OM Rotterdam komt in tijdnood

ROTTERDAM, 21 JUNI. Als gevolg van een tekort aan rechters dreigt het openbaar ministerie in Rotterdam een aantal zware strafzaken niet op tijd voor de rechtbank te kunnen brengen.

Het gevaar is dat Justitie in strafzaken tegen verdachten die voor de meervoudige kamer (bestaande uit drie rechters) moeten verschijnen, niet ontvankelijk zal worden verklaard, omdat er niet binnen de volgens de jurisprudentie vereiste “redelijke termijn” wordt vervolgd.

Volgens de Rotterdamse officier van justitie mevr. mr. J. Moojen is er sinds het begin van dit jaar “een gestaag toenemende voorraad vanenige tientallen strafzaken ontstaan die door de meervoudige strafkamer moet worden behandeld”. Ook de stapel nog af te werken politierechterzaken (strafzaken van minder ernstige aard die door een rechter worden behandeld, die een gevangenisstraf van maximaal zes maanden kan opleggen) heeft de unieke hoeveelheid van tweeduizend overschreden.

Justitie verwacht dat de problemen de komende maanden alleen maar groter worden omdat de Rotterdamse rechtbank overschakelt op het zomerschema. Dan houdt de meervoudige kamer in plaats van drie zittingsdagen per week nog maar twee zittingsdagen. Op een zittingsdag worden gemiddeld tien strafzaken afgehandeld. Meer zittingsdagen houden is niet mogelijk door het beperkte aantal rechters.

De president van de Rotterdamse rechtbank mr. L.F.D. ter Kuile zegt evenals het openbaar ministerie te vrezen dat een aantal strafzaken aan de papiervernietiger moet worden geofferd. “Ik zou eerlijk gezegd niet meerten wat we aan de achterstand kunnen doen”, aldus Ter Kuile.

Begin dit jaar heeft hij van de rechtbanken in Den Haag en Dordrecht 25 rechters kunnen 'lenen' om een oude achterstand weg te werken. Deze rechters zijn tot het najaar bezig om een voorraad van honderd meervoudige-kamerzaken af te handelen. “Maar ik heb mijn collega's moeten verzekeren dat het lenen een eenmalige operatie is, dus deze ctructie biedt nu geen soelaas meer”.

Ook Ter Kuile voorziet dat de Rotterdamse capaciteitsproblemen ernstiger zullen worden. De komende maanden zullen ten minste vier rechters vertrekken, terwijl slechts drie nieuwe konden worden aangetrokken. De Rotterdamse rechtbank heeft grote moeite rechters te werven. Op de laatste vacature die in april in het Nederlands Juristenblad werd bekendgemaakt, is geen enkele sollicitatie ontvangen.

Het grote verloop bij de Rotterdamse rechtbank komt volgens Ter Kuile door de grote faam die is verworven als opleidingsrecht)bank. De Nederlandse leden van de rechterlijke macht die op de Antillen werken zijn voor een belangrijk deel uit Rotterdam afkomstig. De stad zou volgens Ter Kuile bovendien onder juristen een slecht imago hebben als woonstad.

Een grote moeilijkheid bij het werven van nieuwkomers is naar de mening van Ter Kuile bovendien dat er in Rotterdam veel concurrentie is van het bedrijfsleven. “Een baan bij de rechterlijke macht betaalt niet goed genoeg. In het bedrijfsleven verdien je jaarlijks al gauw tienduizegulden meer.”

Onder de twaalf strafrechters die in Rotterdam meervoudige-strafkamerzaken afhandelen, veroorzaken de steeds grotere achterstanden de nodige onrust. “Het is een droevige toestand”, zegt een van hen. “Je wordt prikkelbaar, je ergert je meer. Dan is er eindelijk met veel moeite een zittingsdag volgepland en dan vraagt een advocaat om aanhouding waardoor er weer een ochtend verloren gaat.”

Volgens deze strafrechter worden er door het openbaar ministerieals gevolg van de moeilijkheden om een zaak bij de meervoudige kamer aan te brengen ook steeds meer strafzaken voor de polititerechter gebracht, hoewel er in die gevallen een hogere straf dan de maximale zes maanden zeer wel gerechtvaardigd is.

In Amsterdam heeft het openbaar ministerie geen moeite strafzaken op de zitting behandeld te krijgen. Bij de rechtbank in de hoofdstad worden wekelijks minimaal vijf zittingsdagen van de meervoudige kamer gehoudenwee meer dan in Rotterdam. Vorige week maakte het parket bij het Haagse gerechtshof bekend 45 zaken niet te zullen behandelen. Hier ging het om lichte strafzaken met een maximale straf van drie maanden.