In elk boomblad schuilt een woud; Regisseur Peter Brook over Shakespeare, magie en Afrikaans acteren

Naast Ariane Mnouchkine is Peter Brook (1925) de belangrijkste naoorlogse regisseur. In de jaren vijftig en zestig maakte hij indruk met een geruchtmakende voorstellingen, zoals A Midsummer Night's Dream. 1968 verscheen zijn toonaangevende boek The Empty Space over het moderne theater. Nu regisseert hij in Antwerpen een Franstalige voor- stelling van Shakespeare's The Tempest. “De toeschouwer moet het theater ondergaan als een ervaring die hem optilt tot een glorieus niveau.” . De Storm (La Tempete) in de ree van Peter Brook. Franstalig. De Singel, Antwerpen. Tot en met 22-6.

De deuren van het theater de Singel in Antwerpen zijn hermetisch gesloten wanneer Peter Brook repeteert. Niemand, behalve hijzelf en zn spelers, krijgt toegang tot de zaal of de speelvloer. De zaal is op nadrukkelijk verzoek van de meester verbouwd: over de roodfluwelen zetels is een reusachtige, tot aan het plafond reikende tribune gebouwd. Voor wie beneden in de diepte acteert, moet de stellage van houten banken oprijzen als een Grieks amfitheater aangelegd tegen een heuvel.

De speelvloer is voor Peter Brook (Londen, 1925) heilig, zoals het theater voor hem heilig is. Door de manier waarop hij in Shakespeare's De Storm zijn Afrikaanse en Indiase hoofdrolspelers kleedt, krijgen zij iets van apostelen. Ze gaan blootsvoets door de rechthoek van rul zand die het eiland verbeeldt van de magische tovenaar Prospero.

Peter Brook stichtte in 1970 in het vervallen Parijse theater Les Bouffes du Nord zijn eigen gezelschap, het Centre International De Creations Theatrales. Waar Brook ook te gast is, hij zal aldoor als eerste eis stellen dat de ruimte lijkt op het immense lege theater van zijn Bouffes du Nord. Zo'n alomvattende naam als het Centre International etc. kan alleen een Fransman bedenken, of een Engelsman als Peter Brook die ruim twintig jaar geleden Londen en het Engelse theater rigoureus de rug heeft toegkeerd.

De muzikanten meegerekend bestaat het gezelschap uit meer dan achttien nationaliteiten. “Een 'complot international' ”, licht Peter Brook de bezetting toe van De Storm en van voorgaande vertoningen als Ubu of Mahabharata, een spektakel gebaseerd op Indiase mythen. Dat woord 'compl' verraadt veel, evenals Brooks benaming voor de speelvloer als 'arena' of 'een heilige plek'.

Hij gelooft in de magie van het theater. Brook zelf heeft iets van een tovenaar, niet alleen vanwege de rijke en tegelijk eenvoudige verbeeldingskracht die spreekt uit zijn voorstellingen, ook naar verschijning. Hij is gedrongen van postuur. Over zijn gezicht lopen diepe lijnen, die de suggestie wekken van ernst en wijsheid. Met zachte, besliste stem spreekt hij over de ervaring van het theater 'groter dan heleven', waardoor de toeschouwer inzicht krijgt in zijn eigen leven. Hij heeft iets van een vader, zowel van zijn eigen groep als van het toneel na de turbulenties van de late jaren zestig. Zijn helblauwe ogen zijn innemend en alert, alsof hij voortdurend iets ziet wat ik niet waarneem.

HEILIG

“Lang geleden”, schrijft Brook in het invloedrijke boek over hedendaags theater De lege ruimte (The Empty Space) uit '68, “is het toneel als magie begonnen: magie bij een heilig est of magie zodra het voetlicht opging. Tegenwoordig is het andersom. Het toneel is ternauwernood gewenst en wie eraan meewerkt wordt gewantrouwd. We kunnen er dus van uitgaan dat het publiek vroom en aandachtig is. Wij hebben de taak, de aandacht van het publiek te vangen en te zorgen dat het gelooft.”

Brook schreef dit werk als afscheid van het 'doods theater': toneel dat opgevoerd wordt in de tredmolen van een vastgeroest gezelschapat met oogverblindende decors en op uiterlijk effect spelende acteurs niets anders doet dan de toeschouwer de zaal uitjagen. De openingsregels gelden nog altijd als het credo voor tal van regisseurs: “Ik kan zomaar een lege ruimte nemen en die een kaal toneel noemen. Een man loopt door deze lege ruimte terwijl iemand anders naar hem kijkt, en meer is niet nodig voor het ontstaan van een toneelhandeling.”

Zonder verdere aanleiding opent Brook het gesprek meteen met een verwijzing naar The Empty Space: “Het geheim van de lege ruimte idat een acteur die ruimte met zijn aanwezigheid moet opvullen; hij mag die ruimte nooit werkelijk leeg laten. Met 'leeg' bedoel ik dan ook vrij van opsmuk zoals rode gordijnen, decors, overbodige rekwisieten, kortom, de hele menagerie van voorwerpen die in het doodse theater de ruimte opvullen. Maar op betekenisloze wijze, als bombast en vertoon en niet als wezenlijke mededeling. Tonl moet openheid bezitten en het vereist de inzet van acteurs.

“Eigenlijk draait toneel om niets anders dan het geven van een waardevolle ervaring aan de toeschouwers. Vaak hoor je in het theater over de eindeloze conflicten tussen regisseurs en acteurs. Dat is allemaal armoede en een teken van gebrek aan verantwoordelijkheid van mensen, die de toeschouwer uit het oog verliezen en vergeten dat toneel altijd een handeling is, een geste, waardoor de emoties en de gedachten van de toeschouwer in beweging worden gebracht. Ik ben niet genteres(DHJH)seerd waarheen het theater tegenwoordig gaat, in feite heeft het me nooit genteresseerd. De lege ruimte is een boek dat vragen stelt om op de Buhne de waarheid te vinden. Maar daarmee is nog geen nieuw theater gecreeerd. Dat ontstaat pas wanneer de voorstelling het allerhoogste bereikt, namelijk als het verschil tussen publiek en acteur wegvalt. Op dat moment is het etiket 'nieuw' leeg en betekenisloos. Het theater dat ik nastreef omvat beide: speler en gehoor, speelvloer en tribun”

HOOFDROLLEN

Brook heeft het niet zo begrepen op mensen die hem achtervolgen met de vraag waarom hij Afrikaanse acteurs in hoofdrollen plaatst: “Toen Laurence Olivier op het hoogtepunt van zijn kunst was en beschouwd werd als de grootste levende acteur, waren er tal van aspecten aan het toneelspel die hij niet beheerste en die een willekeurige Afrikaanse of Japanse acteur wel degelijk bezit. De zuiverheid en puurheid van het Afrikaanse acteren schuilt in de kracht van het verhalen verteln.

De orale Afrikaanse traditie is veel ingewikkelder dan men geneigd is te denken. Het begint met iemand die een verhaal in zich draagt en een ander die geen verhaal in zich draagt. De eerste vertelt, de tweede luistert.

“Het is het misverstand van de westerse cultuur te denken dat spreker en toehoorder zich bevinden in dezelfde wereld. Dat is slechts ogenschijnlijk zo. De verteller tilt het gehoor op tot het niveau van een glorieus bestaan, tot waar alles groter dan in het werkelijke leven. Iemand gaat naar het theater om een verhaal te horen. In het Westeuropese toneel is dat besef verdwenen, en dus de kunst van het vertellen bij acteurs. In Engeland zijn de traditionele Shakespeare-acteurs nadrukkelijk spelers van de stad: 'city-actors'.

“Ik wil volstrekt geen naturalistische, psychologisch ingeleefde versie van De Storm, maar een voorstelling als ritueel brengen door een collectief van acteurs, een mixture uit alle wdrichtingen, waardoor de thematiek van het stuk versterkt wordt: het is een spel in de verbeelding. Het eiland als plaats van handeling kent geen geografische coordinaten: het bestaat alleen in de fantasie. In mijn gedachte over toneel heb ik niets nodig behalve de acteurs als menselijke wezens, niet als marionetten. Westeuropese acteurs lijden vaak aan onechtheid. Zij missen het besef dat toneel een mengeling is van sensibiliteit en communicatie met het gehoor. Toneel gebeurt nu, op het moment van spelen, niet acht de tafel van de dramaturg of tijdens de repetitie. Een speler die dat niet inziet en niet reageert op de aanwezigheid van het publiek is voor mij verloren.”

Gevangene Brook is in de loop van de twintig jaar die verstreken zijn sinds De lege ruimte een gevangene geworden van zijn eigen stellingen. Ze zijn vaak misbruikt, misverstaan. Zijn grootste verwijt treft het experimentele theater dat altijd wel een aardige eerste stap had, een idee, maar daarna niet wist hoe verder te gaan, met alle desastreuze gevolgen van dien. In de loop van het gesprek worden zijn uitspraken steeds eenvoudiger, net zoals zijn theater in de loop van de tijd steeds transparanter en helderder is geworden, gebruik makend van minimale middelen als doeken, bamboestokken, zand, een boomblad om een exotisch woud aan te duiden. Elke handeling en elk rekwisiet reduceert hij tot de essentie: “Theater is samengebalde tijd. Een voorstelling van twee u kan een heel mensenleven behelzen, Shakespeare goochelt in De Storm met de ruimte alsof de wereld niets anders is dan een speeltoneel van luttele vierkante mijlen. De ervaring van begrenzing die eigenlijk de uitgestrektheid en ongrijpbaarheid van het leven uitdrukt, moet theater aan de toeschouwer geven. Niets anders dan die ervaring.”

De spelers met achternamen als Benichou, Kouyate, MalharShivalingappa en Bennent brengen 's avonds in de Siel een ongemeen strakke en heldere versie van De Storm. IJle liederen en muziek getokkeld door snaarinstrumenten begeleiden de handeling. De schipbreuk van de koning van Napels en de hertog van Milaan waarmee het stuk opent, vertolkt de luchtgeest Ariel door bonen heen en weer te laten ruisen door een bamboebuis. Eenvoudiger is nauwelijks denkbaar. Er is de ruimte en er is de acteur, meer heeft Brook niet nodig om De Storm als een verhaal te vertellen vol eenvoud en ook toverij.