Rijksdienst inventariseert affiche-collecties

ROTTERDAM, 20 JUNI. De Rijksdienst Beeldende Kunst heeft gisteren het eerste deel gepresenteerd van een inventarisatie van alle affiches in Nederlandse archieven, documentatiecentra en musea. Het complete overzicht, met gegevens over circa 75.000 affiches, verschijnt volgend jaar. Alle informatie zal dan worden vastgelegd op een harde schijf, die ingangen biedt op ontwerper, datering, formaat, techniek en onderwerp. Het ministerie van WVC heeft er 390.000 gulden voor uitgetrokken, sponsors dragen ongeveer 200.000 gulden bij.

Het eerste deel omvat de 15.000 affiches van het Rotterdams Gemeentearchief, die nu in een catalogus van drie dikke delen zijn vastgelegd. Nu het archief op deze wijze is geconfronteerd met het eigen bezit, is volgens directeur drs. C.O.A. baron Schimmelpenninck van der Oije gebleken dat in het verleden heel wat naar willekeur is verzameld. “Sommige affiches passen veel beter in andere collecties,” zegt hij. Intussen wordt met de musea Boymans van Beuningen en Atlas van Stolk overleg gevoerd over overname van exemplaren die eerder van kunsthistorisch dan van documentair belang zijn.

Herverkaveling is een van de mogelijkheden die zich door de inventarisatie voordoen, aldus rijksarchivaris dr. F.C.J. Ketelaar: “Wat de een van ondergeschikt belang vindt, kan bij een ander een hoogtepunt in de collectie zijn.” Als het project is afgerond, kan men tevens vaststellen wat dringend moet worden gerestaureerd en welke hiaten er bestaan. Vervolgens kan uit particuliere verzamelingen worden aangekocht wat nog ontbreekt.

De directe aanleiding voor de inventarisatie was de collectie van de Amsterdamse verzamelaar W. Lowenhardt, waarvan een deel naar het buitenland dreigde te verdwijnen. In overleg met hem is daarop de Rijksdienst ingeschakeld, die vaststelde dat veel Nederlandse affiche-collecties niet of nauwelijks toegankelijk zijn. “Vooral in musea worden de affiche-verzamelingen stiefmoederlijk bedeeld,” aldus Ketelaar. “Veel instellingen weten niet eens precies wat ze in huis hebben.” De inventarisatie, die begon in het Rotterdamse archief, vindt verder plaats bij de gemeentearchieven van Amsterdam en Utrecht, het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Nederlands Theaterinstituut, de Koninklijke Bibliotheek, het Katk Documentatiecentrum, de Rijksdienst Beeldende Kunst, het buitenreclamebedrijf Publex en de musea Catharijneconvent, Rijksmuseum, Haags Gemeentemuseum, Maritiem Museum en Nederlands Scheepvaartmuseum. Elke instelling krijgt zelf een catalogus. De harde schijf met alle gegevens, die op grote schaal wordt gedistribueerd, kan volgens de initiatiefnemers ook inspiratie opleveren voor tentoonstellingsmakers en uitgevers.