Nieuw Zeeland ruilt zuivel voor steenkool

WELLINGTON, 20 JUNI. Op hun prijslijst voor boter, kaas, melkpoeder en andere zuivelprodukten vermelden de internationale verkoopagenten voor het bureau van zuivelprodukten van Nieuw-Zeeland nu ook de prijs voor steenkool. De steenkool - een voorraad ter waarde van 50 miljoen Nieuwzeelandse dollar (29 miljoen Amerikaanse dollar) - komt uit de Sovjet-Unie. De Russische grondstof zal niet worden verscheept naar Nieuw-Zeeland maar in andere landen worden verkocht.

Het zuivelbureau ontvangt bij de transacties een verkoopprovisie en wat belangrijker is, een gedeelte van de opbrengst wordt door de Russische verkopers gebruikt om enkele duizenden tonnen Nieuwzeelandse zuivelprodukten te kopen.

In de Sovjet-Unie fungeert het Nieuwzeelandse bureau ook als agent voor de daar gefabriceerde auto's van het merk Lada en Russische wodka, en importeert het chemicalien, tractoren en andere goederen uit de Sovjet-Unie. Het zuivelbureau aarzelt daarnaast niet om te handelen in Australisch schapevlees, of zelfs in zuivelprodukten van buitenlandse origine als het een markt vindt die niet kan worden gedekt door de Nieuwzeelandse zuivelindustrie.

Met behulp van de vele handelsoperaties die fondsen hebben verschaft voor de aankoop van Nieuwzeelandse zuivelprodukten, heeft de bureaudirectie de verkoop aan de USSR inmiddels uitgebreid tot vijf procent van de totale zuivelexport van Nieuw-Zeeland.

Twee keer in de afgelopen jaren is de Sovjet-Unie de op een na grootste boterafzetmarkt geweest van Nieuw-Zeeland, na het Verenigd Koninkrijk. Alle algemene handelsactiviteiten van het bureau - onlangs nog bekritiseerd door een aantal boeren dat vindt dat het bureau zich moet beperken tot alleen de zuivelprodukten - hebben maar een doel: verhoging van de totale inkomsten en dus van het inkomen van elke individuele zuivelboer.

Dit seizoen zal elke melkveehouder 3,70 Nieuwzeelandse dollar per kilo melkeiwit krijgen. Vorig seizoen was de betaling nog 5,80 Nieuwzeelandse dollar. De Nieuwzeelandse boer ontvangt voor een liter melk tegenwoordig minder dan een kwart van de prijs die de EG-boer krijgt.

Zonder de kolen, auto's en andere handelsactiviteiten van de internationale handelspoot van het bureau, zou het inkomen van de boeren in Nieuw-Zeeland nog lager zijn geweest. Maar melk - of beter gezegd de melkprodukten - blijven de belangrijkste zorg van het bureau. Alle handelsmaatschappijen en joint ventures in andere landen die in andere produkten handelen dan zuivel, zijn bedoeld om de verkoop van de Nieuwzeelandse produkten op te vijzelen.

Een voorbeeld hiervan is de recentelijk opgezette bewerkingsfabriek voor gesneden kaas in Korea. Nieuw-Zeeland verschafte de vakkennis en het zuivelbureau is voor de helft eigenaar. De fabriek zal in eerste instantie alleen Koreaanse melk gebruiken. Als de produktie toeneemt zal Nieuw-Zeeland voorrang genieten voor het leveren van de grondstof.

Het bureau heeft ook een joint venture bij de verpakking van vloeibare boter in Egypte. De vloeibare boter wordt gemaakt in Nieuw-Zeeland en naar Egypte verscheept om verpakt te worden onder de merknaam Fernleaf.De Nieuwzeelandse zuivelboer vecht voor zijn bestaan. Een levensvatbare boerderij heeft zo'n 155 koeien die worden gemolken door de boer en zijn vrouw. Een boer met een eenmansbedrijf en een verminderend inkomen dat dwingt tot snijden in het gezinsbudget en bezuiniging op het onderhoud van de boerderij, moet zich concentreren op de melkproduktie. Het zuivelbureau - een gekozen orgaan van de boeren - heeft de taak ieder produkt van de boer te verkopen op de best mogelijke financiele condities. Dankzij de buitengewoon succesvolle internationale handelsoperaties is het bureau in staat geweest om via niet-zuivelprodukten de winst van de zuivelindustrie te vergroten.

copyright Financial Times