Meer hulp geven zal immigratie beperken

Het was voor mij een aangename verrassing van mijn collega Wesseling - historicus - steun te ontvangen voor mijn opvattingen inzake ontwikkelingssamenwerking en socialisme. (Zie zijn artikel 'Belangenpolitiek is niet vies' op deze pagina van 29 mei 1991). In de loop van zijn artikelkt de eensgezindheid echter verloren te gaan.

Hij gaat daar terug naar het begin van de immigratie uit ontwikkelingslanden. Terecht wijst hij er op dat toen het initiatief uitging van het Nederlandse bedrijfsleven, dat geen mensen kon vinden voor de laagbetaalde ongeschoolde werkzaamheden. Deze eerste fase is echter gevolgd door een tweede. Toen eenmaal ontdekt was dat bij ons de welvaart zoveel hoger is dan ten zuiden van de Middellandse Zee, werd het initiatief overgenomenr de immigranten. Dit proces versnelde zich en dreigt nu een overstroming te worden. De pull-(trek-)krachten zijn vervangen door push-(duw-)krachten. Het is ook juist - zoals Wesseling schrijft - dat een eeuw of langer geleden dit verschijnsel nauwelijks bestond. Door de sterk veranderde politieke structuur van de wereld, de veel omvangrijkere voorlichting en de moderne verkeersmiddelen is het verhuizen gemakkeli geworden.

Wat ik over 'twee eeuwen' zeg, is het volgende. Als de hoeveelheid ontwikkelingshulp zo laag blijft als nu (gemiddeld 0,35 procent van het bruto-nationaal produkt (BNP), zal het meer dan twee eeuwen duren voordat het welvaartsverschil tussen de ontwikkelingslanden en ons verdwenen is. Kan men zich voorstellen, dat de bewoners van de arme landen zolang daarin berusten? Naar mijn mening zullen zij in toenemende aantallen hierheen trekken. En daarmee brengen hun andere gewoonten en cultuur in onze stedonflicten teweeg, die voor beide partijen niet prettig zijn.

De wijze van oplossing van dat conflict - het buiten de grenzen van ons land (en andere ontwikkelde landen) houden van de immigranten - is het voornaamste punt van discussie. De ene oplossing is de immigratie met geweld te verhinderen (Janmaat) en de andere is de immigratie overbodig maken door het scheppen van arbeidsplaatsen in de arme landen, met behulp van meer ontwikkelingshulp.laatste oplossing is, naar mijn smaak, veel beter.

Om mensen met geweld buiten ons land te houden staat in tegenspraak tot onze beste tradities. Voor vervolgden op welke grond ook hebben onze grenzen steeds opengestaan.

Maar wij willen ook niet dat onze landgenoten in de arbeiderswijken de hinder moeten ondervinden van de onbekende woon- en leefwijzen van de immigranten. Op kleine schaal kan het de blik verruimen: maar we willen niet dat zij ondersneeuwen.

Tegen het einde van Wesselirtikel krijg ik de indruk dat hij mij geheel verkeerd heeft begrepen, zoals uit de laatste zin hierboven blijkt. De door mij verdedigde verhoging van de ontwikkelingshulp is de oplossing. Om te beginnen, tot het officiele doel van 0,7 procent van het BNP. Dit is ongeveer het Nederlandse peil, waar de meeste ontwikkelde landen de helft onder blijven. Duitsland b.v. 0,45 procent in plaats van 0,7 procent, Amerika 0,35 cent. Zoals ik tot vervelens toe heb betoogd, is dit te weinig en zijn twee a drie procent nodig.

Wil men gelijk welzijn tussen ontwikkelde en onderontwikkelde landen in een eeuw bereiken, dan is 3,4 procent hulp nodig. Zou men dit doel in 50 jaar willen bereiken, dan 25,7 procent! Het vraagstuk is inderdaad veel ernstiger dan men denkt!

Tegen het einde van Wesselings artikel zijn wij elkaar weer genaderd - op de cijfers na. Vooral zijn gebruik van de uitdrukking 'welbegrepen eigenbelang' verdient nadruk. De houding van de meeste burgers en ici van de rijke landen geeft er blijk van, dat zij zich van dat eigenbelang niet eens bewust zijn. Dit is een kortzichtig standpunt.

Aangezien de essentie van regeren, zoals bekend, vooruitzien is, moet de regeringen geadviseerd worden om aan de toenemende stroom van immigranten aandacht te schenken en een keuze te doen tussen de twee genoemde middelen. Dit advies is minder tot de Nederlandse dan tot andere regeringen gericht: die van de grote industrielanden zoals de Verenigde n en Japan. In laatstgenoemd land heb ik een bekend medestander: Saburo Okita, gewezen directeur van het Planbureau, gewezen minister van buitenlandse zaken. Sinds lang bepleit hij een verdubbeling van de door Japan verstrekte hulp en met name aan de rondom Japan gelegen onderontwikkelde landen. Door een verdubbeling komt hij ongeveer op de officiele norm van 0,7 procent van het BNP.

In de hoop dat ik mijn aanbevelingen nu duidelijker geformuleerd heb mag ik misschien eindigen met een conclusie obelangenpolitiek. Ik ben het met Wesseling eens dat een belangenpolitiek 'niet vies' doch normaal is, maar niet zo kortzichtig moet zijn.