afspraken dienaangaande, meer troepen uit Europa kunnen terughalen. Voor de overige lidstaten van de NAVO zullen nieuwe afspraken in het kader van een CFE-1 Akkoord waarschijnlijk leiden tot plafonds die zelfs iets boven de omvang van de huidige troepensterktes liggen. Daarna zal het aan de conferentie van Helsinki zijn om te beslissen hoe het proces van ontwapening en vertrouwenwekkende maatregelen, waaraan vanaf 1992 niet alleen door de lidstaten van de NAVO en het voormalige Warschaupact maar door alle 35 lidstaten zal worden meegedaan, zal worden voortgezet.

Tal van onderwerpen, zoals het door de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker gelanceerde idee voor de vorming van Kamers van Koophandel in Oost-Europa en de door minister Van den Broek geopperde gedachte van een pan-Europese trojka, bestaande uit de vorige, de huidige en de eerstvolgende voorzitter van de CVSE, bleken nog niet rijp voor beslissingen. Deze en andere suggesties zullen nader worden uitgewerkt door het Comite van Hoge Ambtenaren waarna, hetzij op de eerstvolgende ministersbijeenkomst op 30 en 31 januari in Praag, hetzij op de top eind maart in Helsinki, daarover verdere beslissingen kunnen worden genomen.