Een vrolijk stripverhaal uit Luxemburg; Architectuur van Leon Krier in de Nieuwe Kerk

De tentoonstelling Imago Luxembui wil laten zien dat Luxemburg niet alleen bestaat uit banken en omroepen. Leon Krier heeft voor de expositie in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een witte stad gebouwd die nog het meest op een Italiaanse begraafplaats lijkt. “Imago Luxemburgi is eerder een provocerende verheerlijking van het nieuwe classicisme in de architectuur dan een uitgebreide presentatie van de cultuurgeschiedenis van Luxemburg.”

Tentoonstelling:Imago Luxemburgi. T-m 30 juni in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

Op de Dam in Amsterdam staan hoge, in witte hansoppen gehulde stellages die de aandacht eten vestigen op de tentoonstelling Imago Luxemburgi in de Nieuwe Kerk.

In de bescheiden catalogus die de tentoonstelling begeleidt, schrijft de Eerste Minister van het Groot-Hertogdom Luxemburg en tevens Minister voor Culturele Zaken Jacques Santer: “De bedoeling van de regering is om een beeld van Luxemburg weer te geven dat niet uitsluitend uit banken en omroepen bestaat, maar tevens een modern Europees land is t een eigen geschiedenis en culturele identiteit.

Deze Luxemburgse 'beschaving' vond zijn vorm op het kruispunt van de Romeinse en Germaanse werelden in het hartje van Europa. De regering heeft met bijzonder veel genoegen het scenario van de huidige tentoonstelling aan Leon Krier toevertrouwd, een van de meest bekende architecten van onze tijd.''

De door Leon Krier ontworpen, spookachtige verschijningen op de Dam zijn de voorboden van een van de eigenaardigste tentoonstel(JHingen die ik ooit heb gezien. Imago Luxemburgi speelt zich af in een neo-classicistische stad die eerder doet vermoeden dat de Luxemburgse beschaving zijn vorm vond op het kruispunt van de Romeinse en Griekse werelden, dan op het kruispunt van de Romeinse en Germaanse werelden zoals de Minister van Culturele Zaken beweert.

Leon Krier - zijn voornaam moet er steeds bij want zijn broer Rob is n even wereldberoemd architect - heeft met deze scenario-opdracht zijn kans schoon gezien om zijn vermaarde neo-classicistische architectuurtheorieen in praktijk te brengen. Tot nu toe behoorde zijn werk vooral tot het genre 'papieren architectuur'. Buiten een huis in Florida (Belvedere House, Miami, 1988) dat hij voor eigen gebruik als weekendhuis bouwde, zijn er geen ontwerpen van zijn hand daadwerkelijk verwezenlijkt.

De witte stad waarmee hij het gotische interieur van de Nieuwe Kerk gedeeltelijk heeft weggevaagd, lijktet zijn tempelfragmenten, obelisken, zware zuilvoeten, gesloten prielen, bezinningspaviljoens en blinde tombes nog het meest op de gewijde, monumentale bebouwing van een historische begraafplaats in Italie. De compositie waarin de bouwsels ten opzicht van elkaar zijn gerangschikt wordt gedeeltelijk bepaald door het stramien, de zuilenorde van de Nieuwe Kerk, maar de groepering is ogenschijnlijk ook weer zo willekeurig, dat die orde vooral wordt verstoord. Daardoor lijkt de plattegrond van de tentoonstelling nog het meeste op de gecondenseerde, romantische plattegrond van een kleine middeleeuwse stad, vol onverwachte wendingen en hoeken die verrassende doorkijkjes opleveren.

LUIDRUCHTIG

Imago Luxemburgi is eerder een provocerende verheerlijking van het nieuwe classicisme in de architectuur dan een uitgebreide presentatie van de cultuurgeschiedenis van Luxemburg. Wie de radicale opvattingen van Leon Krier kent, hoeft niet verbsd te zijn dat deze expositie zo is uitgevallen. Deze architect heeft zich altijd onomwonden en fanatiek tegen de twintigste-eeuwse bouwkunst van het functionalisme, van de zakelijkheid gekeerd. Eigenlijk had op de Dam niet een verzameling onduidelijk gevormde, witte hansop-bouwsels moeten staan, maar een galg met in de strop bungelend een dode dorische zuil, losgerukt van zijn tempelbasis. In 1988 tekende Leon Krier een ontwerp voor een dergelijk beeld en hij schreef eronder 'T Nuremberg-Tribunal of Architecture'. Hij bedoelde ermee dat met de veroordeling van nazi-Duitsland de classicistische architectuur taboe was verklaard.

Zuilen, timpanen, friezen en pedimenten waren voor goed besmet. Met de Grosse Halle van Albert Speer - een groot architect volgens Leon Krier - was de de stijl van de pompeus-monumentale classicistische architectuur ten grave gedragen.

Leon Krier heeft zich nooit bij deze veroordeling neergelegd en zijn opvattgen in tekening, woord en geschrift luidruchtig aan de wereld kenbaar gemaakt. In een beschouwing over nazi-bouwkunst in Architectural Design (1986) illustreerde hij met de bekende, wanhopige vragen het dilemma van de macht van de architectuur of de architectuur van de macht. “Kan een zwaard dat onrechtvaardig heeft gedood een mooi zwaard zijn?” En: “Mogen we schoonheidsgevoelens ontlenen aan een architectuur die ontworpen is met de intentie een misdadig politiek sysem te legitimeren?” In hetzelfde artikel refereerde Leon Krier aan een uitspraak van de Oostenrijkse architect Hans Hollein, gedaan tijdens een discussie bij de Deutsche Werkbund in 1978 in Darmstadt. Hollein zei bij die gelegenheid: “We mogen van geluk spreken dat Adolf niet dol was op Wiener Schnitzel, anders zou dit gerecht in Duitsland zijn verboden, net als de classicistische architectuur.”

Geen gezegde heeft de toorn van Leon Krier zo opgewekt als die van de bekende kunsthistoricus Herbert Read: “In de rug van elke strvende beschaving steekt een bloedige dorische zuil”. Onzin om alleen het classicisme dit soort misdaden in de schoenen te schuiven, zegt Krier.

Alsof de moderne architectuur zo brandschoon is, als het gaat om een stijl die met totalitaire regimes in verband kan worden gebracht. In de onlangs verschenen, oogstrelende koffietafel-omnibus New Classicism (in maart in het CS besproken door Bernard Hulsman) geeft Krier een opsomming: “ Gedurende 40 jaar is het Mdernisme de dominante stijl geweest van zowel linkse als rechtse totalitaire regimes, van Kaapstad, tot Moskou via Chili, Cuba en Roemenie. Mies van der Rohe was bereid om voor Hitler te werken en Le Corbusier voor Petain. Aalto bracht Hitlers beeldhouwer een vriendelijk bezoek in Berlijn in 1942, Terragni werkte voor Mussolini en Niemeyer voor een aantal dictators over de hele wereld ”.

Leon Krieheeft gelijk met deze voorbeelden die zijn opgenomen in zijn krachtige verdedigingslinie. Maar wie de neo-classicistische stad in de Nieuwe Kerk bezoekt, moet tot de conclusie komen dat de nu eindelijk gebouwde architectuur van Leon Krier op geen enkel punt verdediging behoeft. Zijn bouwsels hebben weliswaar dikke muren - opgetrokken uit witgeschilderd hout - zijn vormentaal is ontleend aan Vitruvius en Palladio, maar geen tempelfragment, geen paviljoen, geen tombe is in staat de impressie te wekken dat we hier met een architectuur te maken hebben die in dienst staat van een individu-vijandig totaalegime. Integendeel. De witte stad van Leon Krier is een ironisch vormgegeven stad uit een vrolijk, ethisch en esthetisch verantwoord stripverhaal.

SCHATTIG

Tenslotte de eigenlijke tentoonstelling Imago Luxemburgi. De beelden, schilderijen, foto's, voorwerpen, en maquettes die “de bezoeker op een unieke en spectaculiare manier moeten laten kennismaken met dit fascinerende land” zijn ook door Leon Krier uitgekozen. Een groot eikenhouten beeld van de heilige Willibrord. E bronzen zwaard uit de tijd van de beschaving van de Urnenvelden, 12de-11de eeuw voor Christus. Een model van de Adolphe-brug, ingewijd in 1910 en 'een waar meesterwerk onder de bruggen van steen'. Mooie edicula uit de Gallo-Romeinse periode. De familie Mayrisch, die na de Eerste Wereldoorlog de Frans-Duitse verbroedering op gang heeft geholpen en de eerste Internationale Staalentente op gang bracht, heeft van Krier een eigen familietombe gekregen. Ook de drie Luxemburgse winnaars van de Tour de France, Franois Faber (1909), Nicolas Frantz (1928) en Charly Gaul (1958) hebben een eigen kapel, met hun historische fietsen voor de ingang. Schilderijen, vooral van landschappen en staalarbeiders van Auguste Tremont (1892-1980), Jean Schaak (1895-1959), Hendrik Frederik ten Cate (1822-1891), Eugene Mousset (1877-1941). Mooie, zoete aquarellen van Sosthene Weis (1872-1941) in Kriers hoogste belvedere. Stille kleurenfoto' soms gewoon van een mooie, herfstige boom. Aardewerk en porselein van Septfontaines, 1797 tot aan het begin van de negentiende eeuw. Een aandoenlijke maquette van de Slag van Worringen, opgesteld in een oosters ogend sprookjesprieel. De Nazi-adelaar die van 1940 tot 1944 de zetel kroonde van de chef 'der Zilverwaltung', het hoofd van de civiele administratie van Luxemburg. En op sommige sokkels, in sommige tombes staat of hangt helemaal niets.

Leon Krier is erin geslaagd het beeld op te roepen van een intens braaf land in een roerloos tij, met een schattig regime. Zijn verbeelding zal de werkelijkheid niet ver ontlopen.

Imago Luxemburgi is een waarheidsgetrouwe tentoonstelling, zowel van Luxemburg als van het werk van Krier.