NCSV: 'een onontwarbaar dooreen van scherts en ernst'; De jeugd van een christelijke elite

Sinds de maatschappij een kwart eeuw geleden anders werd maar daarna haar vroegere 'doe-maar-on-dan-doe-je-al-gek-genoeg'-karakter weer terugkreeg, zijn er heel wat vertrouwde instituten verdwenen en niet meer teruggekomen. Een daarvan is de NCSV, de in 1896 opgerichte Nederlandse Christen-Studenten Vereniging, die decennia lang de meest op de voorgrond tredende protestantse studentenvereniging was. In de jaren van voor en na de Tweedeldoorlog heeft zij veel invloed gehad op de ontwikkeling van de oecumenische samenwerking onder de kerken en was zij ook een belangrijk deelgenoot in de strijd tegen de verzuiling in Nederland.

In 1985 verdween de vereniging. Zij had toen nog maar honderd leden en vertegenwoordigde daarmee nog slechts 0,06 procent van de studentenbevolking. Eerder was het anders geweest. Bijvoorbeeld in 1920 en in 1947 toen ruim tien, respectievelijk zes pro(nt van de studenten tot deze vereniging behoorde. Dat er uiteindelijk niets meer dan een klein groepje politieke radicalen van overbleef die zich 'Christenen voor het socialisme' noemden en die ervan overtuigd waren dat zij het gelijk van links en van de bijbel aan hun kant hadden, ligt hoofdzakelijk aan de opkomst en de intense strijdvaardigheid van de studentenbeweging in de jaren zestig. Op Woudschoten, het hoofdkwartier en het conferentieoord van de NCSV in Zeist, hat een felle interne machtsstrijd tot gevolg. Toen het daar zetelende bestuur mee ging doen aan de politieke acties tegen de Amerikaanse Vietnamoorlog en tegen de autoritaire universiteit en aan vrijwel alles wat autoritair was, werd daarmee hardhandig met de traditie gebroken dat de NCSV, hoe maatschappelijk zij ook was geen politieke uitspraken mocht doen. De lotgevallen van de vereniging zijn beschreven in de dissertatie De Nederlandse Christen-Studenten Vereniging 1896-1985 van A.J. van den Berg die voriand gepubliceerd is door het Boekencentrum in Den Haag. Van den Berg maakt met zijn proefschrift, waarvan ook een handelseditie verscheen, duidelijk hoe het kwam dat zo'n bloeiende vereniging die zoveel studenten tot maatschappelijk engagement bracht en de broedplaats van de hervormde elite en de 'gereformeerde aristocratie' als ook van menig christen-politicus was, zo verwelkt kon raken.

Verdwenen, maar niet vergeten is de NCSV. Het oude netwerk bestaat nog min of meer en er zijnheel wat vijftigers en ouderen die met enthousiasme aan de NCSV terugdenken en daar bijzondere herinneringen aan hebben. Bijvoorbeeld aan de dolle zomerkampen waarin zo'n 'onontwarbaar doorheen van scherts en ernst' en een aanstekelig samengaan van 'prayer and laughter' bestond. Veel middelbare scholieren die misschien zelden of nooit in de kerk kwamen, ontdekten daar dat christelijk geloof en praten daarover (anders dan menigeen dacht of denkt) 'hartstikke leuk' kon zijn en tot maatschappelijkeiratie leidde. Maar je had onder de NCSV-ers niet alleen de 'zomerchristenen' die in het kampwerk actief waren, maar ook de zogeheten 'winterchristenen' met hun activiteiten in de universiteitssteden. Ook daar bloeide de vereniging vele jaren lang.

Voor studentengeneraties van mensen als de 'rooie dominee' Buskes, politieke doorbraakfiguren als oud-minister van financien, Lieftinck of oud-burgemeester Van Walsum van Rotterdam, politici als de De Gaay Fortman en I.A. Diepenhorst en Visser 't Hooft, een van de oprichters van de Wereldraad van kerken, was zij in hun tijd een aantrekkelijk alternatief voor het dorre kerkelijke leven van toen.

Vrijwel de hele geschiedenis van de NCSV door hebben de kerken met een schuin oog naar de NCSV gekeken; niet alleen omdat zij haar niet onder controle hadden, maar ook omdat de vereniging in Nederland theologen (bijvoorbeeld Karl Barth) en theologische en maatschappelijke ideeen (bijvoorbeeld over oods-christelijke dialoog als ook over de DDR) introduceerde, waar men in de kerken nog lang niet aan toe was. Bij haar ontstaan aan het eind van de vorige eeuw had de NCSV, die naar Amerikaans voorbeeld was opgericht, beslist nog niet het karakter van maatschappelijke vernieuwing, maar veel meer dat van een bekerings- en zendingsgenootschap van studenten die de hele wereld onder Christus'

banier wilden brengen. Belangstelling voor sociale en maatschappelijke kwesties onstond er pas na de Eerste Wereldoorlog: in 1918 toen de NCSV zich niet over, maar ook niet tegen Troelstra's revolutieplan wilde uitspreken. Zoals zo vaak in haar geschiedenis werd de vereniging ervan beschuldigd dat zij onder rode invloed stond. Hetzelfde gebeurde ook toen zij zich in de jaren twintig (de NCSV stond toen onder leiding van de anti-revolutionaire H.C. Rutgers, de christelijk-historische M. van Rhijn en de sociaal-democraat N.Stufkens) met de problemen van oorlog ede en met ontwapening ging bezighouden. De vereniging was daar intens bij betrokken, maakte de geesten rijp voor een eigen politieke opstelling van de leden, deed haar leden huiveren voor alles wat naar 'christendommelijkheid' riekte, maar dwong de leden tot niets. Ze was immers primair 'ontmoetingsplaats', een plek waar christenstudenten met andersdenkenden, socialisten en communisten in contact kwamen.

Bijna vijfenzestig jaar ging dat goed. Totdat de afwijzig niet langer meer was vol te houden en de vereniging zich in de jaren zestig tot politieke keuzen en uitspraken liet dwingen.

Dat de Nederlandse Christen Studenten Vereniging uiteindelijk in de jaren tachtig verdween was het min of meer logische gevolg van de radicale geest van de jaren zestig. De vereniging ging ten onder aan de interne, politieke machtsstrijd in het hoofdbestuur als ook in de plaatselijke afdelingen, verloor daarop haar gematigde aanhang, raakte geradicaliseerd en orienteerde zich op de CPN die haar echter volstrekt niet als strijdmakker accepteerde. Daarop verdween de NCSV en zes jaar later ook de CPN. Toch is de geschiedenis van zo'n vereniging interessant; de beschrijving daarvan, zoals door Van den Berg gedaan, geeft namelijk een goed inzicht in cultuurhistorische ontwikkelingen binnen het protestantse volksdeel in Nederland deze eeuw. Zo wordt veel duidelijk over het theologische, sociale en litieke denken van de christelijke, intellectuele elite van destijds.