BREGJE BOONSTRA

Posy Simmonds: De chocoladebruiloft. Uitg. De Harmonie. Prijs (f) 22.50. ja Lindenbaum: De zeven vadertjes. Uitg. Querido. Prijs (f) 22.90. Jon Scieszka-Lane Smith: 'De suiker was op!' Uitg. Zirkoon. Prijs (f) 24.95.

Wie voor de prentenboekenkast gaat staan, treft daar zowel ernstige berichten uit het 'echte' leven-) Kikker en het vogeltje van Max Velthuys of Gorilla van Anthony Browne - als vrolijke, opwindende verzinsels, zoals De gele draad van de gezusters Heymans en William Steigs Dokter de Soto. In de laatste categorie hoort De chocoladebruiloft van Posy Simmonds thuis. Kiki - al bekend van haar dolle avonturen met de 'vliegende baby's' in het museum - mag bruidsmeisje zijn bij het huwelijk van haar tante. Tegen haar vriendjes schept ze op over de hgte van de bruidstaart en de lengte van de te slepen sleep, maar op de dag zelf ligt ze moegespuugd op de bank, omdat ze van te voren al veel te veel gesnoept heeft.

In een toestand van half slapen-half waken beleeft ze spannende uurtjes in een muizenhol, wanneer ze samen met de suikeren bruidegom die op de taart staat op zoek gaat naar zijn verdwenen bruid. Achter het behang weet ze met behulp van de chocolade katjes en soldaatjes waar ze zich eerder mee volgepropt heefen in ruil voor een stapel chocolademunten het vrouwtje te bevrijden uit de poten van een snoepzieke muis. Bovenop de taart verbindt zij het suikeren paartje tenslotte in de echt: ''Beloof je dat je altijd heel zoet zult zijn?''

Net zoals in Kiki en de vliegende baby's en in Fred hanteert Simmonds een stripachtige, humoristische tekenstijl, met reeksen opeenvolgende prentjes en tekstballonnen. De preoccupatie met lekker, dus zoet zal veel kinderen op het lijf geschreven zijn, de onwezenlijke sfeer van opwindg tijdens een huwelijk in de familie is mooi getroffen. Helaas gaat het grapje van iedereen die rillend op de taart staat in de vertaling verloren. Dat je van 'icing' koude voeten krijgt voel je op je klompen aan, maar van glazuur?

Schitterend is De zeven vadertjes van de Zweedse Pija Lindenbaum, al is het niet meer dan een uitgewerkte grap. Zesjarige Else-Marie vertelt over haar bestaan als dochter van zeven mini-vaders en een flink uit de kluiten gewassen moederDe vadertjes zijn vertegenwoordiger en lijken op elkaar als zeven druppels water. Ze dragen beige regenjasjes, een gleufhoedje en een aktentas en 's nachts allemaal een gestreepte pyjama. Het lastige is dat alle andere kinderen een vader hebben, een grote. En wat zullen die wel zeggen wanneer Else-Marie door haar pappa's uit school gehaald wordt!

Gelukkig blijkt dat heel gezellig uit te pakken. Zo Lindenbaum al een bedoeling mocht hebben, dan wil ze misschien laten zi dat moeders als rotsen in de branding het leven bestieren, maar dat je met vaders - hoe klein ook - iets kunt beleven. In de eerste plaats biedt het boek echter een serie geestige prenten van een geschifte situatie: een opengeslagen krant in een leunstoel, waar veertien beentjes onderuit steken en een rijtje kaboutertandenborstels boven de wastafel. Als in een hedendaagse versie van Sneeuwwitje deelt moeder, gebukt in ochtendjas, kusjes uit wanneer haar zevental naar kantoor afmarcheert.

En wat een badkuip vol gezellig bloot, waar de hele familie zich tegen de bolle mamma aanschurkt om samen de vakantiefoto's van vorig jaar te bekijken.

Komisch is ook 'De suiker was op!' van Jon Scieszka en Lane Smith, een boek waarvan in Amerika al meer dan driehonderdduizend exemplaren verkocht werden. De Engelse titel luidt The true story of the three little pigs en dat 'ware' verhaal wordt verteld door de wolf zelf: “Vraag me niet hoe t hele Grote Boze Wolf gedoe is begonnen, maar er klopt in ieder geval niets van. (-) Lang geleden, in de Er Was Eens tijd, was ik een verjaardagstaart voor mijn lieve oude oma aan het maken. Ik was vreselijk verkouden. En de suiker was op.” Wolf gaat een kopje suiker bij buurman Big lenen, krijgt daar een enorme niesbui van al dat stro, blaast dus het huis omver en “het zou zonde zijn om zo'n perfect varkenslapje in het stro te laten liggen”.

De wolf kiest passend stoere bewoordingen, de rol van vermode onschuld is hem op het lijf geschreven en op de bruisende, karikaturale prenten wordt hij fraai als heer afgeschilderd. Mij is het iets te veel grote mensen-leuk, want als kind zie je juist wel iets in die grote boze wolf, maar de door Tony Ross met Willem en de wolf in gang gezette ontmythologisering is blijkbaar niet meer te stuiten.