'Zonneconstante' blijkt periodiek variabel met uitschieters van 0,1%

De zonneconstante, een maat voor de hoeveelheid stralingsenergie die de zon aan de buitenkant van de aardatosfeer aflevert, is niet constant, maar varieert op tijdschalen die uiteenlopen van minuten tot jaren. Dat blijkt uit nu gepubliceerde metingen die de Solar Maximum Mission (SMM) satelliet in de jaren tachtig heeft verricht. Dank zij deze satelliet, die in eerste instantie was bedoeld voor het waarnemen van zonnevlammen, beschikt men nu voor het eerst over een nauwkeurige en vrijwel ononderbroken reeks metingen van de totale hoeveelheid zonnestraling tuhet verre infrarood en het verre ultraviolet.

De kortdurende variaties in de zonnestraling kunnen worden toegeschreven aan uiteenlopende verschijnselen als zonnevlammen, zonnevlekken en 'actieve' gebieden op de zon. De meest trage verandering blijkt precies samen te vallen met de (gemiddeld) elfjarige activiteitscyclus van de zon, die zijn oorsprong moet hebben in een nog onbekende mechanisme diep in het inwendige, waar ook de bron van de magnetische activiteit moet zitten.

Eind 1980 was de activiteit van de zon maximaal en was ook de hoeveelheid zonnestraling maximaal: 1368 watt per vierkante meter.

Daarna volgde een gestage afname tot 1367 watt in het midden van 1986, samenvallend met het minimum van de zonne-activiteit. Vervolgens steeg de hoeveelheid straling weer tot 1386 watt in december 1989, toen de zon opnieuw zeer actief was. De meetreeks stopt hier omdat de satelliet in die maand in de atmosfeer terecht kwam en verbrandde.

Opmerkelijk is nog dat de hoevee zonnestraling in 1980 wat hoger was dan men op grond van de magnetische activiteit van de zon zou verwachten. De onderzoekers laten zien dat dit geen instrumenteel effect is, maar kunnen niet verklaren wat er dan wel de oorzaak van is (Nature 351, p. 42).

De zonneconstante is dus geen echte constante, maar een grootheid die in de loop van zo'n elf jaar met minstens 0,1% varieert. Zo'n verandering lijkt niet groot, maar zou wel een factor kunnen worden om rekening mee e houden. Berekeningen aan klimaatmodellen hebben aangetoond dat een verandering van een procent in de hoeveelheid zonnestraling een verandering van een graad in de gemiddelde wereldtemperatuur zou kunnen veroorzaken en dat die ene graad een belangrijke invloed op onze weermachinerie heeft. Een verandering van een tiende procent is dus niet iets om te verwaarlozen.