Einde koppeling nadert, Ter Veld lijdt nederlaag

DEN HAAG, 21 JUNI. Volgende week maandag - drie dagen voor het zomerreces - discussieert de Tweede Kamer over de breuk. Niet de politieke breuk tussen de regeringspartijen CDA en PvdA, maar een rekenkundige breuk: 86-100 de verhouding tussen niet-actieven en actieven.

Gisteren werd op basis van de meest recentgegevens van het Centraal Planbureau bekend dat deze verhouding verder verslechtert. Het punt is bereikt dat het kabinet Lubbers-Kok niet langer is gehouden aan de politieke afspraak dat lonen en uitkeringen gelijk moeten oplopen.

Bij de opstelling van het Regeerakkoord in 1989 spraken de coalitiepartijen CDA en PvdA af dat sociale uitkeringen en minimumloon worden gekoppeld aan de loonontwikkeliin het bedrijfsleven. Na zeven jaar CDA-VVD-beleid waarin de uitkeringen werden bevroren, was de PvdA trots op het herstel van de koppeling.

Het regeerakkoord noemde twee criteria om te ontkoppelen: een te forse loonstijging en een snelle groei van het aantal uitkeringsgerechtigden. Het was de bedoeling dat de nieuwe 'wet koppeling met afwijkingsmogelijkheden' met ingang van 1 januari dit jaar de bestaande 'wet aanpassingsmechanismen' zou vervangen. Op basis van deze laatste wet volgen volgen uitkeringen en het minimumn de gemiddelde loonstijging automatisch. Politiek gekissebis leidde echter tot uitstel en pas volgende week wordt de techniek van de nieuwe wet in de Tweede Kamer behandeld. Er wordt dan nog geen beslissing genomen over de vraag of er volgend jaar al dan niet moet worden gekoppeld.

In de memorie van toelichting bij de nieuwe koppelingswet werd een snelle groei van het aantal uitkeringsgerechtigden 'vertaald' in de cijfercombinatie 86 en 100. Het kabinet hoeft niet te koppelen wanneer het aaniet-actieven ten opzichte van honderd actieven de grens van 86 overschrijdt. Niet-actieven zijn mensen die een uitkering krijgen krachtens de volksverzekeringen (bijvoorbeeld de Algemene Ouderdomswet en Algemene Weduwen- en Wezenwet) en de werknemersverzekeringen (bijvoorbeeld de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Ziektewet) De verhouding niet-actieven versus actieven is de afgelopen decennia drastisch gewijzigd. In de jaren zeventig is het aaniet-actieven gestegen met ruim een miljoen personen. Het verhoudingsgetal steeg van 46 in 1970 tot 68 in 1980. Vooral in de eerste helft van de jaren tachtig nam het aantal niet-actieven sterk toe. Na 1985 bood de verbeterde werkgelegenheidssituatie tegenwicht en stabiliseerde het verhoudingsgetal zich op een historisch hoog niveau van 86.

Het Centraal Planbureau heeft nu berekend dat volgend jaar het aantal niet-actieven zal stijgen tot 87,5; het loslaten van de koppetussen lonen en uitkeringen lijkt onafwendbaar geworden. Staatssecretaris van sociale zaken Ter Veld liet gisteren al doorschemeren de kans zeer groot te achten dat de koppeling volgend jaar niet door kan gaan.

“De grootste tegenslag uit haar politieke carriere”, weet een naaste medewerker te melden. Immers, Ter Veld - en ook minister De Vries van sociale zaken - had al hun kaarten gezet op afspraken van het Najaarsakkoord.kgevers, werknemers en kabinet hebben vorig jaar oktober afspraken gemaakt om de groei van de niet-actieven Toen is ook de afspraak gemaakt dat het kabinet extra maatregelen gaat nemen, mochten de de Najaarsafspraken te weinig effect sorteren. Uit een brief die staatssecretaris Ter Veld afgelopen woensdag naar de Sociaal-Economische Raad heeft gestuurd blijkt dat het kabinet genoodzaakt is om extra maatregelen te nemen om de trend om te buigen.

Tijdens het NajaarsoH)leg is besloten om niet in te grijpen in de sytematiek van WAO en Ziektewet. Dergelijke ingrepen, zoals bijvoorbeeld bij het begrip 'passende arbeid' en de hoogte en duur van de uitkering, lijken nu niet te vermijden.

De PvdA wil de effecten van het kabinetsbeleid om het aantal inactieven terug te dringen afwachten en een beslissing over de koppeling uitstellen tot begin volgend jaar. Er is de sociaal-democraten alles aan gelegen om te voorkomen dat koningin Beatrix in de Troonrede moet aankondigen dat het CDA-PvdA-kabinet de koppeling tussen lonen en uitkeringen moet loslaten.

De grootste regeringspartij CDA vindt dat het kabinet deze zomer tijdens de begrotingsbesprekingen moet beslissen over het voortbestaan van de koppeling. In een vraaggesprek met het partijblad CD-Actueel zei minister-president Lubbers een maand geleden: “het ijkpunt is de begroting voor 1992”. De CDA-leider voegde daar even later aan toe: p grond van de huidige situatie moeten we ervan uitgaan dat op 1 januari aanstaande de uitkeringen uitsluitend aan de prijsstijging worden aangepast.”

Weegt de ontwikkeling van het aantal arbeidsongeschikten voor de minister-president zwaarder dan de koppeling tussen lonen en uitkeringen? Immers, aan het eerste heeft hij zijn politieke lot verbonden. Tijdens de algemene politieke beschouwingen vorig jaar zei Lubbers dat hij zijn ontslagbrief bij koningin Beatrix zou inleveren indien het aantal arbeidsongeschikten boven de miljoen zou uitkomen.

De econoom voegde eraan dat “het tellen van alleen dat aantal mensen” geen goede graadmeter is. Het gaat om de uitkeringsjaren.

“Met de huidige verhoudingen zou een miljoen personen ongeveer overeenkomen met 900.000 uitkeringsjaren, omdat er nogal wat mensen bij zijn met een partiele uitkering.”

Volgens de meest recente voorspellingen van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid bedraagt in 1994 het aantal uitkeringjaren 885.000. Dus 15 onder het 'ontslag-niveau'.