Merchandising

'Fel begeren' is een uitdrukking die hoort tot het Nederlands arsenaal van ironische gemeenplaatsen.

Zo ook het woord aanpalend dat men in plaats van aangrenzend gebruikt als men humoristische bedoelingen heeft. Er schoten me niet ddellijk nog meer voorbeelden te binnen. Ik raadpleegde dus het laatst verschenen artikeltje van een journalist die van het schrijven in deze geestige trant een dwanghandeling heeft gemaakt en daar vond ik teveel om op te noemen. Het beste zou het zijn, dat stukje helemaal over te schrijven, maar dan weet u wie ik in gedachten heb, en ik wil die man z'n plezier niet bederven door in het openbaar aanmerkingen op hem te maken. Zelf vindt hij prachtig wat hij schrijft)In de loop van nu al tientallen jaren heeft die automatisering van de ironie veel uitdrukkingen verknoeid. Als men in de pre-ironische tijd zei dat men iets 'fel begeerde' dan was dat ook zo. Alles had men er voor over om in het bezit te komen. Dat gebeurt veel mensen en vooral kinderen nog dagelijks, maar om dat duidelijk te maken moeten ze een andere uitdrukking verzinnen.

Mij overvalt de felle begeerte in pre-ironische zin o.a. als ik in een museum ben. Dat beschouw ik als een goedken voor het museum. Die instelling is er niet om de mensen alleen te laten leren en bewonderen. Als het goed is, volgt op hun bewondering de neiging, het bewonderde mee naar huis te nemen. Echte bewondering trekt zich pas in tweede instantie iets aan van mijn en dijn.

Om aan deze behoefte bijtijds tegemoet te komen hebben de meeste museums winkeltjes waar je ansichten en grote reprodukties kunt kopen.

Zoals alle afbeeldingen blijven deze in wezen tragische Ersatz, maar 't is beter dan niks. De winkeltjes doen met de Ersatz goede zaken, de tekorten op de begroting worden er een beetje mee gecompenseerd, maar als ik er rondkijk heb ik altijd het gevoel dat het veel beter zou kunnen.

Toevallig kwam ik de directeur van een museum tegen. Meteen bracht ik het onderwerp ter sprake. Ik vertelde hem natuurlijk niets nieuws maar ik kon het niet laten hem een beschrijving te geven van de verleidelijke winkels die de dependances van Amerikaanse museums zijn.

Vroeger was die vhet Museum of Modern Art in het sousterrain gevestigd. Dat is nu te klein geworden zodat ze naar de overkant van de straat zijn verhuisd. Alles wat cultureel vorm is gegeven ligt daar te koop. In de winkel van het Metropolitan Museum gaat het nog verder: daar ligt van alles dat het museum zelf niet eens heeft. Replica's van oude beeldjes en beelden, om in je zak te steken tot twee meter hoog; blokkendozen om Romeinse of Griekse temp mee te bouwen; een instructief Discovery Pak met drie sterke magneten, een prisma en een gyroscoop. Daar ontstaat het fel begeren in het vroegst van zijn pre-ironische betekenis.

'Zeker', zei de museumdirecteur met een gezicht van je moet mij niet onderschatten. 'Ik ken het. We zijn er zelf ook mee bezig maar het vraagt een grote investering.' Hij kon nog niet zeggen wanneer de eerste replica's verkrijgbaar zouden zijn.

Maar toch: het is altijd goed nieuws als je hoort dat ergens aan wordt gewerkt. We spraken nog wat over de uitstekende vooruitzichten van zo'n educatieve handel. Zelfs in Oost-Europa en de Sovjet-Unie doen ze eraan. Replica's heb ik er nooit gezien maar wel casettes en doosjes met penningen waarop de beeldenaren van beroemde schrijvers, en natuurlijk de borstbeeldjes. Waarom ook dat niet hier? Bijvoorbeeld het beeld van Multatuli dat in Amsterdam op de Torensluis staat: daarvan een klein afgietsel te koop in iedere goede boekhandel? Als je in de muziekwinkels wordt doodgego met Mozart en Beethoven, waarom dan geen volksschrijvers als Simon Carmiggelt, Nel Benschop en Gerard Reve?

'Merchandising heet het,' zei de museumdirecteur nadenkend. 'Je zou weleens gelijk kunnen hebben. Misschien is het een gat in de markt.

Moeten er ook bustes van journalisten bij, denk je?' 'Dat gaat wel erg ver opeens!' riep ik. 'Je moet een grens trekken bij de kunstenaa en dan beginnen bij de schrijvers die van een boek meer dan 100.000 exemplaren hebben verkocht. Dat garandeert een redelijke omzet.'

Hij beaamde het. Zonder een greintje ironie waren we het erover eens dat merchandising de toekomst heeft en, mits goed aangepakt, veel gaten in de begroting kan dichten.