In gezelschap

Ga daar eens staan. Pas op, niet te dichtbij. Ze mogen niet weten dat je op ze let.

Zo ja, dat is de juiste afstand. Ze hebben je niet in de gaten. En toch ben je al groot genoeg om op de tafel te kunnen kijken. Vertel eens, wat doen ze? Eten ze, zijn ze aan het kaarten of doen ze een ander spel?

Je kijkt liever onder de tafel? Ga dan vlug op de grond zitten. Vier of vijf jaar geleden was je zo klein dat je overal langs kon kruipen.

Onder een stoel, tussen een tafelpoot en een stoelpo, voorzichtig, kijk uit voor die schoen!

Er waren soms wel zes mensen op bezoek. Ze zaten allemaal om de tafel. Toch lukte je het die plek in het midden te bereiken. Daar zat je dan met twaalf benen om je heen. Glimmende hoge hakken en gymnastiekschoenen, laarzen en sandalen, zijden kousen en zwarte broekspijpen.

Een man had een voet om een stoelpoot geslagen. Een andere man bewoog z'n knieen heen en weer. Een vrouw had een schoen uitgedaan en wreef met haar blote voet over de vloer. Al die sokken en scheenbenen, kels en veters, rokken en tenen waren voortdurend in beweging.

Je weet nog wat je toen dacht: dit zie ik alleen. Iedereen praat en niemand weet wat er onder tafel gebeurt. Soms tikte een been zelfs tegen een vreemd been, maar dat duurde nooit lang.

Zou je dan nu weer op willen staan? Dan kun je me eindelijk vertellen wat die drie daar een het doen zijn: eten, kaarten of misschien wel niets.