'We zijn allemaal goed terecht gekomen, grepen onze kansen en genieten van het leven'

'Is er iemand van de reunie-commissie?', vraagt een mevrouw bij de ingang op dringende toon. Haar ogwalen door de hal van de Werkplaats, de Kees Boekeschool in Bilthoven. Ik kijk eens goed, dit is warempel de dochter van Kees Boeke!

'Ze roken in de aula', klaagt ze, 'en ze maken een verschrikkelijke herrie. Dat kan toch niet de bedoeling zijn op een reunie van deze school. Wij leefden vanuit de stilte.'

Ik loop met haar mee naar de aula. 'Nu is het beter', zucht de dochter van Kees Boekgelucht en verdwijnt in de menigte. Ik kijk verbaasd om me heen. De aula staat vol reunisten van alle leeftijden, die uit volle borst Werkplaatsliederen zingen.

Wij leven zo heerlijk met elkaar, In werk en spel, hier jaar op jaar 'Wat een hartziektenverwekkende tekst, he?', lacht een oud-leerling en zet het volgende lied in: Hier binnen branden kaarsen, hier binnen is het licht, Want hier binnen zijn gedachten naar elkander toegericht.

Naast me staan twee jonge meiden mee te galmen)Is dit een leuke school?',vraag ik. Ze knikken van harte en ik geloof ze.

Na het zingen ga ik bij een mevrouw van de jaargang '52-'56 zitten. 'Vroeger hielden we tussen de middag in de aula muzieksiesta's', vertelt ze, 'dan at je je brood op en intussen kon je naar muziek luisteren. Die siesta's werden geleid door... hoe heet hij toch weer, hoe dan ook, hij legde je uit hoe Beethoven zich voelde toen hij roca componeerde. Wat vervelend dat ik die naam niet meer weet.'

Ons gesprek wordt onderbroken door de oorverdovende klanken van een orkest dat zeker niet vanuit de stilte leeft. Een hele generatie komt overeind en marcheert de aula uit. Ik vlucht mee met de menigte. Bij de deur word ik op mijn schouder getikt, het is de mevrouw van de jaargang '52-'56. 'Hartsuiker', zegt ze blij, 'hij heette Hartsuiker.'

De Werkplaats bestaat 65 jaar en overal in de gangen staan mensen elkaar feestelijk op de schos te slaan. Ik sluit me aan bij een groepje blauwe blazers met gezond gebit. Ze halen herinneringen op aan de geweldige feesten die ze hadden, het schooltoneel, de keer dat het decor omviel en hoe ze toen gelachen hebben. 'Jullie hebben het leuk gehad', concludeer ik.

'Wij hebben het fantastisch gehad,' zeggen ze unaniem, 'als je hier op school hebt gezeten, heb je daar de rest van je leven positief last van. We zijn allemaal goed terechtgekomen, wbben onze kansen gegrepen en we genieten van het leven.'

Bijna iedereen zingt een loflied op de Werkplaats: 'Het bijzondere was, dat de leraren en leerlingen gelijkwaardig waren. De leerlingen waren de werkers en de leraren de medewerkers. Zo werden ze genoemd, werkers en medewerkers, maar zo was het ook. Je hoefde niet tegen de autoriteiten op te kijken. Er werd ook vrijwel nooit gestraft. Als je iets verkeerd deed, kreeg je een waarschuwing, tot soms wel zes keer toe. Wij waren gewend meraren op een lijn te staan.

Werkplaats-leerlingen worden daarom in de buitenwereld nogal brutaal gevonden.'

Zouden alle leraren blij zijn met die voortvarendheid? In een van de lokalen vind ik een lerares Engels en een lerares Frans.

'Ik heb het hier altijd heerlijk gevonden', zegt de lerares Frans, 'er zit zoveel initiatief in deze leerlingen. Ze zijn kritisch en genuanceerd, ze kunnen goed debatteren, want ze kunnen luisteren. Dat hebben ze hier op school geleerd.'

'Ik heb het gemakkelijk gehad', bekent de lerares Engels, 'ik zat hier in een periode dat het toch al niet zo best met me ging en ik was beslist niet opgewassen tegen de leerlingen. Ze waren vaak erg brutaal en ik werd gepest. Daar bewaren ze zelf nogal goede herinneringen aan.

Ik sprak daarnet nog iemand die zei: 'Wat hebben we jou lekker gepest'.'

Er komen twee mensen naast me zitten die er, net als de meeste reunisten, tien jaar jonger uitzien dan ze zijn. Zelf hebben ze niet op deze school gez, maar hun kinderen, Ingmar en Dagmar, wel.

'En als Ingmar een eindje gaat fietsen, komt hij altijd even langs de school', vertelt de vader, 'en dan legt hij zijn hand op het gebouw.'

Buiten is het volksdansen begonnen. Ik had in het programmaboekje gezien dat er gevolksdanst zou worden, maar wat daar op het grasveld te zien is, overtreft alle verwachtingen. In een enorme kring dansen wel drie generaties oud-leerlingen spontaan in het rond. Ze worden geldoor een opgewekte mevrouw voor wie ik uit geen poot zou verzetten, maar hier vinden ze volksdansen heel gewoon.

'En als we onze agressie eens kwijt moesten, dan dansten wij de Troika!' roept de leidster en jawel hoor, iedereen kent de passen. De zon schijnt over deze bevoorrechte reunisten en ik kijk glimlachend toe. Een mevrouw glimlacht terug.

'Iedereen doet mee', zeg ik. 'De geest is hier vaardig', antwoordt ze, 'daarom wil iedereen meedoen.'