Het Besluit (slot)

Het siert kamervoorzitter Deetman dat hij bij zijn opvatting bleef en tegen de motie, voor het beeld van Kounellis stemde.

De heer Brinkman, weet ik uit goede bronnen, was voor het beeld maar stemde er toch tegen. Dat moet hij nog eens uitleggen. Het is toch een echt protestants beeld: Kounellis zelf vergeleek zijn kolen nog wel met de karige aardappelen van Van Gogh. Mevrouw Van Nieuwenhoven had mij al gezegd dat zij het werk “geen, nou ja, geen positieve uitstraling” vond hebben. Gelukkig heeft de PvdA-fractie dit oordeel van een van haar cultuurwoordvoerders niet overgenomen.

Dat was het dan. De affaire zou gesloten kunnen worden, ware het niet dat enkele opmerkingen van Marc Chavannes, in deze krant, nog enige tegenspraakJH)hoeven. In zijn kroniek wijst hij op het goede recht van buurtbewoners om een bepaald kunstwerk niet bij hen voor de deur te willen hebben. Maar dan zijn er van die kunstkenners die hun eenzame wil proberen door te drijven. In dat verband word ik vergeleken met mijn Engelse collega Norman Rosenthal die zich vaak nogal apodictisch uitlaat. Toch klopt niet wat Chavannes beschrijft. Ik heb steeds gezegd dat Kamerleden natuurlijk over alles mogen beslissen maar dan met zorgvuldigheid - ent door de natte vinger in de lucht te houden om te voelen hoe de wind waait.

In dat geval, zegt Chavannes, zijn de Kamerleden buurtbewoners, dus mogen ze als gewone personen oordelen. Akkoord. Maar het buurtcomite beslist nooit. Normaal is het zo dat een andere macht beslist, een die niet belanghebbend is en daarom rekening kan en moet houden met algemene belangen. Een algemeen belang is de positie van de kunst, bij voorbeeld, of de parlementaire traditie.

Het Kamerpresidium vroeg advies aan de bewoners, verenin de Bouwcommissie waarin behalve Kamerleden ook het Kamerpersoneel en de parlementaire pers vertegenwoordigd zijn. Het afwijzend advies van die bewoners werd vervolgens, en dat mag, door het presidium met andere, algemene argumenten afgewezen. Toen vond een deel van de bewoners toch een manier om, in een parlementaire procedure, het presidium te dwingen tegen het beeld te zijn. Aan die stemming kon het Kamerpersoneel en de parlementaire pers niet nemen. Toch zijn zij een veel grotere groep bewoners dan de 150 leden van de Tweede Kamer. Met andere woorden, de Kamerleden stemden wel degelijk als Kamerleden, met machtsvertoon, en allang niet meer als gewone bewoners want hun advies, dat van de Bouwcommissie, was al gepasseerd en door het presidium terzijde geschoven.