PABLO ESCOBAR; Van kruimeldief tot drugsbaron

Pablo Escobar (41), het gedoodverfde hoofd van het beruchte Medellin-drugskartel, die zich vannacht eindelijk heeft overgegeven aan de Colombiaanse autoriteiten, is in zijn geboortestreek nog steeds razend populair. Zijn loopbaan - van kruimeldief tot drugsbaron - is voor de jeugd van Medellin een lichtend voorbeeld. 'The Godfather' schonk de steden Envigado en Medellin bovendien voetbalvelden, straatverlichting en huizen voor de armen. Als een Colombiaanse Al Capone liet Escobar zich altijd graag op zijn sociale geweten voorstaan. Zo liet hij zich graag fotograferen bij het uitdelen van speelgoed aan nooddruftige kinderen.

Pablo Escobar, zoon van een kleine boer en leraar, begon zijn loopbaan met het stelen van grafzerken, die hij opschuurde en doorverkocht aan Colombianen die zich geen nieuwe grafsteen konden veroorloven. In het midden van de jaren zeventig, toen marihuana nog het belangrijkste smokkelprodukt was en de cocanehandel net van de grond kwam, begon hij een vruchtbare samenwerking met de gebroeders Ochoa. Met een combinatie van nietsontziend geweld en onbeperkte financiele middelen bouwden de partners binnen korte tijd een internationaal produktie- en smokkelnetwerk voor cocane op, dat door de Peruaanse president Garcia omschreven werd als “de enige goed functionerende multinational van Latijns Amerika”.

In zijn hoogtijdagen produceerde dit Medellin-kartel cocane op industriele schaal. Het kartel beschikte over een eigen leger, banken, spionagediensten en propaganda-afdelingen. Een groot aantal rechters, poltici en generaals stonden op Escobars loonlijst. In 1982 wist hij zelfs een zetel in het Colombiaanse parlement te veroveren. Hij ging in deze periode gekleed in tweedjasjes en grijze pakken; een toonbeeld van burgerzin. Een jaar later moest hij zijn parlementaire onschendbaarheid weer opgeven, toen kranten vragen begonnen te stellen over de herkomst van zijn geld.

De hoofdredacteur van de krant El Espectador, Guillermo Cano, die een serie onthullende artikelen publiceerde over de praktijken van de cocane-smokkelaars, moest dit met de dood bekopen.

De jacht op Escobar werd echter pas echt geopend in augustus 1989, toen Colombia onder druk van de Verenigde Staten de oorlog aan het Medellin-kartel verklaarde. Escobar vocht terug met een terreurcampagne, die erop was gericht Colombia te destabiliseren. Hij maakte gebruik van een priveleger dat hij recruteerde onder de arme jeugd van Medellin. Het was verantwoordelijk voor meer dan 300 bomaanslagen en meer dan 1.000 doden. Op Escobars spectaculaire aanbod om in ruil voor amnestie de volledige Colombiaanse staatsschuld af te kopen ging de overheid niet in.

Met het verloren gaan van een deel van zijn produktie-faciliteiten raakte Escobar steeds verder in het defensief. In de jungle wist 'de Robin Hood van Medellin' de speciale politie-commando's echter steeds te ontglippen. In november 1989 vluchtte een slechts in ondergoed geklede Escobar in een speedboat na een niet geheel geslaagde omsingeling van zijn cocane-boerderij bij Cocorna. Zes maanden later bleek Escobar opnieuw zeer alert, toen hij bij een inval op een schuiladres bij Medellin - opnieuw in ondergoed - moest vluchten. De politie moest zich tevreden stellen met de nog warme maaltijd die hij in alle haast had achtergelaten.

Escobar heeft de strijd waarschijnlijk ten dele opgegeven omdat rechtse paramilitaire groepen zich tegen zijn drugsmafia keerden. De prive-oorlog die Escobar in het begin van de jaren tachtig voerde tegen de linkse guerrilla-beweging M-19 had hem de vriendschap van deze groepen bezorgd. Maar vorig jaar vervreemdde Escobar de rechts-extremisten van zich toen hij, wellicht onder druk van slinkende inkomsten, probeerde veeboeren en grootgrondbezitters te dwingen voor de kosten van zijn oorlog op te draaien.

Evenals de gebroeders Ochoa, die zich vorig jaar al overgaven, kan Escobar zich nu vanuit zijn gevangenis in vrome bewoordingen uitspreken tegen de cocanehandel. Hij werd vergezeld van een priester, die bemiddeld heeft bij zijn overgave. Escobar, met korte baard en gekleed in een mouwloos hemd, overhandigde bij de helikopter die hem naar zijn nieuwe woning zou brengen zijn revolver. “Dit is een daad op weg naar vrede in Colombia”, zo zei hij. Volgens getuigen stonden hem de tranen in de ogen.