Sociale herkomst

Sociale herkomst bepaalt nog altijd schoolsucces' meldt de onderwijspagina (W&O 6 juni).

Hierop het volgend commentaar.

In 1956 publiceerde het Nutsseminarium voor Pedagogiek aan dUniversiteit van Amsterdam een brochure 'de Comprehensive School' in Engeland, Wales en Schotland' (Mededelingen no. 59). Op grond van de Education Act van 1944, die ieder kind recht gaf op onderwijs ''according to his abilities'', werden na de Tweede Wereldoorlog overal in het Verenigd Koninkrijk Comprehensive Schools opgericht.

Deze scholengemeenschappen waren bedoeld als een H)actie op het selectiesysteem zoals dat in Groot-Brittannie in die tijd werd toegepast. Het was namelijk gebleken, dat bij de tests de kinderen uit de laagste bevolkingsgroepen over het algemeen ook het laagst scoorden.

De kinderen die geen dure Private- of Public School bezochten, kregen voortaan basisonderwijs op een school-zonder-zittenblijven, en gingen vervolgens naar de Comprehensive School waar de gepropageerde gelijkheid van kansen bleek te leiden tot gelijkheid van armzalige resultaten. Dat leidde tot veelvuldig gejammer over basisscholen die er in slaagden een steeds hogercentage analfabeten af te leveren en Comprehensive Schools die steeds meer drop-outs registreerden. Terwijl de bezuinigingen nog voortgingen moet nu het 'National Curriculum 5-16' uitkomst brengen: weg met de vrijblijvendheid en terug naar de selectie. Tussentijdse tests moeten aantonen, dat de Britse jeugd weer citroenen krijgt in plaats van knollen.

Als ik Michaja Langelaan mag geloven in haar bespreking van de dissertatie waarop de onderwijssocioloog Rolf van der Velden gepromoveerd, koestert de vriendelijk ogende jonge doctor nog dezelfde illusies als de Engelse socialisten van vijftig jaar geleden.

Erfelijke aanleg of verworven eigenschappen passen niet in die visie. Vandaar verwondering over het feit, dat binnen de gezinnen nog flinke verschillen tussen de afzonderlijke kinderen voorkomen. Alle problemen voert hij terug tot de sociale herkomst. Zwakke leerlingen lopen 40% van de achterstand al op voor het zesaar en 30% tijdens de basisschool, maar toch zou een, vooral brede, scholengemeenschap goed voor hen zijn. Mij lijkt het meer voor de hand te liggen om voor die kinderen niet de selectie af te schaffen en dan op een wonder te hopen, maar om de opvang en het onderwijsprogram juist voor hen te verbeteren.

De keuze voor het Voortgezet Basisonderwijs zal - het is in deze krant al in alle toonaarden gezongen - alleen maar leiden tot demotivatie van de beste en de zwakste leerlingen en zal de kwaliteit van het voortgezet onderwijs schaden. Maar wat, als de ouders het beu worden, en er naast de particuliere instituten die er nu al zijn voor leerlingen van de bovenbouw, ook dure particuliere scholen komen voor kinderen van 12 tot 15 jaar? Het zou jammer zijn als een dwingend opgelegd Voortgezet Basisonderwijs zou leiden tot een catastrofale segregatie op financiele gronden binnen het Nederlandse onderwijs.