Terughoudendheid ontbrak in de Kounellis-affaire

Het geweigerde cadeau voor de Tweede Kamer heeft alleen maar verliezers opgeleverd: de minister zag een positief gebaar in een niet gezochte confrontatie veranderen, de Kamerleden moesten de onaantrekkelijke rol van 'tegenstanders van de moderne kunst' spelen, Fuchs zag zijn advies mislukken en Kounellis kreeg geen opdracht. Was dit te verwachten geweest? Tot op zekere hoogte wel.

Behalve mooi of lelijk is kunst ook een medium, een middel voor communicatie. In dit geval moest het kunstwerk iets zeggen over democratie ('democratie is mensenwerk'). Communicatie veronderstelt dat de kunstenaar zich uitdrukt in een vorm die tenminste door een aantal mensen wordt begrepen. Hoe noodzakelijk zulk begrip is blijkt als we tegenover de kunst van de Azteken of de Thailanders staan.

Eeuwenlang was de kunst goed te volgen. Onze enorme produktie aan schilderijen in de zeventiende eeuw werd door een relatief brede laag van de bevolking afgenomen. Toen was er ook een soort 'openbaar mooi'.

De schilderijen in het zeventiende eeuwse stadhuis (nu: paleis) van Amsterdam laten dat zien. De regenten die de opdrachten verleenden wisten wat ze zouden krijgen en de kunstenaars speelden op die verwachtingen in.

Sinds de 'salons des independents' in de jaren zestig van de vorige eeuw is dat voor (een deel van) de kunst voorbij. De avant-garde kunstenaars zijn zich gaan toeleggen op de ontdekking, op het nieuwe in hun vak. Ze werden 'de ogen van de wereld'; of, zoals Paul Klee het zei: “Kunst macht sichtbar”. Later werden hun ontdekkingen gemeengoed en kon (bijna) iedereen ze begrijpen en waarderen; de toeloop bij de Van Gogh-tentoonstellingen of het gebruik van Mondriaans voor gordijnen en badpakken getuigen daarvan. Maar de levende avant-garde werd en wordt slechts door een kleine elite verstaan en bewonderd. Immers, als een kunstenaar probeert de grenzen van het zichtbare te verleggen, moeten zij die hem daarin willen volgen, weten waar die grenzen liggen.

Dat wil zeggen dat ze op de hoogte zijn van de ontwikkeling van de beeldende kunst tot nu toe. Dat kan van de gemiddelde Nederlander - ook van de ontwikkelde - niet in redelijkheid gevergd worden. Het zou letterlijk te veel van zijn tijd vragen (want moet hij of zij dan niet hetzelfde doen voor de muziek of de poezie?). Daaruit volgt dat de avant-garde kunstenaar per definitie geen 'openbaar mooi' zal maken.

En voor dit cadeau was dit toch wel een vereiste. Is er dan geen 'begrijpelijke' kunst meer? Die is er wel, en nog hele goede ook: bijvoorbeeld het werk van Charlotte van Pallandt of Marthe Roling, of van grafici als Ap Sok of Wim Betterhausen. Maar voor de kenners van de avant-garde kunst is dat werk niet 'vernieuwend'

genoeg. Een enkele keer is een avant-garde kunstenaar flexibel genoeg om 'openbaar mooi' te maken zonder zijn artistieke geweten geweld aan te doen: de Koninginnepostzegel van Peter Struycken.

Bij het monument voor de Tweede Kamer kwam nog een extra probleem. Het was geen 'vrije opdracht', waarin een abstracte vorm (zoals de Naum Gabo voor de Rotterdamse Bijenkorf) voldoende was. Het moest iets uitdrukken over 'democratie'. Een 'monument voor de democratie' heb ik zelf nooit gezien en ik vraag mij af of de minister of haar adviseur er een kennen. Het kan zijn dat democratie niet goed uit te beelden valt. Er zijn immers ettelijke begrippen die niet (of uiterst moeilijk) in beelden zijn om te zetten, bijvoorbeeld tact, tolerantie, organisatietalent, bureaucratie, enzovoorts. Er is in elk geval geen bestaand symbool waarop kon worden aangehaakt. En nu werd iemand die zich gewoonlijk (voor niet-deskundigen) in raadsels uitdrukt, gevraagd om zoiets abstracts uit te beelden en dat eventjes uit het niets te verzinnen.

Het project had alleen goed kunnen aflopen als alle betrokkenen zich zeer terughoudend hadden opgesteld. Dan hadden Kamercommissie en Kamer het groene licht gegeven. Een dergelijke eerbied voor gezag en deskundigheid is in deze dagen van inspraak en medezeggenschap niet erg waarschijnlijk.

Het is natuurlijk maar al te gemakkelijk om achteraf te schrijven dat het beter had gekund. Als vriend van de avant-garde kunst en bewonderaar van Kounellis vind ik het heel jammer dat de moderne kunst weer eens in een ongunstig daglicht is gesteld. Die had echt beter verdiend.